Hoe geniaal was Gent?

11 02 2013

In de strijd om de titel De Slimste Gemeente vonden zondag de opnames plaats van de aflevering waarin Gent aan bod kwam. Burgemeester Daniël Termont heeft zich doorheen de jaren niet bepaald als een groot quizzer gemanifesteerd (De Slimste Mens Ter Wereld noch De Pappenheimers lieten hem opvallen als een man van weetjes en feiten), maar werd gelukkig bijgestaan door twee weetals van formaat: Stijn Planckaert (29) en Cathy Verschoore (38).

De stad Gent was zo vriendelijk een supportersbus te voorzien voor de vrienden en familie van Stijn en Cathy. Die voerde de groep zondagavond 10 februari naar de televisiestudio in Londerzeel waar de strijd zou opgenomen worden. Bij aankomst kregen we te horen dat in elke aflevering drie gemeentes het tegen elkaar opnemen. Gent kreeg Hoeilaart en Schoten als tegenstanders.

Het was ruim na negen uur eer de Gentenaars eindelijk hun ding mochten doen. De supporters hadden dus al ruim anderhalf uur moeten wachten, wat eerlijk gezegd best vervelend was. De terugrit zou ons ook nog een uur kosten en vele aanwezigen zagen hun nachtrust korter worden. Aan ons enthousiasme was op dat moment nog wat werk.

Maar eindelijk was het dan zover. We kregen Stijn, Cathy en de burgemeester snel even te zien voor het betreden van de studio’s en konden vaststellen dat ze een ontspannen indruk maakten.

Schoten, Hoeilaart en Gent bleken zowat hetzelfde aantal supporters meegebracht te hebben. Op zich stonden die aantallen geenszins in verhouding met de grootte van de gemeentes, maar het was ook makkelijk verklaarbaar waarom de stad Gent hier weinig ruchtbaarheid aan had gegeven: veel meer volk kon er eigenlijk niet meer bij, daar in die (overigens ijskoude) studio.

Op dat moment wist nog geen mens hoe het spel in elkaar zat natuurlijk, dus dat was afwachten. De quiz blijkt dagelijks uitgezonden te zullen worden, telkens met drie nieuwe gemeentes. Op donderdag spelen de winnaars van maandag, dinsdag en woensdag tegen elkaar. Als Gent de overwinning zou binnenhalen, betekende dat dat de supporters later deze week nog een keer mochten opdraven.

De publieksopwarmer deed zijn ding: de verschillende supportersgroepen tegen elkaar uitspelen. Dat de Gentenaars niet bepaald veel vriendschap uitstraalden, moet beaamd worden. Wij zaten er dan ook vastberaden bij, als steun voor onze ploeg,  en wat die twee kleine dorpjes daarvan dachten, liet ons koud. Letterlijk, want het was intussen nog geen graadje warmer in de studio’s.

Genoeg gewurteld. Van zodra onze burgervader het decor betrad, veranderde de groep eindelijk in een vurige, hoopvolle bende enthousiastelingen. Op vraag van de opwarmer wat Gent uniek maakte, antwoordde de tribune dan ook haast in koor: onze burgemeester. De Gentse burgervader had ons allemaal meteen voor zich gewonnen. Dat hij het decor haast afbrak bij zijn binnenkomst, deed niet af aan de indruk dat Termont zich thuis voelt in een televisiestudio. De (kersverse) burgervaders van Hoeilaart (Open Vld’er Tim Vandenput) en Schoten (N-VA’er Maarten De Veuster) waren duidelijk minder op hun gemak.

In Hoeilaart werden de twee andere quizzers door de burgemeester uit een bevriende scoutsgroep geplukt. In Schoten had iemand zich vrijwillig aangemeld en dus deed men daar ook verder geen moeite om te zien welk ander quiztalent er nog in de gemeente te vinden was. Dat Gent de inspanningen heeft gedaan iedereen de kans te geven om deel te nemen en Stijn en Cathy hun selectie echt moesten verdienen, zegt toch veel over het democratische gehalte van onze stad, niet?quiz2

U ziet, aan de overtuiging van de supporters dat wij de sympathiekste ploeg hadden, en bijgevolg de grootste rechthebbers op de titel, zal het niet gelegen hebben. Maar kon het Gentse drietal het ook waarmaken?

Uiteraard dient de afloop van de uitzending nog geheim te blijven. De Slimste Gemeente bleek een amusant spelletje te zijn, maar de inventiviteit van vele Woestijnvisprogramma’s was hier toch wat zoek. Frustrerend is ook dat de quiz voor een groot deel om snelheid draait en minder om kennis. Heel wat vragen waren net van die orde dat alle ploegen het antwoord wel wisten, maar het afdrukken hen parten speelde.

Geen woord verder dus over hoe Meneer Termont, Stijn en Cathy het er vanaf gebracht hebben. Dat de talenkennis van onze burgemeester een rode draad vormde doorheen de aflevering, mag u alvast weten. Stijns filmkennis bleek op een zeker moment net een handicap en Cathy zal nooit meer vergeten wie Claude François was. Verder mogen we echter tevreden zijn over onze bescheiden ploeg. Een contrast met de wat bedenkelijke zelfverzekerdheid die Schoten van Antwerpen geleend had.

In één ronde dienden de ploegen vragen te beantwoorden over de eigen gemeente. Dat Gent zo bekend is, had een nadeel kunnen zijn. Iemand uit Hoeilaart of Schoten weet vast ook wel wie het Lam Gods schilderde, maar wat weet een doorsnee Gentenaar over het druivendorp of de parking van Antwerpen? Gelukkig bleken de samenstellers van de vragen het wat dat betreft slim aangepakt te hebben.

Net als in De Pappenheimers valt op een bepaald moment één ploeg af, waarna de twee overblijvers het onder elkaar uitvechten. De Gentse tribune heeft heel wat nagelbijten moeten doorstaan. Het was behoorlijk spannend.

Toen de strijd gestreden was, liet de vermoeidheid zich voelen. Het publiek mocht echter pas naar huis na nog een groot aantal keren geapplaudisseerd te hebben voor telkens weer andere inleidingen en slotwoordjes. Maar verder geen kwaad woord over presentator Michiel Devlieger.

Of ik deze quiz ook dagelijks ga bekijken, durf ik te betwijfelen. Alle sympathie voor Vier, maar echt opwindende televisie lijkt dit niet te gaan worden. Als Sven De Leijer het humoristisch hoogtepunt vormt van je programma (met leuke filmpjes over elke deelnemende gemeente), zit je toch met een probleem, denk ik.

Maar dat is allemaal bijzaak. De strijd is gestreden, de Gentenaars hebben ons vertrouwen niet beschaamd en u kan het binnenkort allemaal zelf bekijken. Uitzending ergens in maart.

 Afbeelding





Sven – Kinepolis: 3 – 0

17 05 2012

Sinds ik in 2010 in de ijzersterke filmquizploeg Keyser Soze terechtkwam en daarmee direct de Kinepolis Filmquiz won, ging iedere volgende deelname gepaard met de onbescheiden garantie van een podiumplaats. Zo makkelijk is deze quiz telkens weer (met telkens iet of wat frustrerende exs aequo’s tot gevolg.)

Gisteren kruisten zo’n 100 ploegen opnieuw de degens. Na een dik uur ‘onthaal’ kondigde de presentator dan eindelijk zichzelf aan en kon de quiz van start gaan. De eerste ronde was van een behoorlijk niveau: het aanvullen van filmquotes kostte ons weinig moeite, al geven we grif toe dat dat geenszins was omdat we al die quotes kenden, wel omdat ze vaak nogal evident waren.

In de tweede ronde doken jaarboekfoto’s op van bekende sterren, die je dus diende te herkennen. Een stuk makkelijker, wat ons een vlekkeloos resultaat opleverde. De derde ronde confronteerde ons met vijf blooperscènes die je van een titel moest voorzien. Vier ervan waren vrij eenvoudig. 22 op 25 na drie ronden, we zagen de overwinning naderbij komen. Toch bleken we bij een eerste tussenstand niet in de top 5 te staan. We besloten een eventuele afgang dit jaar toe te schrijven aan nieuwkomer Alexander die hoopte op een fragment uit Jeanne Dielman maar het moest stellen met Ben Affleck.

Daarna kwam een triviareeks, zeer wisselend van niveau, maar vooral weinig interessant. Vragen naar de dochters uit The Brady Bunch is een slimme zet om meer verschil te krijgen in de resultaten, maar kan je moeilijk een filmvraag noemen, zelfs al verscheen er in 1995 een derderangs filmversie van deze serie uit de jaren ’60. Aandringen op de juiste schrijfwijze van namen en titels – wat in de meeste filmquizzen niet gebeurt – hoeft geen probleem te zijn. Maar als de oplossingen zelf vol schrijffouten staan, kan je niet zeker zijn van een correcte controle door de mechanisch verbeterende studenten.

De muggenzifter in mij neigt eveneens een deurwaarder te bellen bij de confrontatie met twijfelachtige vragen. Zo kreeg je drie titels van films met Christopher Lloyd, met de vraag waarin hij niét de hoofdrol speelde. In sommige films is het begrip ‘hoofdrol’ natuurlijk vaag. Er waren dus eigenlijk twee correcte antwoorden. Dan dien je je dus te verplaatsen in de beperkte fantasie van de vragensteller, die we voor het gemak op één lijn plaatsten met de presentator, om te hopen op het juiste antwoord. Pirates of the Caribbean als keuze geven bij een andere vraag, geeft aanleiding tot discussie omdat er geen ondertitel bij staat die net mee kan bepalen of dat antwoord nu correct is of niet. Toppunt is de vraag: ‘in welke stad speelt The Italian Job (2003) zich voornamelijk af? Hoe feitelijk klinkt het woord voornamelijk? Ik hield voet bij stuk: de film vangt aan in Venetië, waarna de rest van de film zich in Los Angeles afspeelt. Toch zou Venetië het juiste antwoord blijken. Een snelle controle – snel even de trailer bekijken – doet nochtans snel vermoeden dat ik gelijk heb. En voilà, blijf ik niet al jaren bloggen om u met de regelmaat van de klok van mijn gelijk te overtuigen!?

Ik zoek het ver, ik geef het toe, maar het behoort tot de kunst van het opstellen van een filmquiz om duidelijk te zijn. Wie bij Kinepolis ook de vragensteller van dienst is, het blijft ieder jaar amateuristisch en halfslachtig overkomen. De vragen zijn bovendien ook zéér eenzijdig: vrijwel alle vragen gaan over recente Amerikaanse films. En in een cinemazaal zitten maar géén fragmenten zien, het is wat pover qua entertainmentgehalte.

Nu leverde ons dat verder geen frustraties op, want er waren weinig antwoorden die we niet wisten. We verveelden ons af en toe wat, maar ijverden dapper mee om het handvol prullen die op de prijzentafel lagen. Ieder jaar blijkt de waarde van deze prijzenpakketten weer te zakken. Tja, het beursgenoteerde Kinepolis maakt slechts enkele miljoenen winst, dus wat zouden we mogen verwachten? Maar dat is eigenlijk naast de kwestie: een handvol dvd’s hoeft ook niets te kosten, en je doet er filmfans meer plezier mee dan met een paar flutpantoffels van Ladies at the Movies of een roze koptelefoon van Coca-Cola.

Na het bekijken van het even dwaze als komische The Dictator, volgde dan de uitslag. Een beetje verrast bleken we dan toch deel uit te maken van de top 3, maar net als de twee vorige jaren met een ex aequo. Twee jaar geleden streden we om de eerste plaats, vorig jaar om de tweede plaats, en ook nu bleken de scores zo dicht bij elkaar te liggen dat we ons aan een schiftingsvraag dienden te wagen. Eigenlijk vind ik dat niet erg, en als de prijzen echt pover zijn, maakt het al helemaal niets uit. Alleen vraag je je af wanneer men bij Kinepolis gaat inzien dat ze om dit soort toestanden te vermijden, echt wat moeilijkere vragen zullen moeten stellen. Bovendien verlies ik liever onomstreden dan nu Venetië te laten knagen.

De derde prijs was dus een goody bag waarvan enkel twee bioscooptickets als waardevol kunnen beschouwd worden. Dat volstaat voor mij beslist, alleen zit ik hier nu wel met een zak vol brol die je niet durft weggooien omdat er misschien ooit wel iemand iets kan mee doen, maar die eigenlijk jaren in de weg zal liggen.

Ik wil het evenement Kinepolis Filmquiz niet al te serieus gaan analyseren natuurlijk. Het is maar een avondje onschuldig quizzen en er hangt verder niets van af. Maar als je het ongelooflijke niveau van sommige zaterdagavond-filmquizzen in parochiezalen te velde bekijkt, het resultaat van uren en uren opzoekwerk door gepassioneerde liefhebbers die zich ook visueel-technisch willen onderscheiden, kan je alleen maar concluderen dat men bij Kinepolis niet over de juiste mensen beschikt om dit op poten te zetten.

Gelukkig hebben we na afloop alles ad hoc geparafraseerd op een meta-niveau, waardoor de avond vooral ná de quiz geslaagd te noemen viel. En ondanks al mijn gezaag gaan we volgend jaar gewoon weer voor die podiumplaats. Bedankt heren mede-kandidaten!





De Sint en zijn Piet

30 11 2011

Hoezeer we soms van het tegendeel overtuigd zijn, leerkrachten weten niet alles. Daarom zaten mijn collega’s en ik vandaag op een pedagogische studiedag (een conferentie dus) rond het thema taalvaardigheid en begrijpend lezen.

In de eerste helft van de voormiddag begaven we ons allen netjes naar de vooraf bepaalde workshop, de volle aandacht bij het onderwerp en in mijn geval met een grote bereidheid tot discussie. Hoewel interessant en bruikbaar, werd de informatie ons voorgezet zonder dat onze eigen inbreng van belang was. De aanwezigen uit het traditioneel onderwijs leek dat wel te bevallen – hun reacties bleven beperkt tot wat gemompel in hun vuist – maar de Freinetleerkrachten in het lokaal wilden toch zo graag hun ei kwijt.

Vandaar dat ik na de pauze wat minder meegaand werd en een sluimerende subversiviteit zich van mij meester maakte. Gelukkig bleek de tweede workshop een stuk actiever: we zouden kennis maken met een website die (al dan niet anderstalige) kinderen de kans bood een woordenboek op te bouwen met eigen definities en beeldmateriaal – mywondictionary. Mijn collega Geert geeft lichamelijke opvoeding en mijn directeur hoeft in de praktijk niets meer uit te proberen, dus vormden ze niet bepaald een motiverend gezelschap. Net op de nipper vielen ook Katrien, Cindy, Caroline en Hilde binnen, collega’s die voor een andere workshop ingeschreven stonden maar tijdens de pauze afzagen van hun plan, waardoor ze toch maar liever aansloten bij ons. Het moet gezegd dat dit sfeerbepalend werkte, terwijl we ook de aandacht hoog hielden.

Maar tja… hoewel in het dagelijks leven beschaafd en volwassen al onze verantwoordelijkheden dragend, doet dit soort situaties iets met een mens. Ineens zijn wij weer de leerlingen en moeten we luisteren naar iemand anders. Dat luisteren alleen al is moeilijk – we hebben toch altijd wat te vertellen – maar we steken elkaar ook aan met allerlei infantiele opmerkingen die dan nog eens hilariteit winnen doordat we ze moeten fluisteren. The good old days waarbij je de slappe lach nauwelijks kon bedwingen tijdens de les, zullen wel niet meer terug komen – ik heb al jaren geen slappe lach meer gehad, denk ik – maar de geringste aanleiding is toch goed genoeg om ons weer in de rollen van vroeger te laten kruipen.

Nu, we bleven beleefd en rustig hoor. Maar toen we zelf aan de slag mochten, lieten we ons helemaal gaan. De opdracht was zelf een woord toe te voegen in het on line woordenboek, met uitleg en beeldmateriaal. Meer is niet nodig om ons, respectabele burgers, te laten degraderen tot kinderachtige pubers die bij het woord Sinterklaas vooral de zakken en pieten vermeldenswaardig vinden en kiezen voor weinig flatterende foto’s. Hahaha en hohoho – dat onze leerlingen het maar niet te weten komen.

Maar we schamen ons niet. We hebben gewoon nog eens bewezen dat we een team zijn met veel enthousiasme, dat de zaken van een lollige kant kan bekijken – er zit al zo weinig humor in het onderwijs. Het risico lopend dat u geen voeling krijgt met onze flauwe flow en ons gedrag finaal afkeurt, laat ik toch even meegenieten van onze bijdrage. Het audiofragment blijft u gelukkig bespaard.

En morgen zijn we weer gewoon volwassen en pedagogisch verantwoord en een voorbeeld voor uw kind…





Pim Pam Pet

7 10 2011

In de klas:

‘Een lichaamsdeel met een … F!’

Tiebe: ‘Fukjoevinger!’

Geldig antwoord, toch?





Playmobil forever!

15 02 2011

Er lag ook heel wat playmobil op zolder.

Blijft toch leuk.





Schatten op zolder

13 02 2011

Al enige jaren ligt de zolder van mijn ouderlijk huis er onaangeroerd maar geenszins ordelijk bij. De laatste jaren was het voornamelijk een opslagruimte voor alles wat in de weg stond. Toen mijn moeder zo stilaan genoeg kreeg van deze  onoverzichtelijke opeenstapeling van herinneringen en ooit-nog-van-pas-komende prullen, schoot mijn broer in actie. De zolder werd volledig opgefrist en heringedeeld en de grote schoonmaak kon beginnen.

Met zijn drieën duiken we dus al enkele zaterdagen ons verleden in. Deze keer was het speelgoed aan de beurt. Wij zijn geen weggooi-familie en alles waar maar een fractie van een herinnering aankleeft, is bewaard. Boris en ik worstelden ons daar vrij makkelijk doorheen. Kringloopcentrum, afval, bewaren: voor ieder voorwerp waren er drie opties.

Mijn moeder ligt dat minder. Zij bewaart werkelijk alles, verdwijnt bij ieder legoblokje in een waas van nostalgie en kan geen afscheid nemen van spullen waarvan ze al lang niet meer wist dat ze ze had. Maar langzaam maar zeker werkten we ons door de strips en boeken, spelletjes en puzzels, lego en playmobil, prullen en lorren, knutselwerkjes, documentatiemateriaal, medailles, postkaarten, krantenartikels, foto’s, posters en tekeningen, … Onze eerste stappen in zelfexpressie, doorgaans niet al te gênant, riepen massa’s herinneringen op. Ik wist bij zoveel voorwerpen nog tal van anekdotes vol details te vertellen.

Zo was er een gezelschapsspel waarbij je zelf kruiswoordraadsels kon ontwerpen. Een Duitse variant op Scrabble. We kozen het zelf uit in de winkel zonder dat we wisten dat het voor ons was. Mijn moeder had ons die dag meegenomen naar het speelgoedparadijs Embany. We kozen snel de Sint-Maartengeschenken uit die we al lang vooraf wilden, maar mijn moeder wilde ons toch nog wat extra bieden – wat waren we toch brave kinderen. Ze maakte ons wijs dat ze voor twee andere kinderen een gezelschapsspel wou kopen en dat wij best konden kiezen wat leuk leek. Onze aandacht was al volop bij ons nieuw speelgoed en slechts half geïnteresseerd wezen we Das Kreuzwörtspiel uit – of hoe het ook correct gespeld wordt. Toen thuisgekomen bleek dat het spel eigenlijk gewoon voor onszelf was, hadden we weliswaar geen spijt dat we niet iets toffer gekozen hadden, we realiseerden ons wel dat we daar vanaf nu dus wel regelmatig zouden moeten mee spelen. Het spel is nu nog in perfecte staat, zegt dat genoeg?

Ik vond ook mijn vriendjesalbum van de lagere school terug. Dat mocht blijkbaar niet bezoedeld worden door krabbelaars. Alle kinderen die het mochten invullen, moesten hun antwoorden mondeling meedelen of op een kladblaadje noteren, en ik schreef die dan zelf over. Ooit leed ik aan controledwang, blijkbaar.

We bleken ook alle legocatalogussen bewaard te hebben, van 1983 tot 1990. Die heb ik niet meteen doorbladerd, om te vermijden dat het opruimwerk stilviel, maar ik popel wel om ze eens rustig te doorbladeren en opnieuw te smachten naar alles wat we toen zo graag wilden en nu nog altijd erg aantrekkelijk lijkt.

De massa kinder- en jeugdliteratuur die we aantroffen wees ons er ook op hoezeer onze verbeelding had vorm gekregen door wat er in huis was en wat we op televisie bekeken. Er zaten best wat foute dingen tussen.

Die ligt nu dus bij het oud papier. In tegenstelling tot dit fijne fotoboek met verhalen van een olijk duo. Gekregen van de paasklokken in 1984 of zo.

Sommige boeken herinnerden we ons geenszins. Omdat we ze nooit echt gelezen hadden of omdat ze toen al oninteressant leken. Nobel van mijn moeder om ons met dit op te zadelen, maar het is ongelezen gebleven en nu natuurlijk een héél klein beetje passé.

Het speelgoed is zo goed als achter de rug. Volgende keer duiken we ons schoolleven in. Drie dozen lagere-school-schriftjes staan te wachten.





Rechtzetting

15 09 2010

De felicitaties alom van de mensen om me heen, en in het bijzonder de reacties op de foto waarop ik schijnbaar trots poseer met een trofee in de handen, doen me vermoeden dat de meeste mensen het een hele prestatie vinden dat ik met teamgenoten Stijn en Hanne afgelopen zondag de Moviequiz 2010 won op het Vlissingse filmfestival Film by the Sea. Bij deze dien ik één en ander in een juist daglicht te plaatsen.

Goed, wij wonnen dus. Maar daar dient misschien alleszins al aan toegevoegd te worden dat er slechts 8 ploegen deelnamen. En géén daarvan betrof zo’n typische die hard filmfreakploeg waardoor een team van ons niveau doorgaans afgedroogd wordt. Laat ons deze overwinning dus niet uitvergroten tot een bovenmenselijke prestatie, in tegenstelling tot wat het gigantesque van de trofee ook mag doen vermoeden. Om maar te zeggen: de trofee is potsierlijk en buitenproportioneel.

Niet dat de quiz (‘zeg niet filmquiz maar moviequiz’) papsimpel was. De vragen waren van een zeer degelijk niveau en waren voldoende gevarieerd. We dienden toch wel wat in ons filmgeheugen te graven en sloegen soms de bal mis. De scores lagen erg dicht bij elkaar, dus het was best spannend – al schreeuwde ik onze triomf al uit vanaf de eerste ronde. Daarnaast leden we onnoemelijke honger en kou. Nu ja… de beloofde beschikbare hapjes waren er niet en de deuren van de foyer lieten heel wat wind binnen. Reden genoeg voor mij om het op een zeuren te zetten. Een mens vertrekt dan om 11u na een snel ontbijt, komt daar rond de middag aan en meent een quiz van 5 uur lang te moeten uitzitten. Een hapje is dan welkom. Maar deelnemers aan de quiz mochten de tot de bioscoop behorende snoephoek echter niet betreden. Het enige alternatief was een dunne, akelige hamburger uit een soort op kinderen gericht restaurant. Maar goed dat de inschatting van de duidelijk wat onervaren organisatoren volkomen fout zat: om iets na 3 bleek de quiz al aan zijn einde te komen. Dat gaf ons, filmliefhebbers die nooit een kans op een (nieuwe) film laten liggen, de gelegenheid om nog een film van het festival mee te pikken. De Finse zedenkomedie Haarautuvan rakkauden talo beviel ons redelijk.

Maar het ontging me haast dat er eigenlijk wél een reden is  om deze trofee verdiend te hebben: we moesten drie uur lang naar Jan Verheyen luisteren! De presentator van dienst bleek echter ongelooflijk mee te vallen. Hij was vlotjes in de omgang en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat hij enige sympathie had voor de enige Vlaamse ploeg. Na afloop kwam hij spontaan een babbeltje slaan. Op het feit na dat hij ons enigszins protserig met de releasedatum van zijn nieuwe (naar verluidt niet bijster goede) film om de oren sloeg, was hij verbazend sympathiek en geïnteresseerd. Voor de heilige boontjes onder ons die zich afvragen waarom me dat verbaast: omdat hij op televisie altijd zo vreselijk irritant is natuurlijk.

Dient verder nog vermeld te worden: dat Stijn’s parkeerkunstje – iets waar hij blijkbaar toch wat onzeker over is – er eentje was dat gerust als demofilmpje op de rijschool kan vertoond worden. Dat de cocos-met-citroen-zandkoekjes van Hanne een troost waren in hongerige tijden, al bleken ze geen spek naar mijn bek te zijn. Dat Stijn’s  vrees dat ik meestal voor- en familienaam wil noteren op het antwoordformulier ons punten kan kosten, terecht was toen Vivien Leigh eigenlijk Janet Leigh was. Dat de drank dan toch niet gratis was. Dat het leven achter de schermen van het Gentse filmfestival een boeiend kijkspel zou opleveren. Dat panfluitmuziek beluisteren ook zijn grenzen kent. Dat het schriele kereltje dat na afloop naar onze trofee kwam kijken, maar gewoon een excuus zocht om ons onder neus te wrijven dat thuis al vier van die trofeeën had. En tenslotte dat een uurtje verpozen in de Vlissingse zon me een klein vakantiegevoel bleek te bieden en ik daarmee wellicht het laatste uit de zomer heb gehaald.





Sven – Kinepolis: 1-0

7 05 2010

Geheel onbescheiden wens ik het volgende stukje te wijden aan het feit dat ik afgelopen donderdag deel uitmaakte van de quizploeg die de Gentse editie van de Kinepolis Filmquiz won. Ik zou het daar kunnen bij laten wat de mededeling betreft, maar dan zou het hier om pure opschepperij gaan, terwijl ik er toch liever prat op ga u vooral deelgenoot te willen maken van mijn waarnemingen en bedenkingen bij evenementen en de bezoekers ervan, eerder dan alles op mezelf te betrekken. Ahum.

Laat ik eerst maar vooral bekennen dat er niet te veel op te scheppen valt. In de eerste plaats was ik te gast in een ploeg van zeer hoog niveau, die deze quiz zelfs al enkele keren eerder won. En dan was dit ook gewoon een haast belachelijk gemakkelijke quiz, ongetwijfeld samengesteld door mensen die fan zijn van Bruce Willis of Jennifer Aniston en zeker 7 films per jaar zien waarvan drie met sprekende dieren. En die schrijffouten maken in de vraagstelling.

Enige eigendunk was te merken bij de ronde die volledig rond Kinepolis zelf draait. Hoeveel ongevallen Geert Bert, broer van gedelegeerd bestuurde Joost Bert, al veroorzaakt heeft – met of zonder helikopter – , werd niet gevraagd, wel werden we bv. verondersteld te weten in welke landen in Europa Kinepolis geen vestigingen heeft. Zo werd deze ronde met nog 9 onleuke vragen verder opgevuld. Maar dat hoefde ons blijkbaar niet te deren, want we gokten in deze multiple choice ronde slechts 2 keer fout. Zo weet ik nu dat er al 31 3D-schermen zijn in België! Hoe de lelijke dwerg uit de afvalspotjes heet, wisten we dan weer wel, maar dat werd niet gevraagd.

Nu, enige uitdaging bood wel de rubriek ‘filmmuziek’. Naast enkele obligate, zelfs voorspelbare nummers zat er toch minstens ééntje in die wellicht niet al te veel mensen herkenden, ook al was het een erg bekend stukje. Ik geef mezelf hierbij nogmaals een schouderklopje voor dat correcte antwoord, waarmee ik mijn ploeg toch minstens één keer van mijn waarde kon overtuigen. Het bleek voldoende te zijn om ons aan de overwinning te helpen, met maar één punt meer dan de opvolgers en zelfs een ex aequo met een andere ploeg. Volgde dus een schiftingsvraag waarbij de ooit in Kinepolis werkzaam geweest zijnde Ottelien moeiteloos kon inschatten hoeveel lege plaatsen er nog in de zaal waren. Zo reed de hoofdprijs – om ietwat onbegrijpelijke reden in een winkelkar van Aldi – richting Keyser Söze.

Het wachten tussen de vele snel opgeloste vragen werd veraangenaamd door de onbedoeld lollige ploeg op de rij voor de onze. Antwoordformulieren werden verkeerd ingevuld, vielen zelfs enkele meters naar beneden, en reacties als ‘De broer van Ben Affleck heet Casey? Dat kan niet, dat is een meisjesnaam!’ deden glimlachen omwille van de geheel eigen logica ervan.

Rest me nog enige ergernis te ventileren ten opzichte van de presentator die zijn roeping als Club Medanimator helaas gemist heeft waardoor hij zijn geforceerd enthousiasme dan maar de hele avond op ons moest los laten. Maar ik bespaar u verder commentaar omdat het eigenlijk best mee viel, hoezeer mijn teamgenoten zich ook ergerden en team captain Stijn  overwoog de door de sponsor ter beschikking gestelde blikjes Cola Zero maar richting presentator te keilen. Het werkelijk afschuwelijke Law Abiding Citizen waarop we nadien getrakteerd werden, vond ik echter stukken minder draaglijk, al was Bert het daar zeker niet mee eens. Maar ik geef u het advies gewoon de trailer te bekijken en u de rest te besparen.

Voor wie benieuwd is naar de prijzenpot: dvd’s, filmtickets, gezelschapsspelen en … een barbecue. De fles Martine Fiero (1 fles!) met plastic ijsemmer negeer ik even om de waardigheid van onze zege te bewaren.





Geen titel

24 04 2010

Kijk en kijk en kijk opnieuw.





Profiel van een 11-jarige

9 04 2010

Als je een week met zestig 10- tot 12-jarigen doorbrengt in een niet nader te noemen bos, ben je als ervaringsdeskundige in deze leeftijdscategorie weer helemaal up-to-date. Twee jaar geleden zette zo’n natuurweek me aan tot mijmeringen over takken en kampen. Deze keer kom ik tot andere conclusies – iedere groep is anders.

Gsm’s waren verboden en daar kon ieder zich ondanks heel wat gezeur zonder moeite aan houden. Om nog maar even te vergelijken met vorig jaar: toen had vrijwel geen enkele van mijn leerlingen een gsm, deze keer heeft meer dan de helft er één (thuis gelaten). Ze lijken hem niet te missen, maar voor die enkele kinderen die meer dan 50 sms’jes per dag versturen, is het wel afkicken. En je leerkracht geef je niét je nummer. Niet omdat hij dat nummer niet mag weten, wel omdat je je dan verplicht wordt hem ook in je telefoonboek te plaatsen. En dat is dan vooral een probleem ‘als je volgend jaar op de middelbare school met een nieuwe vriend of vriendin je lijst overloopt en die vraagt dan; ‘wie is Sven?’, en dan moet je antwoorden: ‘mijn oude meester!’. Schamelijk.’ Op mijn vraag of dat dan de gewoonte is, met iemand je lijst overlopen om te tonen wiens nummer je allemaal hebt, was het antwoord bevestigend. Ik ben op meerdere vlakken een oude meester aan het worden dus.

Waar je wél nog steeds vanop aan kan is dat de doorsnee 11-jarige nog altijd van snoep houdt. In kilo’s, in dozen, in gigantische zakken. Er kan niet genoeg mee zijn. Chips om half tien in de ochtend of wat zure matten meteen na een zware maaltijd (mét dessert), het moet allemaal kunnen. Hyper worden ze er van natuurlijk. High on sugar, rondstuiterend als een op hol geslagen rubberen balletje.

Horrorverhalen? Jaaaaaaaaaaaa!! Maar niet griezelig en zonder bloed en niet te veel doden en geen ingewanden en liefst niet op een kerkhof. Vooral niet eng dus. Horror voor kinderen. Begin er maar eens aan. Geen klachten echter, ze blijven een zeer gewillig en dankbaar publiek, ook al gaat de plot nergens heen en sluit je abrupt af omdat het bedtijd is.

Apenstreken en wandaden? Amper, al mag u dat verbazen. Toegegeven, de laatste dag waagde het iemand het brandalarm in werking te doen treden, maar dat was meer een impulsieve dommigheid dan een geplande actie. Op de naïeve oproep van mijn collega of de dader zich vrijwillig wou komen melden, kwam nog reactie ook. Allemaal doetjes. En er werd ook nog wat snoep gestolen. Maar verder, braaaaaaaaaaaaf.

Fuiven? Een bosklas sluit je obligaat af met een fuif, zou je denken. Maar dit was de laatste keer, zo concludeerden we. Het interesseert hen uiteindelijk nauwelijks. Na een uurtje zijn de drama’s op, de slows geslowd en alle cd’s al drie keer gedraaid. Waarom zouden we kinderen nog zo’n afgezaagde formule opdringen? De alternatieven, zoals gezelschapsspelen, kenden meer succes. Bovendien zie je dat zich nu al fuifstereotiepen ontwikkelen: muurbloempjes, flirters, observators, dramaqueens, zonderlingen, meelopers, showstealers en genieters. Grappig, maar ook wat triestig. Er staan hen nog tientallen en tientallen van die droeve get-togethers te wachten waarop ze zich vooral moeten gedragen als alle anderen en het vaak een kwestie is van de kat uit de boom kijken – want slechts een elite heeft het in zich, dat feestbeest. Waarom zouden we hen nu al confronteren met de frustrerende sociale conventies die amateurfuiven kenmerken? Al kreeg A. wel een brief van haar zus met de raad zich goed te amuseren want ‘de fuif is de mooiste tijd uit van uw lagere school!‘ Ik moet daar dan ook niet cynisch over doen. De uitgelatenheid is ook erg tof om te zien en als je die pre-pubers zich volledig ziet gooien op de dansvloer, ongegeneerd, moet je dat moment ook koesteren: dit zijn érg gelukkige kinderen.

Over post gesproken, dat blijft ook een voltreffer voor iedere 11-jarige. Het onnozelste kaartje met nauwelijks een woord op doet al plezier, dat spreekt vanzelf. Mama’s en papa’s maken echter ook vaak halve knutselwerkjes, sturen dat drie dagen vooraf op zodat het kind bij aankomst al een brief in de handen gedrukt krijgt en hebben het adres verspreid onder familieleden. Hele roedels honden en katten blijken plots ook te kunnen schrijven, elk excuus is goed om iets in een envelop te proppen. Wie uitverteld is, vult ook nog snel een halve bladzijde met de samenvatting van Thuis die week. Minder creatieve ouders sturen dan weer gewoon een fax en zekere vaders vragen hun 10-jarige of hij ‘al veel grieten heeft binnengedraaid?’. De kinderpuzzel zou bij sommigen snel gelegd zijn. Moslimouders schrijven over het algemeen niét, maar sms’en of bellen naar de leerkracht.

Zijn ze stoer en vroegvolwassen, onze leerlingetjes? Welnee. Ze huilen, treiteren, plagen, lachen, troosten, giechelen en prutsen zoals 10-jarigen dat altijd al gedaan hebben. Ze willen een knuffel, hangen aan je armen tijdens het wandelen en komen op je schoot zitten. Ze missen hun mama, ze hebben zeer aan hun vinger, ze plassen al eens in bed en doen twee verschillende sokken aan. Ze vinden hun tandenborstel niet, gaan met vuile handen aan tafel en strooien meer hagelslag rond hun bord dan op hun boterham. Ze doen onnozel, vinden onnozel doende volwassen nog erg leuk, vertellen moppen over Jantje en over gekken. Alles klopt. Nog altijd.

De conclusies komen steeds weer op hetzelfde neer: de meeste kinderen zijn eindeloos interessanter dan de meeste volwassenen. En hen in al hun aandoenlijke onwetendheid en doorprikbare schijnvolwassenheid bezig zien, maakt van mijn beroep nog maar eens een groot genoegen.





Pappenheimwee (4)

18 11 2008

Uw geduld wordt beloond, beste lezers. Ik verklap u eindelijk hoe mijn deelname aan De Pappenheimers in 2004 is afgelopen.

alibaba1Waar waren we gebleven? Mijn moeder en ik stonden 100 punten voor. Het zal van de sympathieke maar weinig pientere Peer afhangen of zijn team alsnog de finale haalt. Kent hij het antwoordt niet, dan winnen wij… Maar zelfs het kleinste kind weet het antwoord op de vraag: ‘Wat zei Ali Baba om de grot te openen’. Peer geeft dan ook zeer overtuigd het juiste antwoord. Wij vallen af.

Er wordt afscheid van ons genomen en ik mag nog melden dat ik me in het geheel nergens aan geërgerd heb – wat eigenlijk wel zo is, al blijft die goedgekeurde verspreking van Filip Peeters me toch wat parten spelen. Daarna nemen we plaats tussen onze teleurgestelde supporters om de finale te aanschouwen.

pappenheimers_0044 pappenheimers_0023 pappenheimers_0015

Op dat eigenste moment ben ik niet eens heel teleurgesteld. De sportieve sfeer die het programma uitstraalt, is vrij echt en daardoor is verliezen niet zo heel erg. De glimlach valt niet van mijn gezicht te beitelen. Toch moet gezegd dat onze tegenspelers daar ook toe bijdroegen. Zij speelden hun rol als underdog zo voortreffelijk, dat zelfs wij voor hen zouden supporteren. De finale was hen meer gegund dan Frans en Tim die zich vooraf in de rol van onoverwinnelijken nestelden. Maar wat wellicht nog een veel grotere rol speelt, is de afloop van de finale. Zoals de productie het voorschrijft, laten Peer en Els eerst hun BV zoveel mogelijk correcte antwoorden sprokkelen. Peeters slaagt daar moeiteloos in, maar dan raken ze de pedalen kwijt. Peer geeft het ene foute antwoord na het andere. Het koppel verliest dan ook met glans en, daar moeten we eerlijk in zijn, dat verzacht ook onze pijn. Allemaal met lege handen naar huis na ons rot geamuseerd te hebben, dat kunnen we fair vinden. Niet slecht bedoeld natuurlijk, maar is dit geen aannemelijke menselijke reactie? Onze teleurstelling was wellicht veel groter geweest als onze tegenspelers met enkele duizenden euro’s naar huis zouden gaan.

Onze supporters lijken genoten te hebben en er wordt druk nagepraat. Meester Marc laat horen wat hij allemaal wel wist en mijn oma moet even bekomen. Terwijl wij de spanning doorspoelen, start  – vrij laat op de avond al – nog een opname. Wij kunnen intussen formeel zijn: dit was voor ons een bijzondere, misschien zelfs wat sensationele beleving die zo’n storm aan emoties losmaakt dat we er nog dagenlang op wolkjes van zullen lopen. De productie is blij met de spannende aflevering, we krijgen als troost nog een fles champagne.

pappenheimers_0033Uiteraard wordt er nadien druk geanalyseerd. Wat hadden we moeten weten? Wat waren de flaters? Mijn moeder is wat pessimistisch. Ze heeft de indruk dat haar juiste antwoorden zich beperkt hebben tot vragen over seks, drank, muziek, roddel en nostalgie. Zal heel Vlaanderen haar leren kennen als een dom blondje? Welnee, en wat zou het, als je daar moeiteloos het charisma van een hele resem Missen en tv-omroepsters zit te overtreffen, glimlachend en stralend? Ikzelf geniet nog na van de alertheid ‘Jezus’ te antwoorden op een zeer onwaarschijnlijke vraag. En als spelletjesspeler was dit natuurlijk ook genieten.

Drie maand later

De uitzending valt samen met een quizavond van de jeugdbeweging. Die zal onderbroken worden, zodat op een groot scherm kan gekeken worden. Ik opteer pas na de uitzending langs te komen. Je weet maar nooit  hoe idioot, onnozel, dom of belachelijk je over zal komen (of bent). Dat kun je dan maar beter niet ontdekken met tientallen getuigen. We kijken dus thuis in familiekring, opnieuw vol zenuwen. Maar wat valt dat goed mee! We kijken opnieuw vol tevredenheid terug.

In de weken die volgen, ben ik op school een grote ster. Mijn leerlingen hebben massaal gekeken en veel ouders vertellen me dat ze ook de volgende dagen nog naar de aflevering kijken (‘Welke film wil je zien: Toy Story of Finding Nemo?’ – ‘Meester Sven!’). En hoe gek het ook klinkt, ik word op straat herkend! Eén keer toch…

We krijgen te horen dat Erik Van Looy alles voor ons verbrod heeft. Tja, hij gaf wel enkele foute antwoorden, maar dat deden wij ook. Verder moeten we her en der wel bevestigen dat hij sympathiek was en Tom Lenaerts ook. Dat de slag van Verdun aan bod kwam, bevestigt onze veronderstelling dat een voorbereiding altijd nog wat kan opleveren. Dat winnen niet voor ons is weggelegd, is een andere familiale verzuchting. Dat het vooral een zeer fijne ervaring was, hoeven we niet te verkondigen, want ‘daar koop je niets mee!’. Dat we al onze supporters dankbaar zijn omdat hun aanwezigheid echt deugd deed, komt te sentimenteel over om zomaar te verklaren. Dat er veel over te vertellen valt, hebt u als bloglezer ook gemerkt. Dat het onvergetelijk was, is overduidelijk.

Ik kan nu niet naar De Pappenheimers kijken zonder alles nog eens vaag opnieuw te beleven. Het is en blijft ook een steengoed programma. Ik kan u dus van harte aanbevelen ook een keer (proberen) deel te nemen.





Pappenheimwee (3)

15 11 2008

Wat voorafging: onze deelname aan De Pappenheimers lijkt op te zullen houden na de tweede ronde. We staan laatste, maar één correct antwoord kan alles redden. Het gaat om een muziekvraag, die mijn moeder moet trachten te beantwoorden vóór Axl Peleman

Tom Lenaerts’ ‘lalala’ is amper uitgestorven of mijn moeder heeft al afgedrukt. Uiteraard, want wat hebben we nog te verliezen? Haar eeuwige liefde voor muziek laat haar niet in de steek: ‘Pour un Flirt’ luidt het zelfverzekerd. Dan valt een ijzingwekkende stilte die uren lijkt te duren. Mijn moeder herinnert zich de vraag – wat is de titel en tevens ook de eerste zin? – ‘Avec toi, je ferais n’importe quoi’ maakt ze af, de woorden die de hele zaal al in het hoofd had. Het antwoord is juist en onze tribune barst los. Een triomfantelijk moment.

axlpelemanEr wordt afscheid genomen van Frans, Tim en Axl, en als kandidaat realiseer je je dan dat dit wel erg vroeg in het spel is. Wat zijn we opgelucht dat het hier voor ons niet ophoudt. Dit is gewéldig leuk. De derde ronde gaat van start en deze keer dienen de kapiteins zelf te bepalen wie welk thema speelt. Soms zijn de titels wat cryptisch aangegeven, dus het is wat gokken. In ons achterhoofd nog steeds de twee vooraf meegedeelde antwoorden, ‘Jezus’ en ‘Mister Manhattan’.

Ik laat mijn moeder het thema ‘cocktails’ spelen, gezien haar grote ervaring in de horeca. Ze doet dat goed, want ze weet wat in caïpirinha zit en herinnert zich de ‘Mister Manhattan’ als bijnaam voor Woody Allen. Het antwoord dat ze niet kent, geeft ze door aan Els, die het ook niet weet.

Het volgende thema is ‘kannibalisme’, dat gespeeld wordt door Filip Peeters. Bij zijn derde vraag, ‘Welke film sluit af met deze woorden van een menseneter: ‘I’m having an old friend for dinner’?’, aarzelt hij en zegt dan ‘Hannibal the Cannibal’, wat fout is. Maar Lenaerts, die ik geenszins van partijdigheid verdenk, helpt even: ‘Welke film?’ was de vraag’. Toch zou je kunnen zeggen dat Peeters’ antwoord  eigenlijk een titel is en hij dus fout geantwoord heeft. Hij herstelt zich echter en geeft het correcte antwoord: ‘The Silence of the Lambs’. Is hannibaldat wel geldig? Ik heb mijn bedenkingen, maar anderzijds is dit gelukkig Blokken niet, waarin je antwoord perfect moet zijn. Ik zou trouwens vermoeden dat wij ook hulp zouden krijgen in zo’n geval. Alleen stellen we later wel vast dat het foute antwoord uit de aflevering werd geknipt. Het kan dus niet anders of iemand anders heeft ook gemeend dat hier een schijn van partijdigheid ontstond. Was het de adrenaline die ons belette te reageren? Het spel gaat alleszins door.

Ik geef het thema ‘te duur voor wat het is’ aan onze teamgenoot Erik Van Looy. Ik heb geen idee wat dit inhoudt, maar het blijkt om luxeproducten en dure artikelen te gaan. Van Looy blijkt de koivis niet te kennen, maar geeft verder wel twee goede antwoorden. Zo blijft de stand natuurlijk ongeveer gelijk. Wanneer Els een zeer makkelijke vraag over Beethoven niet kan beantwoorden, geeft ze de vraag door aan Erik, die helaas ook fout antwoord. Jammer, maar we denken er (nog?) niet aan Erik Van Looy een blok aan ons been te noemen. Ook ik geef vervolgens (mijn enige) foute antwoord, door de zender La Deux niet te kennen en mijn moeder verwart Alexander Graham Bell en Thomas Edison. Allemaal gemiste kansen, want het verschil blijft miniem. Dat onze tegenspelers vrijwel niets goed beantwoorden, lijkt niet in hun nadeel te spelen – zo zit het spel nu eenmaal in elkaar.

kelly-pfaffIk neem vervolgens het thema ‘shockerende uitspraken’ op mij. Ik stel opnieuw vast dat de vragen alle betekenis lijken te verliezen als je zo geconcentreerd bent. Wanneer de vraag “Wie zei in een Brasschaatse villa: ‘Sam, blijft van mijn trees’?” luidt, raak ik gedesoriënteerd. In die luttele seconden blijk ik zelfs niet meer te weten of Brasschaat nu in België of op de Noordpool ligt. En wie is in godsnaam Sam? Maar leve de Story die mijn oma me elke week voorlegt bij een bezoekje. ‘Kelly Pfaff’ klinkt het net op tijd. 100 euro voorsprong.

“Welke menslievende goeroe uit de oudheid zei: “ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard!’?” is de volgende vraag. Aartsmoeilijk toch? Ik pieker me suf. In die paar seconden race ik door mijn geheugen. Socrates? Buddha? Harry Krishna? Ravi Shankar? Willy Sommers? Ik trek grote ogen en schud mijn hoofd, ‘denk aan de tijd’, klinkt het. Ik voel al onze dierbaren achter me de adem inhouden. Een wanhoopspoging; ‘Jezus!?’ De zaal barst in lachen uit. Ik zat er duidelijk naast, toch een kleine afgang. Maar Lenaerts kijkt doodserieus en kijkt bestraffend naar het publiek. Dit antwoord is… correct! 400 euro voorsprong. Nog 4 vragen, kan het nog mislukken?

De volgende vraag brengt me terug naar een reportage van Panorama, maar die is me niet bekend. Ik geef door aan Peer, in de terechte veronderstelling dat hij dit echt niet weet. De stand verandert niet. Lenaerts vergeet wel het juiste antwoord te geven en dus doorbreek ik even de spanning door er naar te vragen. Zo laat ik me even als de betweter van dienst kennen.

Dan weer serieus, het laatste thema is ‘grotten’. Peer moet spelen, twee goede antwoorden volstaan om zijn ploeg nog te laten winnen. Wij kruisen de vingers. Peer bleek niet van de aandachtigste te zijn, noch etaleert hij een grote algemene kennis. Wat weet hij van grotten?

De grotten van Remouchamps kent hij niet, maar wij jammer genoeg ook niet. Verdomme toch. Maar het kan nog. Nog 2 vragen. Nick Cave blijkt echter een wel zéér makkelijke vraag te zijn en Peer scoort. De moed zakt ons een beetje in de schoenen. Want als Peer de volgende vraag miraculeus genoeg toch goed kan beantwoorden, gaat zijn ploeg naar de finale! Dan klinkt de laatste, alweer veel te makkelijke vraag en nog voor ze helemaal gesteld is, besef je dat het gedaan is. ‘Wat moest Ali Baba zeggen om toegang te krijgen tot de grot?’.

Zegt Peer ‘Oma, wat hebt u grote oren!’?  Gaan wij met duizenden euro’s naar huis? Wordt de aimabele Lenaerts gestenigd door onze supporters? U leest het … hier!

Lees ook deel 1 en deel 2





Pappenheimwee (2)

13 11 2008

Onder luid gejuich betreden we de studio. De supporters zijn in form, al mogen ze dan hun spandoek niet tonen (wegens hinderlijk in beeld). Maar het gebaar kan tellen. Het is een rare combinatie van glunderende mensen. Collega-leerkrachten en collega-filmproductiemedewerkers naast oma’s en ksa’ers. Bijna iedereen die we er graag bij hadden, is aanwezig (Linda verdwaalde intussen op de Brusselse ring, Michèle zat in Wales en Arne in Bologna, …). Een warme gloed jaagt door mijn aders. Dit moment alleen al is al het wachten waard.

De show gaat van start. Mijn moeder neemt plaats op de middenste stoel, maar het is wel de bedoeling dat ik daar straks zit, kapitein van het team zijnde. De begingeneriek zweept ons op. Het koude zweet staat me in de handen.  Peer en Els mogen zich eerst voorstellen. Peer scoort met zijn naam en zijn beroep – boekenarchitect, wat volgens mij gewoon wou zeggen dat hij layouter of iets dergelijks is, wie weet werkt hij gewoon in een drukkerij, maar je moet jezelf kunnen verkopen natuurlijk  -, zijn vrouw met haar zwangerschap.

DR1014_Eric_CLAPTON 79942Dan zijn Frans en Tim aan de beurt, die zich beiden grote fan verklaren van Eric Clapton en verder uitblinken in braafheid. Laat ons maar snel overgaan naar onszelf. Wij glunderen wat af. Mijn moeder mag eerst verklaren wat ze aan mij zou willen veranderen. ‘Wat milder worden en minder kritisch’ luidt haar aannemelijke antwoord. In het daaropvolgende gesprek mag ik verklaren dat ik me erger aan mensen die in de bioscoop een plaats open laten en later dan vragen op te schuiven, en bij de vraag of mijn leerlingen me ook ergeren, kan ik gevat reageren dat het vooral de ouders zijn die me ergeren. Ik voeg er snel aan toe dat niemand dat persoonlijk mag nemen, maar er wordt al flink gelachen en zo is het ijs gebroken. We gaan van start.

wandaAllereerst worden ons drie antwoorden vooraf meegegeven: ‘Pruimen, Jezus en Mister Manhattan’. Dan vangt de eerste ronde aan, waarin je (snel) moet afdrukken als je denkt dat je medespeler het antwoord weet. De kokers waarin de bekende Vlamingen zitten, komen enkel aan bod als niemand het antwoord weet. Aan hun stem kan je dan raden wie het is. Mijn moeder hoort ‘film’ in de eerste vraag en drukt meteen af. Dankzij A Fish Called Wanda scoren wij meteen 100 punten. Maar ik stel nadien vast wat ik onlangs ook bij de opnames van Blokken meemaakte: de vragen lijken in het ijle te zweven en ondergaan een metamorfose tegen dat ze je gehoorgang bereikt hebben. Plots klinkt alles Chinees en is opperste concentratie nodig.

In de daaropvolgende vragen komen wij niet meteen meer aan bod, tot onze grote paniek. Peer laat zich opmerken door een wandelende tak een wandelend blad te noemen en in één van de kokers blijkt al snel Filip Peeters zijn kenmerkende stemgeluid uit te brengen. Meteen daarop herkennen we ook Erik Van Looy, tot onze verrassing en de sympathieke Antwerpenaar Axl Peleman. Frans en Tim doen het intussen goed, ze weten vooral zaken die ik absoluut niet zou weten. Zo gaat het even door. Peer weet niets, de kokers doen hun werk en wij komen er geheel niet aan te pas. Maar doordat de BV’s het niet zo schitterend doen, verdienen wij toch heel wat punten. Mijn moeder weet gelukkig ook dat Sigrid Spruyt het bed deelt met Raymond van het Groenewoud en dat zorgt ervoor dat we na de eerste ronde op de tweede plaats komen te staan met 300 punten. Vader en zoon staan op 1 (met 500) en Peer en Els hebben nog geen punten.

filippeetersIn de tweede ronde komt er een BV bij. U herinnert zich nog dat wij al bij onze preselecties op Erik Van Looy hoopten, nu was de kans toch wel groot. Peer en Els kiezen Axl Peleman, maar wijzen de verkeerde koker aan en krijgen dus Filip Peeters toegewezen, een knappe quizzer. Van Looy is dus voor ons. Daar zijn we blij mee – hij kan compenseren voor onze ontbrekende sportkennis – maar natuurlijk is hij ook een grote filmkenner en dat ben ikzelf ook. Overlappende kennisvelden lijken me dan weer wat riskant. Gelukkig is één van de thema’s Die Mannschaft, en ik weet zelfs niet wat dat is, dus dat schenken we al graag aan onze BV. In de koker moeten we 9 thema’s onder onszelf verdelen. Dat verloopt best oké, al is het wat beleefd wikken en wegen.

Even later zijn we er uit en nemen we opnieuw plaats aan onze ‘balie’. Ik mag verklaren waarom ik nu in het midden zit nu, en beken dat ik een controlefreak ben. De kapitein mag in de derde ronde immers de thema’s zelf verdelen. Terwijl de kijker intussen al een mooie quiz gezien heeft, lijkt voor ons alles nog te moeten beginnen. De tweede ronde in het bijzonder, is zéér spannend, want één duo valt af.

Ik speel het thema ‘Leuk Lotharingen’. Els geeft al meteen blijk van veel kennis over dit thema door de ‘haring’ in het woord ook effectief als ‘haring’ uit te spreken. Zoveel wist ik er toch al van, maar dat was het dan ook vrees ik. Aardrijkskundige kaarten uit de middelbare school doemen vaag op in mijn achterhoofd, ik zal er maar het beste trachten van te maken, deze ronde staat op weinig punten. Maar wat een geweldige toevalligheid doet zich dan voor. Had ik in de auto nog zuchtend zitten bladeren in mijn moeder’s voorbereiding – een schriftje met lijstjes waaronder belangrijke geschiedkundige momenten – dan wil net dat één feit dat me daarvan is bijgebleven, het antwoord op de eerste vraag zijn. ‘Het verdrag van Verdun’ laat ik schoolmeesterachtig horen. Mijn oude collega Marc, die voor eens zijn stofjas thuis gelaten heeft, zit trots op me  te wezen. het levert ook genoeg adrenaline om deze ronde verder te zetten. Ik weet ook dat de vrouw van Ronald Reagan Nancy heette, wat ook een stad is in de betreffende streek. Het derde antwoord is ‘pruimen’, één van de vooraf gegeven antwoorden, maar niemand  antwoord juist.

Erik Van Looy scoort vervolgens één juist antwoord in het thema ‘meeneemchinees’ (een voetbalvraag!) en Peer en Els blijven op 0 staan. In het thema ‘Misters’ scoren we alledrie één keer, de thema’s voor 100 euro zijn daarmee uitgespeeld. Jaja, beste lezers, misschien doe ik u een plezier al deze details te besparen, maar ik kijk graag eens grondig terug op deze belevenis, ik schrijf dit tenslotte ook voor mezelf. In het thema ‘Piraten’ scoort Erik niét en beginnen Frans en Tim, tot hun eigen genoegen, serieus aan kop te komen. Wat zich deze namiddag bij de repetities afspeelde, lijkt zich te gaan herhalen. Ik voel me wat onzekerder worden en allerlei dramatische scenario’s nemen vorm aan in mijn gedachten. Achter ons kronkelt mijn grootmoeder van de spanning en moet men collega Marc intomen om niet elk antwoord veel te luid te fluisteren.

In het thema ‘woorden op -is en -ak’ kom ik niet aan bod. Ik begrijp niets van de opdracht, in de veronderstelling dat je steeds 2 woorden moet antwoorden op elke vraag… Niet dus, en ik zorg ervoor dat we plots… laatste komen te staan. De moed zakt ons in de schoenen. Alle lof aan mijn moeder echter, die in het thema ‘Liefdestechnieken’ twee keer weet te scoren. We zitten weer in de race, al blijft het héél nipt.

hulkTen slotte spelen we voor 300 euro. Erik speelt Die Mannschaft, maar levert ons niets op. Onze achterstand wordt weer groter. Ook in het thema ‘Groenblijvers’ lukt het niet echt, al kent mijn moeder gelukkig wel Lou Ferrigno, de Hulk. Toch ziet het er niet goed uit voor ons. Nog één thema te spelen, wij staan laatste met 1800 punten, Frans en Tim hebben 2000 en Els en Peer, die eigenlijk nauwelijks een goed antwoord gegeven hebben, staan aan kop met 2200. Op dat moment zag je ons wellicht figuurlijk een beetje leeg lopen. Dit was ons rampscenario, dat zich nu aan het voltrekken was. Als eerste afvallen. Een vernedering en een afgang. Tientallen jaren doemdenken in onze familie focussen zich op dit ene moment: wat zouden wij nu een kans maken in deze quiz? Het geld zegt ons al lang niets meer, dit is gewoon zo prettig en spannend dat we absoluut niét naar huis willen.

Het laatste thema is ‘Liedjes met La La’, een muziekronde waarbij Lenaerts een deuntje zingt en daar een vraag bij stelt. Mijn moeder pijnigt haar geheugen, maar komt niet op de titel Daydream van de Wallace Collection. De anderen gelukkig ook niet. Terwijl mijn lichaam alvast een rigor mortis aanneemt, wordt de tweede vraag gesteld. Peer herkent meteen het Smurfenlied en meteen belandt hij met zijn eega rechtstreeks in de derde ronde. Nu wordt het alles of niets. Tim en Frans in de finale of Gerda en Sven? We voelen onze supporters collectief de adem inhouden. Een muziekvraag, en dat tegen Axl Peleman??? … 

Lenaerts: ‘Wat is de titel en tevens ook de eerste zin van dit nummer? Lalalalalala, lalalalalalala, lalalalalalala, lalalaaaa’.

Herkent mijn moeder tijdig Luc Steeno’s Hij speelde accordeon? Wordt Meester Marc de zaal uitgezet? Valt mijn oma in zwijm? Niets van dit alles. Wat dan wel, u leest het hier.

Lees hier deel 1





Pappenheimwee

11 11 2008

Nu De Pappenheimers weer aan een nieuwe reeks begint, denk ik terug aan mijn eigen deelname, al heel wat jaren geleden. Dat bleek zo’n leuke ervaring te zijn – in tegenstelling tot deelnemen aan Blokken onlangs – dat ik er al lang eens een stukje wou over schrijven.

Ik overwoog  – in 2003 – eerst een aantal mensen met wie ik me wou inschrijven. Toch besloot ik snel mijn moeder mee in te schakelen: ik was er vrij gerust in dat zij goed zou kunnen inschatten welke vragen ik kon beantwoorden, en omgekeerd. Bovendien leek een moeder-zoon-duo me origineler dan de gebruikelijke ‘2 vrienden’ of ‘2 broers’. Daarnaast was mijn moeder’s tv-présence ruimschoots bewezen als vast panellid in een praatprogramma, dus dat speelde in mijn voordeel.

Enkele weken (of maanden?) na onze inschrijving mochten we bij Woestijnvis deelnemen aan de preselectie. Die bestond uit een kennistest en een cameratest. De vragenronde hield het oplossen van een aantal vragen in waarbij alle kandidaten in een zaaltje tussen de decorstukken moesten gaan zitten (de befaamde babbelbox stond er zelfs opgesteld!) en er onder toezicht ieder apart een blad moesten invullen. Moederlief heeft wel één keer gespiekt bij mij! Voor de vraag ‘Hoe heten de meisjes van K3?’… Meteen na het afgeven, kregen we te horen wie geslaagd was. De gebuisde duo’s vielen meteen af, maar wij hadden veel van de vragen correct. De preselecties van Blokken zouden later veel moeilijker blijken.

erik-van-looyVervolgens was er een gesprek met twee productiemedewerkers. In de loop der jaren zouden mijn moeder en ik allebei, in onze respectieve pogingen deel te nemen aan allerlei quizzen, geconfronteerd worden met domme, onwetende en onnozele tv-makers, maar hier kregen we gelukkig twee mature en ernstige mensen voor ons. Ze lieten ons wat vertellen over elkaar, voor de camera, en dat vonden wij zelf zeer vlot verlopen. We zijn rad van tong en als ik mijn best doe, kan ik heel vriendelijk overkomen.

Men vroeg ons ook met welke BV we zeker niet wilden samenwerken. Daar waren we het zonder overleg over eens: Rob Vanoudenhoven, voor wie we niet echt sympathie hadden. Uiteraard bestaan er ontzettend veel grotere eikels – Ben Crabbé, Walter Grootaers, Jean-Marie Dedecker, … – maar die associeerden we eigenlijk niet met De Pappenheimers. Bovendien vonden we het wel leuk de mensen van Woestijnvis eens te laten weten dat echt niet iédereen het voor deze stuntel had. Met wie wilden we dan wel in één team zitten? Ook daarover bestond unanimiteit: Erik Van Looy, de sympathieke filmliefhebber (die toen nog niet bekend stond als presentator).

De volgende test was een oefenspelletje tegen een ander duo. Het betrof een ernstige broer en zus van rond de 50, die we moeiteloos klopten. Toch had ik de indruk dat we ons ook een beetje inhielden om niet al te gretig of alwetend te lijken. We hadden al vaak gelezen dat de deelnemers aan De Pappenheimers toffe mensen moesten zijn, en fanatieke quizzers zijn dat vaak niet. Ik ben alleen tof als ik er mijn best voor doe. Ze vroegen ons ook waarom we wilden deelnemen, en ik denk dat we toen simpelweg gezegd hebben: ‘Omdat er veel geld te winnen valt’.

De dag zat er op. Al vrij kort daarop kregen we een telefoontje dat we geselecteerd waren. Dat vonden we waarschijnlijk geweldig, al herinner ik me daar niet veel meer van. De opnames zouden plaats vinden in oktober – midden in het Filmfestival!  – , op een woensdagnamiddag. Ik kon als leerkracht immers moeilijk op een andere weekdag. Voor die dag bestelde ik dus maar geen festivaltickets.

De zenuwen stapelden zich langzaam op. We bespraken de mogelijke BV’s en legden lijstjes aan van allerlei nuttige quizkennis, zoals hoofdsteden en ministers. Niet dat we die uit het hoofd zouden gaan blokken, maar je weet maar nooit wat blijft hangen. Erik Van Looy hadden we afgeschreven: op de dag van de opnames ging De Zaak Alzheimer in première, dus leek ons de kans onbestaande dat de regisseur één van de aanwezige BV’s zou zijn.

Uiteindelijk was het zover. De outfit was gekozen, de vrienden en familie opgetrommeld. Toen we de parking van de opnamestudio opreden, kregen we meteen een ander duo in het oog. Tweelingbroers van het potige type die me wat imponeerden omdat ze er zo onoverwinnelijk uitzagen. Maar al meteen bleek dat zij niet tot onze tegenstanders zouden behoren, want zij werden naar een andere kleedkamer geloodst. Er werden die dag immers twee afleveringen opgenomen. Oef.

Wij waren het eerste duo dat de kleedkamer betrad en waren heel benieuwd naar wie onze tegenstanders zouden zijn. De eerste indruk speelt bij mij een grote rol: ik plaats mensen snel in een vakje om mezelf gerust te stellen. Toen Tim en Frans aankwamen, namen de zenuwen toe. Deze vader en zoon waren redelijk vol van zichzelf en gaven duidelijk blijk van hun zelfzekerheid. Binnen de kortste keren kenden we ook hun hele televisiegeschiedenis. In 1827 of zoiets had Frans een deelgenomen aan De Drie Wijzen. Verloren natuurlijk, maar het lag niet aan hem. Deze man bleek later een wandelend cliché te zijn. Bij elke preselectie kom je ze tegen: dé quizkandidaten. Altijd heten ze Jos of Frans, altijd vertellen ze spontaan aan welke programma’s ze al deelgenomen hebben en altijd hebben ze verloren maar het lag niet in hun handen.

Het volgende duo bleek een stuk sympathieker. Peer en Els waren een min of meer hip koppel dat vriendelijk, relativerend en zwanger bleek. Samen werden we vervolgens naar de studio geleid om kennis te maken met presentator Tom Lenaerts, het decor te betreden en een keer te oefenen. Dat werd een fiasco. we kwamen nauwelijks aan de beurt en Frans wist elke vraag als eerste correct te beantwoorden. We geraakten al een beetje ontmoedigd, al vonden het ook wel spannend en genoten we ook zo wel van het gebeuren. Ons worst case scenario was echter als eerste duo afvallen, want dat vonden we toch een beetje vernederend. Het ons kenmerkende fatalisme liet zich weeral gelden.

Na het eten en de uitleg over plaatsen, regels, afdrukken, de kokers, de kennismaking, enz. werd ons gevraagd (lang) in de kleedkamer te wachten en niet meer ongevraagd buiten te komen, om de BV’s wiens identiteit geheim moest blijven, niet tegen het lijf te lopen. Dat zou zo ongeveer een uur duren en de spanning steeg.

Frans klaagde over het tijdstip van de opnames. ‘Wie kan er nu op een woensdagavond om 19u komen supporteren? ‘ zeurde hij. Heel wat volk zo bleek, want wij hadden zo’n 45 supporters mee en Peer en Els een zestigtal. Frans’ ogen puilden uit. Zijn supportersaantal bestond uit 3 mensen… Qua psychologisch nadeel kon dit tellen. Intussen stroomden de sms’jes met gelukwensen toe.

Toen ontdekten we de gaten in het systeem. Vanuit het raam van de kleedkamer was een deel van de parking zichtbaar. Ik kon de acteur Filip Peeters uit zijn auto zien stappen. Hij was dus één van de mogelijke BV’s, hoewel de kans natuurlijk bestond dat hij voor de tweede opname kwam. Hoe kon ik dit aan mijn moeder kwijt zonder dat de andere kandidaten mijn gedrag geheimzinnig zouden vinden? Ik sms’te haar dus hoewel we maar 2 meter van elkaar verwijderd waren. Zij sms’te terug dat we hem niet zouden kiezen, een beetje een akelige kerel toch. Maar ik herinnerde me uit eerdere uitzendingen wel dat hij veel wist. Toch niet meteen afschrijven dus. Eén van onze supporters liet intussen weten Bart De Pauw gezien te hebben in de inkomhal. Zo kenden we meteen een tweede mogelijke BV, en ook dat leidde weer toch stiekeme sms’jes. Onze tegenspelers leken hun kalmte intussen goed te bewaren. Mijn zenuwen gierden door mijn lichaam, dit was nu al reuzespannend.

Toen was het moment aangebroken dat we naar de studio gebracht werden, waar de supporters al klaar zaten. Terwijl ik dacht echt niet zenuwachtiger meer te kunnen worden, ging mijn hartslag nog een stuk de hoogte in bij het binnenkomen in de studio. We zagen een volgepakte tribune met een heel pak familie, vrienden en collega’s. Er was zelfs een spandoek! Een geweldig moment, hoor, en een mentale boost die kon tellen. Jammer voor Frans en Tim.

Zat ik met Dana Winner in één team? Gaf ik een wel héél dom antwoord? Hoorde ik mijn oma de antwoorden fluisteren? Nee, niets van dit alles. Wat dan wel, leest u hier.





Blokken: de nawee

21 09 2008

Goed, ik ben dus op tv geweest in een quiz die ik verloren heb niet gewonnen heb. Zou het de minst bekeken aflevering van Blokken ooit zijn? Van alle mensen die ik mobiliseerde om mij aan het werk te zien, kon zowat de helft niet kijken. Ze hebben geen tv, moeten naar de kapper, de muziekschool of de zwemles. Zijn nog niet thuis van het werk of zijn al weer weg voor een avondje uit. De tv staat op de verkeerde zender of de video is fout geprogrammeerd. Dat betekent alleszins een boel minder mensen die hun visie op mijn deelname kunnen laten horen. En dat is misschien niet erg.

Want de andere helft heeft wél een mening, zo bleek uit de sms’jes, mails en blogreacties. Ik kon niet met de blokken spelen, zo wordt er gesuggereerd. Wel, ik heb mijn manoeuvres grondig geobserveerd en slechts één keer vind ik dat ik een blokje beter ergens anders had geplaatst. Ik ben namelijk net heel goed in dit spelletje. Mijn conclusie is en blijft dus dat ik gewoon heel erg slechte blokken had. En niet vergeten dat je in dit spel snel moet scoren terwijl je in de gewone Tetris rustig je tijd kan nemen wat op te bouwen om dan bv 4 rijen ineens te scoren. Kijk, wat zit ik mezelf weer te verdedigen. Geef ik wél toe: ik was niet goed in het afdrukken. Het risico schuwend te vroég af te drukken en daardoor de beurt kwijt te raken.

Zwarte kledij is geen goed idee, zo laat het publiek weten. Weet ik, ik droeg dan ook donkerblauw. Wist ik veel dat het nieuwe  decor  ook blauw zou zijn. Ik had overigens andere kleren bij, maar niemand van de productie leek dat iets te kunnen schelen dus heb ik me daar geen vragen over gesteld. Ik vond dat ik er goed uitzag, dus geen zure oprisping wat dat betreft.

Verder mag ik vaststellen dat ik geen domme dingen zeg en niet te veel onzin uitkraam, ondanks de soms gênante situaties waarin Ben Crabbé zijn kandidaten meesleept. Zo is het maar een geluk dat mijn gezicht niet in beeld was op het moment dat Crabbé een lied van André Hazes ten berde begon te brengen. Ik probeerde ‘beleefde glimlach’ uit maar het zag er wellicht uit als ‘plaatsvervangend schaamte gecombineerd met ingehouden minachting’. En ik heb het misschien gemist, maar ook de berisping van Crabbé dat ik veel te onduidelijk praatte (dorst!) lijkt geknipt te zijn. Al bij al ben ik dus in ere gelaten en kan ik zeggen dat ik best wel mezelf speelde.

Ik denk dat ik er ook vrij ongeschonden uitkom wat de kennis betreft. Zeker tegenover de vrij onwetende tegenspeelster. Tom Petty, tja, die ken ik nochtans hoor, maar ik kwam er echt niet op. Gaf Crabbé nog eens de kans de domheid van de mensheid te vervloeken. En ‘L’Elysee’, nog nooit van gehoord, dat zal ik nu wel nooit meer vergeten.

Ik kan natuurlijk wel nog enkele kleinigheden betreuren. Dat ik bij het begin niet eens aan het luisteren was en daardoor het foute antwoord van mijn tegenspeelster niet kon corrigeren, terwijl het zo’n makkelijke vraag was. Dat de overwinning erg dichtbij was en echt wel van één fout minder afhing. Dat één rij meer genoeg was geweest. Maar soit, ik kreeg een digitaal fototoestel, de tegenspeelster kreeg niets. Heeft de beste toch nog gewonnen.

Lees ook:
Blokken: de preselectie
Blokken: de uitgestelde deelname
Blokken: de twijfel vooraf
Blokken: de vragen
Blokken: de andere kandidaten

P.S. Nee, vandepotgerukte, ik zet mezelf niet op Youtube. Binnen een maand of drie hebt u een nieuwe kans bij de middagherhalingen.

P.S. 2: Ja, ik heb echt een foto van mezelf genomen terwijl ik op tv was…





Blokken: de afloop

14 09 2008

De uitzending nadert: aanstaande vrijdag kan men mij aan het werk zien in Blokken. Nu ja, werk… In feite zat ik daar niet veel te doen. Ik verklap u dan ook al graag de afloop.

Wie het Blokkenverhaal van begin af aan wil volgen: er was een preselectie, een uitgestelde deelname, de twijfel vooraf,  en dan na de opnames: het terugkijken op de vragen en het becommentariëren van de andere kandidaten.
En dan nu de essentie: wat vond ik ervan en hoe heb ik het er van af gebracht?

Ik had niet meteen geluk. Om 7u opgestaan om tegen 10u ter plaatse te zijn, scherp staande en klaar voor de aanval, ervan overtuigd dat al mijn parate kennis echt paraat was. Helaas, de loting duidt mij aan als 5e of iets dergelijks. Na 4 opnames waarin ik o.a. iemand 6000 euro zie winnen, en vier ellenlange pauzes mag ik pas tegen 17.00u (!) het nieuwe decor betreden. Ik heb reeds flink getafeld, alle mogelijke scenario’s overlopen, heel wat rondgehangen, … wat er zowat op neerkomt dat de fut er eigenlijk uit is. Even voor de opname van mijn deelname aanvangt, voel ik nog een sprankel energie en aandacht, om dan tegen 10 minuten voor de start leeg te lopen als een ballon. Ik ben op, allang niet meer bij de pinken en ik begin me – als wel vaker – af te vragen wat ik hier zit te doen. Een dom spelletje, zonder enig enthousiasme ingeblikt door een ploeg geroutineerde medewerkers, zuivere schermvulling voor een weinig eisend publiek dat nu al 150 jaar naar dezelfde quiz kijkt. Ik kijk zélf niet eens naar Blokken! De vragen zijn flauw en ongeïnspireerd, Ben Crabbé is een flapdrol die de mensen te kakken zet en er zitten allerlei frustrerende valstrikken in dit spel (‘nee, je krijgt hem niet! Het was ‘the beatles’ en niet ‘de beatles’!)… Is er nog een manier om hier aan te ontsnappen? Hoe boos zou men zijn wanneer ik plots meld dat ik het voor bekeken wil houden?

Maar daar staat Crabbé dan plots. Vertel wat over jezelf, vraagt hij zakelijk. Ik vat mezelf samen in een hoop clichés. Ik heb dorst, maar kan nu niet meer weg. Het microfoontje is aangebracht. Een laagje poeder op mijn gezicht. Daar klinkt de nieuwe tune al – met dank aan Regi. De spots gaan aan. Het publiek applaudisseert. Crabbé lult wat en schenkt dan zijn kandidaten wat aandacht. ‘De Schutter? Waar komt die naam vandaan? ‘ vraagt hij pseudo-geïnteresseerd. Ik krimp innerlijk ineen. Niet dé clichévraag. Wie interesseert dat in godsnaam? Dit was toch niet afgesproken? Ik stamel wat onzin die in het tweede leerjaar leerde over mijn naam. Ik heb zin om Crabbé een vuistslag toe te dienen. Ik wil nogmaals weg. Ik mag – zoals voorspeld – nog wat uitleg geven over het Freinetonderwijs en dat was het. Wil u zichzelf eens in alle banaliteit aanschouwd zien? Doe mee aan Blokken. Ik besef dat ik in 2 minuten ben samengevat. Mooi in een vakje. Tussen 6000 andere Blokkendeelnemers. Terwijl Crabbé een kletspraatje maakt met mijn tegenspeelster, gaan er rillingen door me heen. Ik had evengoed naar een Tupperware-avond kunnen gaan, of op een Haaltertse voetbaltribune gaan zitten. Alledaags, normaal, banaal, opgaand in de massa.

Daar wordt de eerste vraag al afgevuurd. Ik ben gedesoriënteerd. Crabbé lijkt een kilometer ver te staan. Heeft hij het tegen ons? Oei, de eerste vraag is al gesteld én beantwoord. Niet door mij wellicht. Ik weet het zelf niet. Is dit de befaamde black-out die studenten die hun cursus niet opendoen, zo vaak voorwenden? Ook de tweede vraag gaat aan mij voorbij. Hoe zou een buitenaards wezen dit tafereel waarnemen? Twee mensen gaan tussen plastic blokken zitten. Vijf meter verder staat een dikkerd met een brilletje. Hij leest iets van een kaartje. De twee mensen drukken op knoppen en er gaan lichtjes branden… Ik voel me ineens geen deel meer uitmaken van wat voor realiteit dan ook. Dit is een waarlijk droomachtig gebeuren.

Crabbé en de andere kandidate gaan gewoon door. Woorden steken de ruimte over, maar wanneer ze mijn oren bereiken, zijn ze vervormd. Geen Nederlands meer. Ik graaf in geheugen naar de betekenis van basiswoorden. Ik zit met mijn hoofd in de wolken en mijn gedachten ergens anders. Het lijkt wel alsof ik al aan het terugkijken ben op een herinnering die nog niet bestaat. Dorst, nog steeds. Ik word aangesproken. Op mijn gebrek aan deelname. Ik stamel wat. Dat ik de vragen niet begrijp. Wat zo is. Crabbé vindt mij raar. .

Ik ontwaak een beetje. Druk wat af, steeds te laat, maar corrigeer wel alle foute antwoorden van mijn tegenspeelster. Vorm een rij met de blokken. Een  uitbrander voor het gebrek aan muziekkennis, de klassieke Blokkenvernedering. Plots sta ik voor. Einde eerste ronde, ik sta op kop. Naar de Radio Donnastudio. Blinddoek en koptelefoon op.

Tweede ronde. Vijf juiste antwoorden. Wie doet me dàt na? Maar de blokken willen niet mee. Geen enkele past. De ene onvolledige rij na de andere stapelt zich op. Opname wordt stilgelegd. Mijn antwoord was niet verstaanbaar. De score is uiteindelijk matig. De voorsprong blijft want de tegenspeelster heeft het iets minder goed gedaan.

Ik sta eventjes sterk, maar ik vind de ontbrekende fut echt niet meer terug. Het is al bijna 6 uur, ik wil naar huis. Dorst, nog steeds. Crabbé verstaat me niet. Vod uit de mond zegt hij. Ja meester. Ik ben een product in zijn programma, deel van het decor. De quiz wordt afgehandeld. Ik slaag er vrijwel nooit in als eerste af te drukken, maar de tegenspeelster maakt de ene fout na de andere. Weet zelfs niet wie in Mission: Impossible en Top Gun meespeelde. Kent Jef Geeraerts niet. Ik scoor, maar zonder enthousiasme.

Beeldvraag. Ik druk eindelijk als eerste af. Ik zie Sarkozy en zijn Carla, maar de vraag gaat over de ambtswoning van de president. ‘Wat heeft dat met het fragment te maken?’ wil ik vragen. In Blokken slaagt men er vaak niet in de beelden bij de beeldvraag functioneel te laten zijn. Prutsers. Ik weet het antwoord niet. Ik heb, bizar genoeg, nog nooit van die ambtswoning gehoord.

Een ander antwoord wordt afgekeurd. ‘Flauw hoor’ verklaar ik beteuterd. Ik voel me als iemand die een slecht examen aan het maken is.

Voorlaatste vraag. Ik sta voorop, maar niet erg veel. Weer juist. Nog wat blokken erbij zonder een rij te vormen. Duizend keer Tetris gespeeld en er nu nog niets van bakken. Gelukkig laat ik geen rijen liggen en echte flaters bega ik ook niet. Gewoon slechte blokken. Brokken.

De laatste vraag. Ik word rustig. Ik kan misschien winnen. Maar de tegenspeelster drukt eerst af en geeft een juist antwoord. Maakt een rij. Een komt 10 punten voor te staan. Haar blijdschap maakt spatten. Ze wint. Ik voel me leeglopen. Eindelijk is het voorbij. Ik glunder mezelf nog door een krampachtig afsluitgesprekje. Schouders ophalen. Complete desinteresse. En geen greintje spijt, alles laat me koud.

Vijf minuten later zijn de opnames voorbij. De tegenspeelster gaat met lege handen naar huis, ik krijg een digitaal fototoestel (jammer dat de boekenbonnen vervangen werden). Ik krijg spijtbetuigingen die me niets doen. Ik stel vast dat ik het belang van deze deelname écht relativeer.

In de daaropvolgende uren en dagen denk ik na over deze ietwat onwaarschijnlijke belevenis. Leuk was het eigenlijk niet. Ontspannend zeker niet. Frustrerend? Wel een beetje. Die afgekeurde vraag, die slecht gestapelde blokken, de tegenspeelster die basiskennis miste. Het had er in gezeten, enige winst. 1000 euro, misschien? Hoewel ik ook het zevenletterwoord niet zag.

Een week later zijn alle emoties weggeëbd. In de plaats komt de realisatie dat deelnamen aan Blokken echt niets bijzonders is. Ik kijk er op terug als op die dag dat ik een stijve nek had of zo. Onaangenaam maar niet echt pijnlijk. Toch knaagt er ergens iets. Een bittere nasmaak, maar waardoor?  Dan dringt het tot me door: nu komt het ook nog eens op televisie. Moet ik het herbeleven. Moeten alle mensen die ik ken het beleven.

Vrijdag 19 september, 18.30u op één. Enig plezier gewenst, maar u hoéft niet te kijken, hoor.

En daar gaat dan ook mijn bloganonimiteit.





Blokken: de vragen

10 07 2008

De beleving, de kandidaten, de gênante momenten, het nieuwe decor, de afloop, de emoties en bedenkingen bij mijn deelname aan Blokken… u leest het hier later!

Hier alvast: de vragen – voor zover ik me die nog herinner.

De eerste ronde!

1. Hoeveel muntjes hebben een waarde lager dan 20 cent? (4)
Mijn tegenspeelster (Inge) drukt eerder af, dus ik denk eigenlijk niet verder meer na. Wanneer ze het fout heeft, mag ik alsnog antwoorden zonder eigenlijk even stilgestaan te hebben, en dus antwoord ik snel en dus ook fout…

2. Welke telecom(dinges) haalde het voetbalcontract binnen? (er was wel meer uitleg natuurlijk) (Belgacom).
Ik ben helemaal in de war. Wat is telecom? Het lijkt wel alsof Crabbé Chinees spreekt. Zelfs gewone woorden komen me plots onbekend voor. Inge drukt dus af en antwoordt juist. 

3. Hebben Luikse wafels ronde of vierkante vakjes? (weet niet meer)
Ik hoor het (nogmaals) in Keulen donderen, geen idee wat er eigenlijk precies bedoeld wordt. In mijn hoofd probeer ik wafels en hoeken te combineren tot een beeld dat ik herken, maar het zegt me niets. Mijn tegenstandster drukt eerst af en antwoordt juist. Ik begin niet dwaas gezichten te trekken of zo omdat deze vraag ook dwaas is, maar stel me glimlachend boven dit soort onbenulligheden.

4. Wie schreef (en dan een aantal titels waarvan ik me enkel Kongo herinner): (Jef Geeraerts)
Inge antwoordt fout – wat ik al meteen voorspelde – ik mocht herstellen.

5. Geluidsfragment met de vraag: welke zanger hoor je hier, begeleid door zijn band The Heartbreakers en bekend van deze hits (en dan een aantal titels)?
Noch ik, noch mijn tegenspeelster drukken af. Ik ken de groep en ik ken de liedjes en ik blijk dan ook Tom Petty wel te kennen, maar dit zit dus ver weg. Ben Crabbé is ten zeerste verontwaardigd.

6. In welke film (en dan iets van feiten over deze film, die ik me niet herinner). (Gone with the Wind)
Ik antwoord correct en mag ook de beroemde quote uit deze film ten berde brengen.

7. Wat is de som van de getallen tussen 27 en 30?
Alweer drukt Inge eerst af, maar ze antwoordt fout. Ik heb dus tijd genoeg om het juiste antwoord te bedenken en antwoord dus correct.

8. Wat is het laagst in rang (en dan volgen drie gradaties in het leger waarvan ééntje ‘eerste majoor-sergeant’ is, wat ook het juiste antwoord is)?
Mijn tegenspeelster gokt verkeerd. Ik denk beredeneerd te gokken op wat het juiste antwoord is, maar ik zeg enkel ‘majoor-sergeant’. Dat wordt fout gerekend. Ik had eigenlijk gewoon ‘het derde’ moeten zeggen, verdorie. Ik repliceer wel zeer snel: ‘Da’s flauw!’. Dat is dan mijn miniscule wraak op dat eeuwige gemuggezift. Er is natuurlijk een duidelijk verschil tussen ‘majoor-sergeant’ en ‘1e majoor-sergeant’, maar slechts één van die twee zat in de meerkeuze! Wat ik bedoelde was dus overduidelijk.

9. weet ik niet meer.

10. weet ik dus ook niet meer.

De tweede ronde (die alleen wordt gespeeld).

1. De tip is tv-series en daar zet ik meteen 5 blokjes op in. De vraag begint met ‘In welke serie uit de jaren ’70…’ en meteen denk ik dat ik een flater begaan heb want ik hoopte op iets recent. Gelukkig blijk ik wel te weten waarin de personages Vanrastenhoven en Baconfoit voorkomen (De Collega’s) en dus hoera hoera 5 blokjes.

2. Kunstschaatsen is de tip en omdat het over sport gaat, zeg ik automatisch ‘2 blokjes’. Nochtans kan ik me bij dit thema geen ander antwoord voorstellen dan Kevin Van der Perren en dat blijkt dan ook het juiste antwoord te zijn op een vraag die ik vergeten ben. Even twijfel of ik het juist uitgesproken heb, wat bij de tegenspeelster blijkbaar het geval was, maar het is correct.

3. Volgende tip is Ligging in België. Het duurt weer enkele seconden voor tot me doordringt (ja, ik was er echt niet met mijn hoofd bij) wat er precies bedoeld wordt met deze vraag, maar ik leg wel snel de link met aardrijkskunde, waar ik niet heel goed in ben. Ik kies weer voor 2 blokjes, hoewel ik weet dat 2 het antwoord is op de vraag ‘Hoeveel provinciegrenzen steek je over om van Antwerpen naar De Panne te gaan?’

4. Edelgesteente zegt me ook niet veel en ik kies opnieuw voor 2 blokjes. ‘Welke edelsteen bestaat voor 100% uit koolstof?’ Ik heb geen flauw idee, maar ik redeneer dat het wel een bijzondere steen moet zijn, dus gok ik correct op diamant.

5. Ik heb nog 4 blokjes over voor een onderwerp dat me voorlopig niet te binnen schiet. Alleszins gaf ik een juist antwoord, zodat ik dus 5 op 5 heb (niet slecht hé!), maar mijn blokkenbord is een knoeiboel…

De derde ronde (waarbij je 50 punten verliest als je verkeerd gokt)

1. Tip: okapi.
Hoeveel poten heeft een impala?
Inge drukt alweer zeer snel af en antwoordt correct.

2. Tip: Rain Man.
De tegenspeelster drukt eerst af (dju, het is nochtans een filmvraag en die zijn voor mij!) en de moed zakt me in de schoenen want de vraag is papsimpel: ‘Wie speelt de hoofdrol in Top Gun en Mission: Impossible 2? Maar… het meisje antwoordt: Mel Gibson! Ik mag met veel plezier corrigeren.

3.Tip is modeontwerpers. Wat is de voornaam van modeontwerper Cardin? Inge weet het niet en ik graaf in mijn geheugen want echt een grote beroemdheid is dit nu ook weer niet… Gelukkig schiet ‘Pierre’ me net op tijd te binnen.

4. Deze vraag weet ik niet goed meer, iets met ‘in welke zee’ en het antwoord was ‘Indische Oceaan’. Ik kom er niet aan te pas, want Inge is correct.

5. Beeldfragment. We zien Sarkozy op een persconferentie bekennen dat hij een koppel vormt met Carla Bruni. De vraag – die eigenlijk helemaal niets met het fragment te maken heeft – is: ‘hoe heet de ambtswoning van de Franse president?’. Ik druk eindelijk eerst af maar – o drama! – ik weet het antwoord niet! Inge ook niet, maar ik ben wel 50 punten kwijt! Het antwoord is Elysée, maar ik beken eerlijk dat ik daar nog nooit van gehoord heb (van de Champs Elyssées natuurlijk wel, vooraleer iemand dat hier opwerpt).

6. Geluksbrengers
Welk deel van een konijn breng geluk? Ik druk eerst af en antwoord ‘konijnenpootje’. Dat had eigenlijk ‘poot’ moeten zijn – zou je Crabbé niet wurgen? – maar de o zo milde jury keurt het wel goed. Terecht toch!

7. Tip is Fixkes. Ook hier kan ik maar twee mogelijke antwoorden bedenken, dus ik druk meteen (en ook als eerste) af. Inderdaad, ‘kvraaghetaan’ is het juiste antwoord (Stabroek zou het antwoord op een andere vraag kunnen geweest zijn).

8. ?

9. ?

(ik graag in mijn geheugen om me de vragen te herinneren. Goed mogelijk dat ik ze niet moeten beantwoorden heb, want anders wist ik ze misschien wel nog…)

10. Tip is trema. Inge drukt eerst af en antwoordt correct op de vraag: ‘Op de hoeveelste ‘e’ in het woord ‘bobsleeën’ staat een trema?

(de volgorde van de vragen is uiteraard niet dezelfde)

En de finale?

Uitzending op 20 september…

(aan de mensen die de afloop al kennen: nog even niet verklappen in eventuele reacties, ik maak er graag een mooi artikeltje van..)





Blokperiode

9 07 2008

Studeren moet ik gelukkig niet meer doen, maar morgen neem ik wel deel aan Blokken. Het gevoel is identiek: een sprankel zenuwachtigheid, een tikkeltje ongerustheid, enige tegenzin zelfs. Examenstress, zeg maar.

Ik ga er immers niet van uit dat ik veel kans maak om te winnen. Ik ben wel wat op de hoogte van één en ander, maar van heel wat zaken ook weer niet (geschiedenis en sport zijn mijn zwakke punten) en bovendien hangt zoveel af van je tegenspeler.

Op zich hoeft dat voor mij niet veel uit te maken. Ik doe vooral mee voor de fun, omdat ik van quizjes en spelletjes houdt. Dat ik er iets mee kan winnen, is wel belangrijk, maar niet het doel. Het probleem zit hem er echter in dat anderen blijkbaar wel verwachten dan je goed scoort. M.a.w. als ik morgen verlies, zal ik daar zelf niet mee zitten, maar moet ik wel de reacties van supporters overal te lande aanhoren. Ik kan natuurlijk ook gewoon verzwijgen wanneer ik op tv kom, dan mist minstens de helft van mijn kennissenkring mijn optreden en gaat mijn afgang aan hen voorbij! Wat als ik een filmvraag niet weet of een fout maak bij het hoofdrekenen?

Maar kijk, dat is geen optimistisch uitgangspunt natuurlijk. Mijn tegenspeler kan een gepensioneerde huisvrouw zijn die nog nooit Tetris heeft gespeeld of een twintiger die niet weet wie Edith Piaf of Tony Corsari is (zal je Ben Crabbé horen!).

Maar wat ga ik aantrekken? En zal ik het volhouden Ben Crabbé niet proberen even belachelijk te maken als hij doet bij zoveel kandidaten? De spelregels zijn overigens gewijzigd: vanaf nu mag de winnaar blijven terugkomen, ook na 3 keer spelen. Ik kan beginnen fantaseren dat ik de eerste speler ben die 6 afleveringen na elkaar speelt, maar ik maak mij geen illusies.

U hoort er nog wel van. Of net niet. Brand morgen maar een kaarsje!





Hoe goed ken je SveN?

20 04 2008

Wie al eens door blogland wandelt, zal ontdekt hebben dat het quizzen-over-jezelf momenteel erg populair is. Trouwe Svenfans herinneren zich misschien nog dat ik hen meer dan 5 jaar geleden al uitdaagde on line deel te nemen aan een Svenquiz, zodat ik bij deze geenszins beschuldigd kan worden van meeloperij. Maar wat maakt het ook uit? Het is gewoon leuk en ik ben blij door enkele bloggers uit mijn blogroll herinnerd te worden aan een leukigheid waarmee ik mijn lezers kan uitdagen!

Het neemt amper tijd in beslag en kost weinig moeite: de Svenquiz.
Bedankt voor uw deelname!

Kent u ook Aïda, Menck, Osahi of Margogo?





Bosmijmeringen

15 03 2008

Ik vertoefde de voorbije week in de bossen, mét het klasje. Ontspannend hoor, ondanks de drukte. Alle impulsen en drukte komen maar van één kant op je af, in tegenstelling tot in een gewone schoolweek, waarbij je overstelpt wordt met vragen, problemen, afspraken en heel veel *spannende* en *verrassende* wendingen van alle mogelijke kanten.

Deugddoend is vast te stellen dat bepaalde kinderen zich op een heel andere manier manifesteren dan in de klas. Arbaaz spreekt plots wel heel erg goed Nederlands. Charaf heeft eindelijk alle ruimte om ongeremd grappig te wezen. Leander hoeft zich niet te concentreren en vindt plots alles goed. Monica blijkt wonderbaarlijk snel te aanvaarden dat ze zelfs mét natte voeten niet zomaar mag opgeven. Ik zie Raoul voor de allereerste keer in twee jaar huilen en merk dat Joyce in het dagelijks leven veel zelfstandiger is dan in de klas. Verrassend.

Een tweede vaststelling: kinderen spelen zooooo graag! Ze worden omringd door gsm’s, mp3-speler’s, playstations en pc’s met internet en msn, willen schoenen op wieltjes, plakboeken met stickers en elke week de Joepie, maar steek ze in een bos en al die spullen worden overbodig. Een stok. Dat is genoeg. Vooral de jongens hebben allemaal binnen het kwartier een tak in de handen. Multifunctioneel, zo’n stok.

Kampen blijven het ook goed doen. Drie takken teken elkaar en je hebt al een hut. Mos wordt van bomen geschraapt om een bedje te maken. Met steentjes wordt een pad gemaakt. Moedertje en vadertje politie en dief, ridder en koning. Ook al zijn ze 11 en 12.

Dan zijn er de kikkers en de eekhoorns. De modder en het zand, de beek, de bladeren en nog meer takken. Met de botten aan overal doorheen. Onuitputtelijk, zo’n bos. Spreekt eigenlijk vanzelf, maar een mens moet zo nu en dan nog eens met de neus op de feiten gedrukt worden blijkbaar.

bostaferelen.jpg

bostaferelen2.jpg

Ik denk dat ons leven veel simpeler kan. Ik mis mijn email en internet ook geen minuut, daar in dat bos. Mijn blog kan me gestolen worden, ik hoef heen krant of humo te lezen. Niet dat dat bos plots spirituele neigingen doet ontwaken, maar door met slechts één taak bezig te zijn, die je dan nog graag doet ook, verloopt de dag zoveel eenvoudiger. Een mens komt uitgerust thuis, mentaal gezuiverd, alle stress is achtergebleven.

bos2.jpg

En nu weer business as usual.

 








%d bloggers liken dit: