Zelfverloochening?

1 04 2013

verheyenMen zou denken dat het me heel wat slapeloze nachten heeft gekost, maar dat zou een leugen zijn. Vrij snel en voor sommigen ook zeer plots heb ik besloten na de vakantie enkele weken halftijds te gaan werken. Met enige pijn in het hart en een zekere stress ook – ik laat mijn klas echt niet graag in andermans handen – maar als er zich opportuniteiten aanbieden, moet een mens die grijpen hé. Nu de knoop is doorgehakt, kan ik eindelijk verklappen wat al een tijdje hangende was: ik ga een (kleine) rol spelen in de nieuwe film van Jan Verheyen.

Dat komt natuurlijk als een donderslag bij heldere hemel, want iedereen weet toch dat ik Verheyen al meermaals vervloekt heb en me dood erger aan zijn goedkope, ongeïnspireerde films. Ik heb hem ook al enkele keren ontmoet en ondanks zijn vlotte babbel vind ik hem glad en voortdurend op zoek naar aandacht. Daarnaast heb ik nooit de ambitie gehad te acteren.

Enkele weken geleden sprak mijn collega Geert, die nu en dan in reclamespots opduikt, echter over een edelfigurant die gezocht werd voor Het Vonnis, Verheyen’s nieuwste film, en waarvan de beschrijving wel bij me leek te passen. Ik schreef me in voor de lol, had een ontmoeting met de casting director en ontmoette Verheyen al kort nadien. Ik hield op dat moment mijn bedenkingen voor me, al dacht ik stiekem al aan de reacties dat zo’n rabiate tegenstander van Verheyen als ik mezelf verloochende. Maar ik stond open voor deze nieuwe ervaring en wilde mijn kans niet verkijken.

Enkele dagen later kreeg ik verrassend nieuws. Ik kreeg iéts meer dialoog (een zin of 8) en was nodig in 6 verschillende scènes (meestal op de achtergrond)! Dat betekende wel 7 opnamedagen, en die vielen helaas niet allemaal in de paasvakantie. Ik zal dus twee weken maar halftijds op school zijn, maar het lijkt me een niet te missen kans om eens wat anders te doen.

Over de inhoud van de scènes mag ik niet te veel verklappen. Ik speel een alleszins een louche figuur (mét pruik!) en heb scènes met Veerle Baetens (hopelijk leest die niet wat ik hier over haar schreef. Of hier.), Jo De Meyere, Sven De Ridder, de formidabele Marilou Mermans en Wietse Tanghe. Niét met hoofdacteur Koen De Bouw dus, maar ik mag al niet klagen, vind ik.

Over mijn belevenissen op de set zal ik voorlopig niet kunnen bloggen, pas na de release van de film kan ik uitweiden over deze nieuwe ervaring. Maar ik hou jullie dus op de hoogte van de mate waarin ik Verheyen helaas misschien wel zal gaan appreciëren…

(En check vooral de datum waarop dit bericht geschreven werd)

Advertenties




2012: De Conlcusie

5 01 2013

Ik heb me in het verleden nooit aan voornemens gewaagd, voornamelijk omdat ik al best tevreden was met mezelf en toch niet dacht nog te kunnen veranderen. Op 1 januari 2012 had ik me echter opgelegd conflicten met collega’s te vermijden. Of om precies te zijn: ik wilde voorkomen dat ik collega’s afblafte of al te cassant terechtwees. De maanden voordien had ik immers iets te vaak naar mijn zin mensen op hun plaats gezet. Nu dat jaar om is, kan ik eindelijk weer mijn tanden tonen.

Nee, grapje. Ik kan besluiten dat mijn voornemen vrijwel geen moeite heeft gekost en het me dus gelukt is meer geduld en vriendelijkheid aan de dag te leggen bij een conflict. En dat denk ik beslist ook het komende jaar te kunnen volhouden. Van nieuwe voornemens is geen sprake, want verder ben ik eens te meer best tevreden met mezelf.

tevredenDit mag dan al zelfgenoegzaam klinken, ik heb het voorbije jaar zeer bewust gelet op de mate waarin ik tevreden/blij/gelukkig was en kan alleen maar tot de vaststelling komen dat ik dat het grootste deel van de tijd ook was.

Als ik terugkijk op het voorbije jaar zie ik vrijwel geen tegenslagen of problemen van onoverkomelijke aard. Ik heb niets verloren, er is niets gestolen, ik heb geen ongelukken gehad, heb niemand pijn gedaan, ben nauwelijks ziek geweest. Er is me eigenlijk vrijwel niets negatief overkomen. Ik heb wat gesukkeld met mijn computer, woon nog niet zoals ik het zelf zou willen, erger me wat aan het verkeer en heb best wat tijd verloren op treinperrons. Er waren en zijn best wat frustraties op school, ik zit met mijn gedachten wel eens bij familieleden die kopzorgen hebben, heb wel eens wakker gelegen van stress of nijd, heb het soms te druk naar mijn zin en een enkele keer vreet ik mezelf op door negatieve gedachten. Het nieuws kan me nu en dan eens uit mijn lood slaan, ik denk aan het noodlot, de toekomst, het milieu, mijn gezondheid en de dood.

Maar al bij al valt dat dus allemaal best mee, weet ik hoe hier mee om te gaan en zijn dit geen uitzonderlijke situaties. Om maar te zeggen: u lijdt toch ook? Maar de weegschaal helt ondanks dat alles duidelijk over naar het positieve. Dat klinkt misschien niet helemaal geloofwaardig voor iemand die toch ook bekend staat als kankeraar en zagevent. Maar wie me kent, weet dat ik ook constructief, hulpvaardig, empathisch, optimistisch en vrolijk kan zijn. ‘Bescheiden dus misschien iets minder’, koppelt men daar vaak aan, maar ik geloof sterk dat een mens zijn positieve kanten moet kennen en dat dat in mijn geval misschien wel de basis vormt van mijn grote levenstevredenheid.

De meeste dagen sta ik dus goedgehumeurd op, snel ik goedgemutst naar school, geef graag les, vind mijn leerlingen het grootste deel van de tijd aangenaam, ben elke week wel eens compleet in de wolken met mijn formidabele collega’s die als een tweede familie zijn, kom steeds graag thuis en geniet van mijn vele hobby’s en vrienden.

In 2012 was er veel om tevreden op terug te kijken, zelfs al zie ik sommige mensen te weinig en moet ik met één kwalitatief moment per jaar al tevreden zijn wat sommige vrienden betreft. IMG_3644Er was een geweldig trouwweekend met Jan & Ilse, een kajakweekend met ups en downs, een Ardens verblijf onder vallende sterren, een wandeling rond Brussel, housewarmings, etentjes, babybezoekjes, brunches, verjaardagsdrinks, barbecues. Nu ja, dat staat allemaal in het meervoud hoewel ik echt niet de indruk wil wekken dat ik van het ene feestje naar het andere hol. Ik doe niet altijd genoeg moeite om overal bij te zijn, vind ik, maar ik wil er wel altijd voor zorgen dat de tijd die ik met anderen doorbreng kwalitatief is, want ik zie te veel mensen niet genoeg. Maar ik denk dat er al veel moet verkeerd lopen wil ik hen ooit nog kwijtraken, al zijn de inspanningen niet steeds van beide kanten gelijk.

Er waren kleine momenten van verrukking. Dit stukje schrijven en de persoon in kwestie een week later tegenkomen en daar samen blij om zijn. Van die dagen waarop er echt niets te klagen valt. Een onverwacht sms’je, een bedankje, een inside joke, een opmerking die je doet zweven, een heel fijn gesprek. Te weinig mensen halen hun energie uit zo’n kleine dingen.

Dat ik een massa films gezien heb, wist u al. Vaak in tof gezelschap, mensen die ik koester omdat het altijd zo’n opluchting is vast te stellen dat er anderen zijn die even gepassioneerd met film bezig zijn als ik. Maar ook omdat het we ook over het non-fictieleven kunnen babbelen. Er was het filmfestival als traditioneel hoogtepunt, eens te meer geweldig en gezellig en uitputtend. En filmquizzen tussendoor als alerthouders.

Ik ben me er niet altijd van bewust dat het in de stad wonen zo’n dimensie meer geeft aan mijn vrije tijd. Ik lijd verre van een telegeniek leven en wil mezelf niet tot een hippe stadsbewoner bombarderen, maar toch ben je hier altijd omringd door mogelijkheden. En als een avond eens een ochtend wordt (en dat is eerder uitzonderlijk), en ik fiets naar huis terwijl in de verte de dageraad nadert, voel ik dat ik in een stad hoor. Ook al ben ik al 35 en blijft dit niet duren. Maar dat mijn favoriete Haaltenaren het me dan niet kwalijk nemen dat ik hier zo graag vertoef.

IMG_8747En er was DOK natuurlijk. Al zat het weer niet altijd mee, de magie van deze plek viel niet te ontkennen. Ook dit was de stad, dit was de zomer. Wat een ploeg, vol toffe mensen en nieuwe vrienden. Wat een sfeer en wat een locatie. Beslist memorabel, het soort ervaring waar je later nostalgisch op terugkijkt. Hoe fijn ook dat ik toch heel wat mensen heb kunnen overtuigen om eens langs te komen, ook vanuit dat toch niet zo verre Haaltert. Ik heb echter niet alleen genoten van het sociale aspect van DOK, ook het samenwerken was zo bevredigend. Merken dat er naar je geluisterd wordt, appreciatie krijgen voor je werk, elkaar snel begrijpen en op één lijn zitten: dat is een luxe die ik iedereen zou toewensen op zijn job. Op de hoogdagen jezelf uitputten, maar weten dat je collega’s ook doorzetten. De fysieke vermoeidheid na sommige dagen, was heerlijk. De drink na sluitingstijd altijd geweldig.

Ook van mijn andere (echte) collega’s kan ik niet klagen. Ik werd eindelijk benoemd en vierde dat maar al te graag met mijn collega’s. We beleefden alweer een topteamweekend, steunden elkaar in moeilijke dagen, sloegen ons samen door de zoveelste directeursverandering, zeverden, lachten en gierden op vele, vele andere momenten. Ook in mijn opleiding, dat zestal weekends per jaar, heerste er een enorme positieve sfeer, al krijg ik mezelf niet aan het werk. Maar iedere tweedaagse zorgt voor een energie-opstoot en dat ligt voor minstens de helft aan die fijne mensen daar.  Ik had meer dan twee jaar geleden nooit kunnen denken dat ik met zo’n groep uiteenlopende karakters (en dan nog allemaal leerkrachten!) overweg zou kunnen, en vooral: zij met mij.

IMG_4758Mijn familie is er ook nog. Etentjes en nog meer etentjes. Voor verjaardagen of zomaar. Uitstapjes of bezoekjes. Een ballonvaart ook, afgelopen jaar. Ik voel me wel eens schuldig en egoïstisch omdat ik ook in hun geval mijn heil zoek in een (dus niet zo heel verre) stad en hun dagelijkse beslommeringen dus niet deel, maar ik breng toch erg graag tijd met hen door. Het gaat goed met iedereen, ook dat was een opluchting in 2012. Mijn opa is helemaal niet zo ziek als hij zelf wel eens zou willen, en een oma wil euthanasie zonder dat ze ziek is, maar verder stellen we het allemaal goed en in 2013 word ik zelfs nonkel.

Even terug naar die andere kant van de weegschaal. Ik zat met 50 geweldige kinderen op  bosklas, ieder jaar de leukste week van het schooljaar. Omdat al die impulsen van de buitenwereld wegvallen en ik wat minder meester ben en het dus gewoon allemaal zeer ontspannend is. En dan slaat in Zwitserland het noodlot keihard toe, met een bus in een tunnel. De waarde van het extreme geluk en de zorgeloosheid van onze leerlingen, werd plots onschatbaar, in schril contrast met de nachtmerrie die vele anderen op datzelfde moment beleefden. Ik was diep onder de indruk.

Twee dagen na onze terugkeer overleed Carine. Een inspirerende, formidabele vrouw, geveld door een vreselijke ziekte. Haar afscheidsviering was overweldigend emotioneel, maar ook zo persoonlijk en diepgaand, dat ik vrede kan hebben met haar dood, hoewel ik haar nu en dan ook mis. Ik leefde ook mee met vele anderen die dierbaren verloren. Iemand verloor een vader, iemand een broer, iemand een nieuw leven, iemand twee grootouders. Je kan zo weinig doen dan, maar mijn wensen van sterkte betekenen wel letterlijk dát en mijn gedachten zijn ook echt bij hen.

Ik las onlangs nog; ‘Als we al onze problemen op een hoop gooiden en die van de anderen zagen, zouden we die van onszelf snel teruggrijpen’. Ik heb dus in essentie helemaal geen problemen of zorgen, hoezeer ik ook zaag en zeur. Ik ben zelfs haast een van de gelukkigere mensen die ik zelf ken! Al voeg ik er aan toe dat ik misschien geen al te hoge verwachtingen heb van het leven. Ik ben tevreden, en de ene zal vinden dat ik snel ben, en een ander zal vinden dat ik dat met recht en rede ben. En of tevreden ook gelukkig is, maakt voor mij in deze niet uit.

Wat misschien wel het meest negatieve is in mijn leven, momenteel, is echter de veronderstelling dat de dingen dus niet direct veel beter kunnen. Of wel kunnen, maar niet direct zullen worden. Misschien is dit wel al het hoogtepunt van mijn leven? Soit, ik zal niet kunnen zeggen dat ik er niet van genoten heb, op mijn eigen bedaarde manier. Maar ik word wel ouder. Fysiek gezien valt dat nog net mee, al start ik 2013 met beduidend minder hoofdhaar en moet ik toch iets te vaak naar dokter of kinesist. Maar met aftakeling hou ik me wel bezig als het er is. Het is vooral het mentale besef. 35 klinkt ook zo middelmatig. Een stuk minder interessant dan 25 of 30. Iemand van 35 is niet meer verrassend, ik verras ook mezelf nog zelden. Ik vond mezelf een veel leukere leerkracht toen ik 30 was. Maar wel een minder evenwichtige mens, dat ook. Ik bekijk mezelf soms ook door de ogen van anderen en dan zie ik … tja, iemand van 35. Soms lijk ik niet meer in bepaalde plaatjes te passen. Verdere gedachten heb ik daar eigenlijk niet over, en ik neig geenszins naar het depressieve wat dat betreft, maar ik ben dus geen jong gastje meer.

Anderzijds zou ik om veel reden ook niet terug jong willen zijn. Ik vind dat het leven mij al heel veel geleerd heeft en dat ik die kennis over mezelf aangrijp om weer verder te groeien. Keuzes maken wordt alsmaar makkelijker en spijt heb ik bijna nooit. Ik had veel mensen kunnen zijn maar degene die ik nu ben vind ik eigenlijk ferm oké. Ik kan met mezelf leven en kan overweg met het leven. En dat wens ik eigenlijk iedereen ook toe in het nieuwe jaar.

Bedankt alvast aan iedereen die bijdroeg. En aan wie volhield om tot hier te lezen.





Me-time! NU!

28 09 2012

Het kan plots omslaan: gisteren beleefden we op school een topdag. We organiseerden met bijna driehonderd leerlingen een kookdag, waar ook het met zijn allen verorberen van al die heerlijke hapjes bij hoorde. Het was een bijna nazomerse dag, alles verliep smooth, ik ontdekte de geneugten van het wokken, en danste zelfs op de tafel ter vermaak van de ukken.  Na school kwamen we met ons team en Freinetgoeroe Marcel tot prachtige, inspirerende inzichten. Ik deed er nog een half Engels/half Nederlands oudercontact bovenop met een heel dankbare ouder, trof in mijn brievenbus het leuke geschenk aan dat ik voor mijn jarige grootmoeder bestelde, stak met veel genoegen de rest van mijn filmfestivalprogramma in elkaar en sloot de avond af met een ontroerende film.

Vandaag viel de stress als een betonblok op mijn kop, hoewel ik dat eigenlijk doorgaans nooit erken. In de klas verliep alles vrij behoorlijk. Tot we naar het zwembad vertrokken. Met vierentwintig prepubers daar te voet heen gaan, vraagt opjaag-talent en een luide stem. Die ene leerling die dan schijnbaar opzettelijk wat trager gaat wandelen, begint aan je weerstand te knagen. Maar we waren ruim op tijd.

Aan de kassa lijkt men in dit nieuwe zwembad nog altijd niet perfect te weten hoe en wat. Lag de inschrijvingslijst voor scholen vorige keer aan de ene balie, ligt hij nu aan de andere. Men wil alle leerlingen een apart polsbandje geven, wat ik onzinnig, ondoordacht en vooral onpraktisch vind. Ik weiger, met de argumentatie dat mijn leerlingen echt niet allemaal goed voor zo’n bandje kunnen zorgen en ze echt geen kostbaarheden bij zich hebben die kunnen gestolen worden.  Bovendien zwem ik zelf mee en kan ik die bandjes dus ook niet zelf bijhouden (overigens ook geen optie want ze zijn niet van elkaar te onderscheiden).

In het zwembad verlies ik vervolgens een contactlens, stoot mijn voet tegen het veel te hoge verzonken gedeelte in het midden van het zwembad en erger me aan het feit dat het zwembad onze school twee ver uit elkaar liggende banen toewijst waardoor collega Geert heel wat heen- en weergewandel te doen staat. Ik tel tot tien, adem rustig uit en besluit dit allemaal maar te negeren, ergens wel beseffend dat we hier nog vele jaren schoolzwemmen moeten doormaken.

Het kleedhokje is toch wel erg nauw, het bankje véél te smal en dan betaal ik de rekening voor mijn eigenwijsheid: één van mijn leerlingen kan niet aan haar kleren want iemand deed haar hokje op slot. Wat in principe niet kan want elk bandje past slechts op één hokje, maar soit. Ik ga op zoek naar een personeelslid, maar vind er geen. Ik betreed zelfs de kleedkamers van het personeel, want alle deuren staan gewoon open, maar nergens iemand te zien. Ik rep me naar de balie, moet daar geduldig het gesprek afwachten tussen de baliemedewerker en een veel te onwetende klant, om vervolgens te horen dat ik iemand van het personeel moet aanspreken.

Terug naar de kleedkamers, binnensmonds vloekend. Ik bekommer me niet meer om de natte zone en betreed mét schoenen de gang achter de kleedkamers – wat ik mijn leerlingen net elke week weer met nadruk verbied  – en wordt daar vervolgens op de vingers getikt door een personeelslid van het zwembad. Deze juffrouw handelt correct en beleefd, en bleef dat ook doen tijdens de verderzetting van ons gesprek, maar ik bereik op dat moment mijn kookpunt. Ik grom haar toe dat ik al een kwartier op hulp wacht, dat er niemand te vinden is, dat niemand ons wil helpen, dat het polsbandjessysteem onhandig is voor kinderen, dat ze maar niet willen begrijpen dat ze het ons leerkrachten alleen maar moeilijker maken met al hun geregel en dat ik maar al te goed weet dat ik daar niet met mijn schoenen mag lopen. Ik bedank haar voor haar hulp, maar dat zal niet gebaat hebben: ik heb deze juffrouw grof behandeld. Het monster in mij was nochtans al maanden rustig.

Mijn leerlingen worden het slachtoffer. Ik jaag ze nog meer op dan voorheen, alweer vloekend dat een half uur zwemmen per twee weken ons wel honderd en tien minuten kost en dat ze dan nog eens veel te weinig moeite doen om door te stappen. Ze wreken zich in de namiddag door geen minuut te zwijgen. Ik ben intussen toch behoorlijk gekalmeerd  – mijn collega’s hebben mijn gesakker geduldig aanhoord – maar voel me eigenlijk uitgeput. Fysiek en mentaal. Het zijn hele fijne kinderen, maar ze zijn met veel. En ik krijg ze niet stil.

Half vier. Mijn gezicht voelt dof en grauw aan. Ik heb een namiddag lang slechts half zicht gehad. Ik wil alleen nog gaan liggen. Niet dat ik ergens genoeg van heb, maar wel voor heel even. Ik wil  – en dat mag je eind september eigenlijk niet luidop zeggen – … vakantie.

En dus moet ik nu maar eens mezelf op de eerste plaats stellen. Ik ben nu wel heel zeker dat ik morgen niét naar mijn opleidingsweekend ga. Ik voel me schuldig, alsof ik ga spijbelen. Ik vind het jammer voor de  mensen die zo veel werk steken in de voorbereiding van de opleiding, de collega’s die ik misschien de indruk zal geven dat ik niet meer geïnteresseerd ben, de ervaren gasten wiens visie en advies ik nu zal missen.

Ik drijf het nog verder. Ik ga de allerlaatste DOKdag van dit  jaar laten schieten. De rommelmarktcoördinatie die me de voorbije acht zondagen nauw aan het hart is komen liggen, zal voor iemand anders zijn. Het slotfeestje met de vele formidabele vrijwilligers, het zegt me even niets. Dat had ik enkele weken geleden nooit kunnen denken.

Ik heb een bijzondere en deugddoende job, maar ze lijkt me soms ook leeg te zuigen. Nu is het dus me-time. Ik wil frietjes en een zetel en een dvd. Dit stukje schrijven om tot rust te komen. Uitslapen en lezen en nog meer dvd’s. En zondag heel de dag met mijn immers van het leven genietende familie de tachtigste verjaardag van onze mater familias vieren in een kasteel met lekker eten en geklets.

Maandag ben ik weer opgeladen, ik ben er zeker van. Maar nu wil ik een pauze van twee dagen.





Ik ben een dokwerker (2)

10 08 2012

Mijn zomer is DOK, daar komt het tegenwoordig zowat op neer. Dat wil zeggen: mijn vrijwilligerswerk op de verpozingsplek DOK in Gent laat me niet los. En dat bevalt me enorm. Morgen neem ik een korte vakantie en ik vrees nu al voor het gemis. Klinkt dat ongezond? DOK is een verslaving. Dat wist ik u vorig jaar ook al te vertellen.

Ondanks het wisselvallige weer heeft DOK best al wat topdagen gehad. Er zijn dan honderden bezoekers en die hebben allemaal hun wensen en kuren. Soms doen die ons glimlachen, soms met de ogen rollen (‘Een drankkaart van 5 euro a.u.b.’ – ‘Alstublieft’ – ‘Hoeveel is dat?’). Dat betekent ook dat we het druk hebben, maar we verkiezen die inspanning boven werkloos naar een nat strand en leeg terras te staren. Op zo’n druk dag zweten we en zuchten we, vinden amper tijd voor pauze, worden dorstig en hongerig, vergeten onze zonnecrème, stellen een wc-bezoek uit en voeren een gevarieerde reeks taken uit waarvan het van het strand oprapen van lege potjes babyvoeding tot nu toe gelukkig de minst aantrekkelijke zijn, … maar eigenlijk vinden we dat allemaal fantastisch.

We, zeg ik bewust, want aanvankelijk onthou je je tegenover de tijdelijke collega’s van uitspraken over hoe leuk het is om op DOK te werken. Je durft niet te bekennen dat je eigenlijk wel iedere dag zou willen komen. Dat je na je shift expres blijft plakken. Dat je te vroeg komt of spontaan een handje toesteekt als je eigenlijk niet van dienst bent. Maar dan zie je dit zich steeds nadrukkelijker manifesteren bij je collega’s en waag je je toch aan een opmerking. Of een minder terughoudende collega bekent luchtig hoe fijn het hier is en we zijn hem of haar dankbaar om dat uit te spreken. Nu draaien we niet meer om de pot: we zijn allemaal verzot op DOK.

Onze ‘bazen’ – het formidabele team CarlaLiesbethSofieRudiMichielBartPeter, kortom de Jos – spelen daar een grote rol in. We zien ook wel dat zij nog veel harder werken, iedere taak zonder verpinken opnemen, uren en uren overwerk doen, nergens voor terugdeinzen en elk probleem kalm en standvastig oplossen. Net als vorig jaar neem je die voorbeelden onbewust op. Dat stimuleert.

Maar dat speelt niet de grootste rol. Hoewel de groep medewerkers best groot is en we elkaar niet allemaal kennen, ontstaat er na een tijd toch een soort groepsdynamiek, een vrijwilligersvibe waarin ieder zijn rol heeft. Sommigen hebben hun eigenaardigheden – té vaak de schoonmaakvod bovenhalen, het opvullen van de frigo’s uitstellen, iets te veel aandacht eisen, graag vertellen hoeveel shifts hij of zij er al op zitten heeft, ik zeg maar wat – maar dat verhindert niet dat we het daar eigenlijk best gezellig hebben. En onze bezoekers met ons natuurlijk, hopen we. Het klinkt als een torenhoog cliché, maar samenwerken levert echt grote voldoening op.

Dus, in nog grotere mate dan vorig jaar, moet ik bekennen dat ik een werkvakantie op deze manier verkies boven een luilekkervakantie. In afwachting tot die andere fantastische job weer begint, blijf ik dus met plezier DOKken met Els, Evelien, Davy, Nele, Karliener, Marc, Ann, Patricia, Jeroen, Frank, Tjeu, Vincent, Katrien, Karel, Caroline, Kathleen, Pierke et les autres. In de vurige hoop dat DOK er volgend jaar nog altijd is.

Lees ook: Ik ben een dokwerker (1)

Website DOK





Soms valt er niets te klagen.

2 02 2012
  • amper kou gehad vandaag.
  • 22 rapporten klaar voor de deadline. Dank aan mijn directeur om die deadline te vervroegen waardoor ik nu geen werk meer heb.
  • een deugddoende workshop gegeven op de onderwijzersopleiding en daar door studenten nog tot nieuwe inzichten gebracht over mijn eigen klaswerking.
  • een ongelooflijk toevallige en fijne ontmoeting met iemand die ik 13 jaar geleden voor het laatst zag, die net daarvoor dit blogstukje had gelezen en dit bijzonder wist te waarderen.
  • een trein met heel wat lege zitjes, die net door zijn vertraging perfect op tijd was voor mij.
  • een smakelijk pak frieten (frituur Jozef op de vrijdagmarkt is echt top!)
  • in tegenstelling tot heel wat collega’s de oudercontacten gisterenmiddag al afgesloten.
  • geen enkel bericht in de mailbox dat me agiteert, integendeel: allemaal bevestigingen en uitnodigingen.
  • Friday Night Lights klaar liggen hebben.
  • Genieten van (de weliswaar laatste bladzijden van) Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid van de geweldige Ronald Giphart.

Als ik nu niet goed slaap, weet ik het ook niet meer.





Chocolademerde

24 12 2011

Ik vang mijn vakantie aan met een immense behoefte aan rust en me-time. De eerste uren van deze dag hielden daar echter geen rekening mee. Om acht uur startte mijn bovenbuur enige timmerwerken. De chocoladefondue – inclusief chocoladefontein – die gisterennamiddag mijn leerlingen een uur smulplezier bezorgde, dwong me daarna alweer naar school te gaan om de achtergebleven smurrie te gaan verwijderen (want dat kon er gisteren echt niet meer bij). Ik heb er dus al anderhalfuur schoonmaakwerk op zitten – zo’n chocoladefontein vraagt uiteindelijk meer reinigingswerk dan je er plezier aan hebt – en dus zou ik liefst van al nu enkele uren voor de televisie neerploffen, verdwalend in een film. Er moet echter alweer Kerstmis gevierd worden, dus dat verpozen stel ik nog maar enkele uren uit, tot ik aan die feestdis zit. En dan start ik morgen echt met luieren.

Alleszins een fijne Kerst voor u allen en aan alle leerkrachten een deugddoende vakantie!





ferfelend gefal fan voneemferwisseling

14 12 2011

Stanislav, Eugene, Achilles, Eusebius, Ijsbrand, Wilhelmus, Antonino, Esteban, Casimir, Enrique, Alizir, Serafijn, Quentin, Jeremias, Amaury, … Dat zijn pas moeilijke namen. Daar maakt u maar naar hartelust schrijffouten in.

Maar SVEN?????

Een naam die que banaliteit amper Jan overtreft?

(en dan daaronder gewoon doodleuk mijn mailadres, wél correct gespeld!?).





Dat ene vakje

30 08 2011

Ziet u daar rechts in het midden dat ene lege vakje? Dat enige vakje dat getuigt van een gedrevenheid, bereidheid, opruimlust dat de andere vakjeseigenaars duidelijk ontberen? Dat veelbelovende vakje waar de ambitie van af spat en dat een vlekkeloos en geslaagd schooljaar lijkt te garanderen?

Dat is mijn vakje natuurlijk.

En er dan maar voor de eerlijkheid aan toevoegen dat er verder niet één dag in het schooljaar is dat de achterkant van mijn vakje zichtbaar is…





En we zijn vertrokken

29 08 2011

Teamvergadering van 9 tot 12

  • 8u40 Demcy kruipt onder tafel.
  • 8u46 Sven besluit 5 minuten lang niemand zijn wil op te leggen.
  • 9u01 Sarah verstopt haar té lichtvoetige vakantielectuur voor haar collega’s
  • 9u05 De koffiekoeken arriveren.
  • 9u10 Demcy luistert naar haar kookwekker (vraag niet waarom).
  • 9u15 Veronique heeft het over het liedje ‘It’s raining in the sing’.
  • 9u20 Het woord wet-t-shirt contest valt en iedereen kijkt naar Anneleen.
  • 9u31 Kat wijst ons op de bestaande hiërarchie.
  • 9u50 Iedereen is tevreden.
  • 10u05. De zin ‘het is niet voor mij…’ van Caroline wordt unaniem aangevuld met ‘maar voor mijn eenzaamheid’. We kennen onze tv-klassiekers.
  • 10u24 Geert leest het weekrooster voor voor lichamelijke opvoeding en breekt daarmee zijn persoonlijk record wat zijn inbreng op de vergaderingen betreft.
  • 11u01 Jan vindt dat Sven een vraag van te hoog niveau stelt.
  • 11u15 ‘als ge scrolt, werkt het nie’ is de eerste conclusie van Jochen.
  • 11u16 Natalie concludeert: ‘als je ’t laatste vindt, …. heb je ’t laatste gevonden.’
  • 11u45 Onze opgeleide, verbaal sterke en beschaafd sprekende zorgcoördinator Valerie verwoordt het geciviliseerd: ‘Da’s het vurte van dit systeem.’
  • 11u50 Nog 27 agendapunten.
  • 12u12 Hilde wil wel nog een cupcake van Sven.
  • 12u30 Simon vertelt dat hij serieus kwaad was en we proberen ons dat allemaal voor te stellen.
  • 12u42 Sven lacht Katrien uit omdat ze vanaf nu met de bus naar school komt.
  • 112u54 De cava wordt uitgeschonken.
  • 12u25 Caroline tracht in het Duits kenbaar te maken dat ze blij is met de geleverde meubelen.

Aan alle leerkrachten een start van jewelste gewenst!





Ik ben een dokwerker

22 08 2011

Het voorbije weekend beleefden we op DOK een topweekend. We, zeg ik, want sinds enkele weken voel ik me als vrijwillig medewerker op het DOKstrand en de DOKmarkt een klein radertje van een steeds vlotter draaiend geheel.

Het was in de eerste plaats aan de zon te danken dat het unieke en tijdelijke Gentse strand zaterdag en zondag zo veel volk lokte, maar daarnaast was DOK ook de locatie waar de Amerikaanse groep Sebadoh zijn optreden heen verplaatste nadat het op Pukkelpop afgelast werd – U vernam het ongetwijfeld in de pers. Meer dan tweeduizend bezoekers kwamen dus de voorbije dagen over de (hier en daar wat losliggende) vloer. Ook de wekelijkse rommelmarkt op zondag trok weer heel wat volk. Voor alle medewerkers was het dus doorbijten, en ik snakte op een bepaald moment echt naar een douche, bad en maaltijd tijdens mijn 12-uur durende shift, maar dan zie je al die anderen even hard zwoegen en ga je dus door tot de laatste bezoeker door het hek verdwenen is.

Het viel me eigenlijk al meteen op: dat de mensen van DOK (gevormd door een samenwerking van CirQ, Ladda en Democrazy) keihard werken en de lat hoog leggen. Hun gedrevenheid en veeleisenheid zorgt er voor dat ook alle vrijwilligers graag meedraaien in de mallemolen. Het goede humeur kan er al eens bij inschieten, uiteindelijk is het bewonderenswaardig dat deze groep mensen zo’n prachtiniatief ontwikkeld heeft zonder dat ze daar zelf veel bij winnen. Wat niet wil zeggen dat er geen commerciële belangen spelen.

Bij DOK betaalt u echter geen toegangsprijs. Het strand en de gezellige sfeer is gratis. Een strandstoel of parasol kost u geen geld. Zelfs het toiletbezoek kost niets. De drankjes zijn schappelijk geprijsd  – enkel de croque-monsieur vind ikzelf echt te duur en dat laat ik niet onvermeld. Maar men kan de organisatoren dus bezwaarlijk beschuldigen van geldklopperij. De Gentenaars en anderen een plek van verpozing bieden, is het voornaamste doel.

Dat doet men niet halfslachtig. Iedere dag worden klusjes geklaard en kinderziektes weggewerkt. Geen detail wordt verwaarloosd. De dag dat alles op punt staat, komt er misschien nooit – DOK is een tijdelijk project – maar men blijft er dan ook maar nieuwe initiatieven nemen en verse ideeën uitproberen. Wie me kent, weet dat ik ook graag de lat hoog leg en oog heb voor details, en dus bevalt mijn vakantiejob bij DOK me enorm. Los daarvan zijn er ook een boel fijne mensen te vinden onder de medewerkers en tref ik er elke dag wel iemand die ik ken.

De miserabele zomer heeft DOK natuurlijk al parten gespeeld. Er waren dagen dat geen mens opdaagde of de keet ongewild vroeg de deuren sloot. Anderzijds tonen drukke dagen ook dat het opgelegde maximum van 1000 aanwezigen, echt niet te laag is. Een hele zomer lang iedere dag die limiet bereiken zou de job eerlijk gezegd te slopend maken. Nu kunnen we af en toe ook eens onze voeten in het koele zand steken en dat maakt dat dit werk voor mij een ideale manier is om de zomer door te brengen, vooral dan nog eens omdat ik geen tuin heb en hier gewoon buiten leef. DOK vindt volgend jaar opnieuw plaats en zelfs al mochten we dan af te rekenen krijgen met een helse hete zomer, wil ik graag weer bij zijn.

Wat is daar nu eigenlijk zo fijn aan, dat werken terwijl je eigenlijk vakantie hebt, en dat aan een vrijwilligersvergoedinkje? Tja, vakantie maakt me nogal snel lui en soms begin ik me wat nutteloos te voelen. Ik geef op deze manier graag invulling aan mijn overschot aan vrije tijd. Met twee dagen per week had dat ook opgelost geweest, maar DOK werkt verslavend: ik ben er graag. En ik moet het niet ontkennen: ik werk graag. Ik doe anderen graag een plezier en wil het mensen naar de zin maken. Ik ben dan wel niet handig of sportief, maar een fysieke inspanning schrikt me niet af en dus biedt het werk me veel voldoening. Of ik nu op de parking sta, aan de bonnenstand, aan de ingang, op de markt, op het strand of in het leeggoedkot. Gevarieerd is het werk dus ook nog.

In zekere zin roept het werk op DOK een klein beetje het gevoel op dat ik als student vele zomers lang ervaren heb, als monitor op de speepleinwerking. Ook toen bracht ik mijn zomer graag al werkend door, in het gezelschap van leuke mensen. Op DOK is er niet zo veel tijd om iedereen te leren kennen, maar dat is voor mij geen prioriteit en bovendien vind ik het toch altijd weer genoegen doend om samen te werken met onbekenden en dan te ontdekken dat dat vlot gaat. Op DOK heeft men zijn vrijwilligers goed uitgekozen: ik heb me nog geen enkele keer geërgerd aan de laksheid of kortzichtigheid van anderen. Op school moet ik het eigenlijk meer op de tanden bijten.

Een markant figuur is Pierke. Hij is 53 en hoopt snel invalied verklaard te worden. Zijn voornaamste taak is draaien aan het kindermolentje. Dat is al wat versleten en moet af en toe gesmeerd worden, en dat geldt ook voor Pierke zelf. Ook Kamal is een andere vaste waarde op DOK. Zijn Hollandse tongval gaat gepaard met enthousiasme, en wat zo fijn is, is dat hij ook aangeeft dat mijn enthousiasme ook hém stimuleert. De Italiaanse Francesca leest tijdens stille momenten De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan. In het Nederlands! Maar het woord efkes heb ik haar toch moeten uitleggen. Lijn creëert steevast haar eigen taken en aarzelt niet mensen terecht te wijzen. Dat ik haar al enkele jaren ken, maakt het erg makkelijk. We moeten niet meer wikken en wegen als we elkaar aanspreken. En dan is er nog mijn bazin, Carla. Nooit moe, altijd aanspreekbaar en iemand met wie het aldus heel fijn samenwerken is. Toen ze mij op de DOKmarkt bezig zag alsof ik voor een grote klas stond, legde ze het lot van de standhouders al snel ook in mijn handen. Sommige mensen krijgen zelfs op hun échte job niet zo’n waardering.  De zondag is dus alvast mijn favoriete DOKdag.

En dan zijn er nog al die anderen: Liesbeth, Els, Kris, Bart, Frank, Tom, Margot, Eva, Niels, Michiel, Suranga, Sandra, Xavier, Jonas, Jeroen, Marc, Caroline, … – de drie vzw’s samen lijken wel uit tientallen en tientallen medewerkers en vrijwilligers  te bestaan die ik met mondjesmaat leer kennen en (in min of meerdere mate) appreciëren.

Binnen afzienbare tijd begint het schooljaar weer. Ik heb daar zéér veel zin in. Maar mocht de zomer nog een week of drie langer duren, ik zou dat als dokwerker helemaal niet erg vinden.





Balans

2 05 2011

Pas om 10.30u moeten beginnen werken!

Bouwmaterialen die bij de buren geleverd worden om 5u ’s ochtends

Caroline die me haar samenvattingsvriendje noemt

Geen plaats in het fietsenrek

Leerlingen op Youtube

Een te lange, chaotische en inefficiënte vergadering

True Blood seizoen 2 klaar liggen hebben

Kwaad worden op leerlingen, en nog eens, en nog eens!

Een telefoontje met Cindy

Recensies die te laat binnen geleverd worden

Mijn herstelde fiets en een nieuw fietslichtje van Knog

Collega’s die hun vuilen borden en koppen laten staan

Lekker suikerbrood

De dodelijke, eentonige nietszeggendheid van Norwegian Wood.

Het Diner van Herman Koch

“Hoogstaand” tv-drama: Zone Stad

Een geschikt idee voor moederdagknutselen bedenken

Collega’s die me een zaag vinden

Vulgaire woordspelingen rond cupcakes.

Stinkvoeten (ook van anderen!)

Ik blijf een optimistische mens en de balans is misschien wel in evenwicht, maar het was vandaag eigenlijk géén leuke dag.





Streven naar debiliteit!

23 03 2011

Ik tracht tweewekelijks de vaak eentonige bezoekjes aan mijn hoogbejaarde grootmoeder te doorstaan door o.a. het showbizzmagazine Story te doorbladeren. Enkele maanden geleden kreeg het weekblad een kersverse en piepjonge hoofdredacteur. De aanstelling van Frederik De Swaef liet me als mediaconsument benieuwd raken naar wat hij met dat blad zou aanvangen. Zo wilde ik wel eens lezen met welke woorden De Swaef zijn lezers verwelkomde in het obligate inleidende stukje.

Ik weet uit betrouwbare bron dat De Swaef intelligent kan genoemd worden, kennis van zaken heeft, doortastend is, zelfzeker misschien. Ik geloof ook dat hij zijn vak kent en dat hij zich flink laat betalen om andere bladen advies te geven. Geenszins een idioot of randdebiel dus. Hoe komt het dan dat zijn stukje, waarmee Story iedere week opent, van zo’n bedroevend laag niveau is?

Uit de povere structuur van zijn tekst, de armtierige zinsbouw, de magere woordenschat en vooral de haast marginale toon waarmee hij zijn lezers aanspreekt, kon ik enkel maar concluderen dat het een afspiegeling was van de manier waarop De Swaef zijn lezers percipieerde: als ingedommelde gepensioneerden, ongeschoolde huisvrouwen, laaggeletterde werklozen zelfs. Dat vind ik niet erg, en ik wil het geenszins opnemen voor de lezers van Story. Wie dit blad graag leest, is waarschijnlijk ook echt dementerend, laaggeschoold of hersenloos, waarmee ik niet eens wil zeggen dat zij geen leesvoer van hoger niveau aankunnen. Maar moet je jezelf als schrijver dan tot dat niveau verlagen? Mag je je rotzooi niet een beetje stijlvol verpakken? Kan je niet – en dit is mijn schoolmeesterreflex – je lezer wat trachten bij te brengen?

Maar eigenlijk gaat het me om iets anders. Het inhoudelijk beleid van Story wordt bepaald door iemand die zelf geenszins tot de doelgroep behoort, die zelfs nauwelijks geïnteresseerd zou zijn in Story als hij er niet zou werken. Mocht hij accountant zijn, of docent, of jurist, zou hij Story toch geen blik waardig achten? Maar ook dat tot daar aan toe. Iedereen moet werken en mogelijk is men liever een goedbetaalde hoofdredacteur van een succesvol blad dan een anonieme marketeer of zo. Al halen de kerels van Basta je dan door het slijk.

Een vergelijkbare situatie: in Humo werd vtm-programmadirecteur Jan Segers geïnterviewd, die me sterk de indruk geeft dat hij een programma als Familie – een geestdodend onding – goed vindt. Toch durf ik betwijfelen of hij dit programma maar een blik waardig zou vinden als hij in een andere sector zat. Zijn iet of wat artistieke look – ongeschoren tronie, ongekamd haar, typisch alternatief pak, rijmt daar wat mij betreft ook niet mee, maar laat ik u niet vermoeien met mijn hardnekkige overtuiging dat er waarheid zit in vooroordelen rond iemands uiterlijk. Ik wil maar zeggen: als er al iets als een typische vtm’mer bestaat – natuurlijk wel! – dan is het alleszins niet Jan Segers.

Nog eentje: In Idool 2011 zie ik Sylvia Van Driessche, hoofdredacteur van Joepie, zetelen. Ze heeft het voortdurend over ‘mijn cover’, waarmee ze de voorpagina van het tienerblad bedoelt. Ze vereenzelvigt zichzelf in zekere mate met een blad dat gericht is op (overwegend) meisjes in een periode van hun leven waarin hun aandachtsspanne ultrakort is en hun interesse niet verder reikt dan hun navel.  Van Driessche lijkt een evenwichtig persoon te zijn, en ze is dan nog getrouwd met Jelle De Beule, één van de creatiefste televisiemakers van dit moment. Hoe kan zo iemand zich dan dag op dag bezighouden met het kapsel van Justin Bieber? Uiteraard kan Van Driessche zelf niet tot de doelgroep behoren van haar product, maar ik kan moeilijk aannemen dat ze de oppervlakkigheid en onnozelheid van Joepie ook in haar dagelijks leven nastreeft.

Waar het dus op neerkomt, is dat ik me afvraag hoe zulke mensen dag in dag uit al hun energie willen besteden aan zaken die ver af staan – zo veronderstel ik toch – van hun eigen waarden en normen. Of moet je om in de media te werken gewoon over extreem flexibele – lees: vage –  normen beschikken? Maar toch. Ik kan niet achterhalen wat de drijfveer is van mensen om een beroep te kiezen dat de debiliteit van de samenleving verhoogt.  Ik zou nooit het soort onderwijs kunnen geven dat ik zelf niet zou willen krijgen als kind. Een bakker lust toch ook zijn eigen brood?

Story, vtm en Joepie zijn daarnaast ook eens op de massa gericht en hun bestaansreden is enkel commercieel. Is het toch niet een beetje eng dat het  gedrag, de smaak, de mening, de ontspanning  van een grote groep mensen, bepaald wordt door een heel andere (kleinere) groep? Maar die grote groep laat zich dan ook gráág leiden. In rijen van twee richting lobotomie.

Gelukkig mag ik morgen weer naar mijn formidabele job.





Vier!

25 05 2010

Het was eigenlijk met een lichte tegenzin dat ik deze week precies vier jaar geleden voor de eerste keer een voet zette in mijn huidige school. Met de vakantie in het vooruitzicht, stond een min of meer opgelegde interim me eigenlijk niet aan, want als leerkracht in een klas binnenstappen in deze periode van het schooljaar, voelt eerder als veredeld babysitten aan. Wat voor verschil kan je nog maken? En dan had de één of andere taart me nog aangepraat dat ik ‘dat eens moest proberen, zo’n Freinetschool!’

En de rest is geschiedenis! Dat ik nu al vier jaar bijna iedere dag met plezier ga werken, is niet alleen een bevestiging dat ik ooit het juiste beroep heb gekozen, maar ook dat ik gewoon een formidabele job heb, een fantastische school en de allerbeste collega’s, zoals hier al eerder mocht blijken.

Markant is vooral hoe groot de kans geweest is dat ik dit alles, dat ik nu als zeer belangrijk beschouw in mijn leven en loopbaan, had mislopen kunnen hebben. Had ik op die meidag in 2006, een woelig jaar verwerkend met allerlei grote en kleine drama’s, beslist maar geen interims meer aan te nemen om alvast van de zon te gaan genieten, omdat ik het wel gehad had, die stadsscholen met hun vage beleid en middelmatige lesgevers, dan had het plaatje er heel anders uitgezien. Maar goed, ik zei dus ja, want de vriendelijke dame van de plaatsingsdienst van de stad Gent leek echt in nood te zitten, en wie weet kon ik achteraf met kennis van zaken kritiek geven op Freinetscholen in plaats van vanuit vooroordelen.

Als ik toen nee had gezegd, was mijn leven anders verlopen maar daarom niet slechter natuurlijk. Toch herinner me ik wel hoe ik me kort daarvoor, na enkele interims waarbij je nooit echt op de hoogte  bent van de gang van zaken, nog afgevraagd had of er wel nog van die sfeervolle scholen bestonden met een minimum aan collegialiteit. Ik ga er dus niet meteen van uit dat ik me nog met veel enthousiasme zou zien lesgeven in een ander scenario. Was dat aanvaarden van die job dan een veelbepalend moment?

Eigenlijk was het meer. Na de interim, die ik als positief ervaren had maar waarin ik ook kon uitmaken dat het Freinetsysteem niets voor mij was, legde ik het voorstel van de directeur naast me neer om volgend schooljaar opnieuw op de school aan de slag te gaan. De collega’s waren hartelijke mensen, maar konden me niet overtuigen er een vervolg aan te breien. Een groep ouders, aangenaam verrast door mijn onmiddellijke betrokkenheid, sprak me ook nog eens aan. Gevleid tot en met zei ik toch nog altijd nee. En dan was er de allerlaatste schooldag, waarop de directeur nog een keer de vraag stelde en ik dan toch, lichtjes aarzelend, ja zei. En zelfs drie jobs kreeg om uit te kiezen.

Verhalen en films die draaien om lotsbestemming en toeval, vind ik doorgaans erg fascinerend. Ik zou me kunnen trachten in te beelden waar ik nu zou zijn als ik na die ja en dan die nee en dan toch die ja, iets anders had gezegd. Maar voor tientallen mogelijke scenario’s vorm kunnen krijgen in mijn hoofd, kan ik me gewoon realiseren hoeveel geluk deze plot al biedt. Realistisch gezien heb ik voor het beste scenario gekozen. Kan niet iedereen zeggen.





Diagnose: Aanstellerij

16 11 2009

aanstellerij

Theatrale Exageratie… Heerlijk toch, dokters met humor die moeders met zin voor overdrijving lik op stuk geven? Of zou dit een doodserieuze medische term zijn?





Jacht op de fietser

2 10 2009

Amper bekomen van het wat van de pot gerukte idee dat men overweegt ons brutoloon te verlagen, vernam ik vandaag dat nu ook de fietsvergoeding voor leerkrachten op de helling komt te staan. Ik fiets uiteraard niet naar het werk omdat me dat geld opbrengt – ik woon zo dicht bij school dat ik daar amper 13 euro voor terugkrijg – maar ik vind het wel een mooie stimulans. En hoewel ik ook zonder vergoeding met de fiets naar school zou blijven rijden, voel ik me lichtjes verontwaardigd dat men het weer zo ver gaat zoeken: waarom moet de leerkracht rechtstreeks benadeeld worden, de al niet zo fantastische betaalde ambtenaar wiens extra voordelen sowieso al in het niet vallen in vergelijking met die van velen uit de bedrijfswereld? Berg dat idee maar snel weer op, beste beslissingsnemers,fiets vooraleer ik nog meer schoolmeesterachtige protestpraat ga uitslaan.

Intussen lees ik ook dat de burger jaarlijks meer dan 34.000 euro betaalt om het jacht van onze vorst te laten bewaken. Misschien moet die ook maar eens wat meer fietsen dan jachten.

Maar goed, het onderwijs zoekt naar besparingen. Dat is een treurig bericht, want hoewel onze school niets te kort heeft, is het toch vaak puzzelen en rekenen. Ik roep de stad Gent echter maar meteen op om eindelijk eens wat te doen aan de gigantische energieverspillingen op de scholen. De verwarming zal binnenkort weer op volle toeren draaien en blijkbaar is het hier in stadsscholen zo dat je niet zelf kan bepalen hoe warm of koud je het precies wil in je school, laat staan in je klas. Dus zitten we te puffen en te zweten, staan we in T-shirt voor de klas en moeten we meer dan eens per dag de ramen open zetten. De verwarming uitschakelen, lost  niets op, want de vanuit een mysterieuze plek aangevoerde warmte blijft gelijk en verspreidt zich dan over een andere ruimte. De warmste plekken op onze school zijn dus de lokalen waar niemand is.

Boekhoudkundig valt één en ander wellicht niet te compenseren,  zo gaat dat bij de overheid. Ik durf er nochtans vanuit gaan dat de verwarming in alle scholen 2 tot 5 graden lager zetten, gigantisch veel meer zal opbrengen dan die lustige fietsers hun kruimels af te pakken.





Even uitrazen

13 09 2009

miekevanheckeMieke Van Hecke heeft makkelijk spreken: zij zit niet met een probleem op ‘haar’ scholen. Toch doet ze ook haar duit in het zakje in het hoofddoekendebat. Ze voert zelfs tegenargumenten op om die hoofddoek toch toe te laten. Ik twijfel niet aan haar intelligentie (wel aan haar breeddenkendheid), maar haar ervaring is zowat onbestaande in deze materie en haar mening dus erg eenzijdig. Ik ben nooit fan geweest van deze oeronderwijzeres, wiens nauwelijks verscholen superioriteitsgevoel maar al te vaak nare herinneringen oproept aan mijn eigen aanvaringen met het bestuur van het katholieke onderwijs. Haar nu weer aan het woord horen, laat me enkele bedenkingen maken.

In de eerste plaats is er het dubieuze feit dat in katholieke scholen wél plaats is voor religieuze symbolen. De logica daarvan vind ik eigenlijk nog altijd bizar -ik kan me er nog altijd niet in vinden dat onderwijs en geloof in onze samenleving nog zo vergroeid zijn – , maar dat is voer voor een ruimere discussie. Maar moslimmeisjes die zich in een katholieke school inschrijven, wordt wel gevraagd hun hoofddoek op school niét te dragen. Dat heeft een ranzig tintje, vind ik. De eigen religieuze symbolen mogen wel, die van een ander niet. Verdraagzaamheid heeft in het katholicisme altijd al een enge betekenis gehad. Bovendien kan ik me de bevoogdende en vingerzwaaiende toon voorstellen waarmee zo’n moslimmeisje en haar ouders in heel wat katholieke scholen ontvangen worden. Ik ben genoeg van die figuren tegengekomen in het katholiek onderwijs, mensen die abnormaal veel waarde schenken aan hiërarchie en eerbetoon, neerkijkend vanuit hun ivoren beleidstoren en in een eng wereldje leven. Maar we wijken af. Ik vind het dagelijks leven op een katholieke school ongezond ver van de (multiculturele) realiteit staan. Misschien zit het enkel in mijn hoofd, maar ik erger me aan de gerustheid van de katholieken: zij moeten in hun school nog lang niet vrezen voor de problemen waar andere onderwijsnetten wel mee te kampen hebben. Op een school werken waar pakweg een derde (of de helft, of 90% wat dat betreft) van de leerlingen moslim is, drukt je iedere dag met de neus op de realiteit. De multiculturele droom is weliswaar nog ver weg, ik blijf het toch erg verrijkend vinden. En zelfs dan, het is gewoon de werkelijkheid. Toch is het niet altijd makkelijk en op zo’n momenten vervloek in binnensmonds de katholieke collega’s die in een sprookje leven.

Ik overdrijf natuurlijk. Laat me duidelijk stellen dat de meeste katholieke scholen even goed of even slecht zullen zijn als scholen van het stedelijk onderwijs of het gemeenschapsonderwijs. Goede en gedreven leerkrachten vind je overal, stompzinnigaards en kinderhaters ook, en op geen enkele klas verloopt alles vlot. Mijn collegialiteit is niet universeel – ook daar ben ik bezoedeld door kennismakingen met engdenkende, ongeïnspireerde en ruggengraatloze leerkrachten – maar uiteindelijk neem ik maar aan dat de meesten van ons het voor  het kind doen. Maar in visie en beleid zitten zoveel verschillen.

Ik kan intussen vergelijken. In het katholiek onderwijs moet men zijn plaats kennen. Directies en vooral het bestuur zijn zo doordrongen van hun zeer subjectieve normbesef, dat voor het minste de wenkbrauwen gefronst worden. Leerkrachten wijken best niet af van de uitgestippelde wegen, vaak zelfs ook niet in hun privéleven en de hiërarchie is heilig. Het klinkt als een afgezaagd cliché, maar helaas is het nog echt vaak zo. In heel wat katholieke schoolbesturen zetelen nog zusters en broeders, zich krampachtig vastklampend aan gedateerde vormen en inhoud. Ik heb het dan niet eens zozeer over de gehanteerde waarden – die zijn vaak zo vaag dat ze gewoonweg als algemeen geldend voor onze samenleving kunnen gezien worden – maar over vaak heel oppervlakkige (en soms ook fundamentele) zaken die vooral geen smet op het blazoen van de katholieken mogen betekenen. Een blazoen dat al niet eens zo proper meer is.

Er zal wel weer een lezer of wat zijn die in dit soort  bedenkingen redenen ziet om me van frustraties en kleingeestigheid te beschuldigen. Dat zullen dan wel mensen zijn die nog nooit iets gehoord of gezien hebben achter de schermen van het katholiek onderwijs. En toegegeven, er is ook een zekere frustratie: omdat het stedelijk onderwijs nog zo vaak minachtend wordt bekeken door de katholieken en omdat nog zoveel mensen voor het katholiek onderwijs kiezen zonder alternatieven te overwegen. Dat behoudsgezind en slaafs volgen van de conventies, bah. Ik werk nu al enkele jaren in het stedelijk onderwijs en nog steeds vind ik de verschillen opmerkelijk. Op het ambtelijke aspect na, dat zoveel clichés bevestigt, zie ik hier veel meer vooruitstrevendheid en openheid. Ik merk dat kritiek en discussie kan, dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontplooiing, dat men niet verstikkend vasthoudt aan plichtplegingen en formaliteiten. Natuurlijk is er een chain-of-command en vanzelfsprekend gelden er gewone omgangsvormen. Maar zonder ook maar enige wurgende houdgreep van voorgeschreven regels van een oubollig geloof. En dat is niet eens correct uitgedrukt, want hoewel ik gelovige mensen vaak niet kan begrijpen, is het niet het geloof dat me stoort, wel de hypocriete wijze waarop dat geloof echtheid maskeert en als excuus moet dienen om zelf niet na te moeten denken. Geen wonder toch dat er zoveel duivels volk te vinden is, die kortzichtige interpretatie van geloof creëert volgens mij vooral frustraties.

uniformMieke Van Hecke had het nog even over uniformscholen. De voor- en tegens van uniformen op school  – of, in iets bredere zin, opgelegde kledingvoorschriften – zijn bekend genoeg. En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het ook hier enkel een vormelijk argument betreft, de overtuiging dat uniformen een soort fatsoen uitstralen die we blijkbaar moeten linken aan gelovigheid. Ook dat interpreteer ik als een superioriteitsgevoel. Als uniformen een soort mentaliteit moeten stimuleren, vraag ik me nog altijd af welke en waarom dat in onze samenleving niet te merken is. Meer zelfs, hoeveel creatieve en vooruitstrevende mensen kijken niet met veel bitterheid terug op hun uniformschool?

Met dat fatsoen neem ik overigens een term in de mond die ik eerder negatief opvat. Ik associeer fatsoen nog te vaak met afkeuring van wat anders is. Ooit noemde ik een schooldirectrice op deze blog als ‘stijfstaand van fatsoen’. Toen ze dat vernam en daar haar beklag over deed, had ze daar zelf ‘kakmadam’ van gemaakt. Dat had ik niet gezegd, het was haar eigen interpretatie. Maar ik ben dus niet de enige die het woord fatsoen eerder negatief beschouwt. Fatsoenlijkheid gaat er immers van uit dat de norm van welvoeglijkheid vastligt, maar dat is nu net niet zo. Maar opnieuw wijken we af.

Laat me concluderen dat ik me bijzonder goed voel in het stedelijk onderwijs en ik overtuigd ben van alles waar het voor staat. Ik geloof in de pedagogische omkadering en de professionaliteit van de mensen die er aan mee werken, zonder dat van hen gevraagd wordt te voldoen aan een uit de lucht gegrepen norm van wat toelaatbaar is.

En het spreekt vanzelf dat mijn school de beste is, ha!





Bericht van planeet Sven

2 07 2009

Het einde van het schooljaar lijk ik iedere keer weer een beetje op een andere planeet door te brengen. Fysiek zeker, want ik zit zowat de hele dag ofwel op school ofwel op één of ander feestje. Zo zat ik uren te vergaderen, te rapporteren of te oudercontacten, en waren er aan de andere kant de vele gelegenheden om het glas te heffen. Met je collega’s wat gaan eten om wat druk van de ketel te halen, naar een lentefeest van een leerling, een pensioenfeest dat uit twee gedeeltes bestond, het traditionele teametentje waarmee we het schooljaar afsluiten,  een picknick met de ouders, het schoolfeest, het uitwuiffeest, een proclamatie van onze zesdejaars (mét receptie), … Ik dronk de afgelopen weken dus liters cava  en nam talloze hapjes tot me (en toch heb ik stellig de indruk dat ik wat kilo’s kwijt ben). Thuis staat mijn televisie dan werkloos te wezen, zucht een torenhoge afwas me toe en verkondigt de koelkast zoemend een grote leegte. Ik raak niet bij de kapper en al helemaal niet in de bioscoop, voel elke dag meer stress om die niet ingevulde belastingbrief en kom zelfs niet aan het oppompen van mijn fietsbanden toe. Haaltertse oma’s turen wanhopig uit het raam en baby’s van vrienden worden kleuters zonder dat ik daar ook maar iets van merk. Meer dan ooit beslaat mijn werk en alle bijhorende pret mijn bestaan, maar voor even is dat niet zo erg.

zesdes_008Maar ook psychisch vertoeft een mens in zo’n periode even ergens anders. Collega’s kondigen hun vertrek of pensioen aan en soms is dat wat te betreuren. Nieuwe collega’s worden voorgesteld. Het leven is weer een beetje een soapserie: personages komen en gaan. En dan zijn er de leerlingen: twee jaar zie je ze groeien, letterlijk en figuurlijk, en dan laat je ze gaan, met een spijt dat zij grotendeels uit je leven verdwijnen maar vooral met een verpletterende besef dat moeilijk te beschrijven valt: zij beginnen aan een nieuwe fase van hun leven en deze tijd zal ooit heel erg ver achter hen liggen, terwijl ik gewoon doorga met hetzelfde en dit moment nooit zo ver achter mij zal liggen als voor hen.  Je wordt in de bloemetjes gezet, maar vervaagt intussen tot een herinnering.  

Maar je krijgt lieve briefjes en mooie, hartelijke mailtjes en oprechte geschenken, de appreciatie bereikt een summum en soms is het eigenlijk allemaal wat veel en op korte tijd. Ik vrees daardoor bij momenten zelfs de waarde van veel van die gebaren niet hoog genoeg in te schatten. Zo bood mijn klasje me een kunstwerkje aan dat me wat uit het lood sloeg waardoor ik wat onwennig reageerde. Pas de volgende dag werd het voor mij een concreet voorwerp dat ik met het groepje van 9 kan associëren en dus kan beginnen koesteren.

Maar die knop omdraaien lukt wel hoor. Ik snak eerst en vooral naar film. Ik kan nog enkele dagen meepikken van het Brusselse Filmfestival, beleef zaterdag zowat een eigen filmfestival dankzij dit evenement en  ga een filmcollege volgen om mijn klassiekers op peil te brengen. Fictie als tegengewicht voor al die realiteit van de voorbije weken. En o ja, ik plan ook een Haaltertse tournee om wat volk terug te zien dat ik tegenwoordig alleen nog op Facebook hoor of zie – hou die voordeur in de gaten. Back to earth.





Vrolijke Vrijdag

20 06 2009

Ik lees op Melancholia dat een Britse psycholoog met een zelfontwikkelde formule heeft bepaald dat vrijdag 19 juni de dag is waarop men het gelukkigst of vrolijkst is. De schommelingen in mijn humeur zijn eigenlijk al beperkt of kortstondig en ik verkeer dus in een haast continuë staat van wat men minstens tevredenheid kan noemen, maar om de theorie van Dr. Arnall toch eens te controleren, hou ik even de loep boven mijn 19e juni:

Zonder een specifieke gebeurtenis van die dag al nader te bekijken, kan ik al enkele algemene elementen vatten die mijn humeur ten goede komen. Een dag eerder eindigde de toetsenperiode van mijn leerlingen, de verbeteringen en rapporten vorderen gestaag, de druk is dus wat van de ketel. Bovendien nadert de vakantie en is het mooi weer. De basis zit dus snor. Geluk zit hem wel in meer dan het werk alleen, maar mijn werk maakt mij alleszins al heel gelukkig.

Ontwaken met een goede herinnering aan de dag ervoor, is ook al positief. Donderdag was er de première van de nieuwe Vlaamse film Meisjes en dat was een meer dan geslaagde film. De acteerprestaties van Marilou Mermans en Jan Van Looveren zijn enigszins memorabel en de tragiek van de film heeft indruk gemaakt. Minpunt van dat opstaan is dat het vandaag een stuk vroeger is dan anders. Op vrijdag heb ik toezicht duty en omdat alle Gentse crèches en opvangmoeders vandaag staken, moet ik veel eerder dan gewoonlijk op school zijn om ook de halfachtse kleutertjes al opvang te bieden. Toch heeft dat weinig invloed op mijn humeur, want er staan veel leuke dingen op het programma vandaag.

pinguinsHet is mooi weer en ik jaag het opvanggebroed dus naar buiten. Een rustgevende start van de dag dus, want er is niet veel volk. De eerste twee lesuren verlopen daarna wat wanordelijk omdat de leerlingen niet echt meer een taak hebben, maar we hebben het naar onze zin. De eeuwig creatieve Robbe, nog minder dan twee weken één van mijn leerlingen, zorgt voor een klein hoogtepunt: hij heeft voor zijn klasgenoten sleutelhangers gemaakt en ook voor mij is er een bijzonder cadeautje. Twee afstuderende pinguins, de ene wat groter dan de andere. ‘Dat zijn jij en ik’, zegt Robbe, ‘een herinnering voor jou’.
Kwart over negen en nu al ontroerd.  

Om half elf is er een dip: het zwembad laat ons weten dat ook de redders staken en mijn klas dus niet kan zwemmen. Dat is vooral teleurstellend omdat ik voor deze laatste zwemles overtuigd werd om zelf mee te gaan zwemmen. Het zit er niet in, een iets minder sensationele turnles komt in de plaats, waardoor ik nog een drie kwartier klasvrij ben. Tja, ook positief eigenlijk.

Tijdens de middagpauze smaken mijn boterhammen mij weer wonderbaarlijk goed. Ik lijk vaak aan mijn middageten te beginnen alsof ik in geen weken brood heb gegeten. Daarna volgen twee minder vrolijke situaties: ik verlies een spelletje waartoe collega Lynn mij wist te verleiden (hoewel ik tot de laatste ronde op kop stond!) en de toezichters zijn niet te spreken over het gedrag van enkele van mijn leerlingen. Ik moet daar dan over zagen en dat doe ik niet graag.

In de namiddag stellen twee leerlingen een project voor en dat loopt gesmeerd. Héhé, wat zijn we weer geslaagd in onze job. In de nabespreking over rechtbanken en rechtszaken, leg ik uit dat men bij een aanklacht zowel gunstige als ongunstige getuigen kan oproepen en dat die dus mee het oordeel van de jury bepalen. ‘Als jij dus zou terechtstaan voor een moord,’ stel ik de niet altijd goedgezinde Diede voor, ‘kan ik komen getuigen voor jou.’ Er komt snel een reactie: ‘Als ik zou een moord gepleegd hebben, zou jij niet meer kunnen getuigen hoor’. Alertheid bij 12-jarigen en wat zien ze hun meester graag. Maar verder maakt deze opmerking mij eigenlijk niet vrolijker of droeviger en speelt ze dus geen rol bij het opnemen van de geluksstand. Enkel ter verhoging van de anekdotiek dus.

Dan volgt een min of meer grote schoonmaak van de klas. Voor wie zich zuchtend afvraagt of wij nu echt nog anderhalve week gaan niksen, absoluut niet, we gaan zelfs nog werken. Maar het verhindert ons niet wat orde op zaken te stellen in papierwerk en kasten, en dat creëert eigenlijk ook veel rust in mijn hoofd. Gezien er nog een hectische week volgt, is dat dus ook zeer positief. Ik merk trouwens op dat het zonnebloemzaadje dat Mo me amper anderhalve week eerder liet planten in de klas, schijnbaar vanuit het niets al een echt plantje is. Dat is op zich al even doodnormaal als wonderbaarlijk, weer is er zo’n aangename scheut van blijdschap dat mijn leerlingen zo vaak met de juiste dingen bezig zijn. Jaja, schoolmeesterachtige praat enzo maar u hebt dan ook geen prachtjob als de mijne.

Een vrijdagse schooldag wordt traditioneel afgesloten met een afterschooldrink. Zelfs al doen we dat haast iedere week, het zijn vaak momenten om te koesteren. Perfect dus voor de gelukkigste dag van het jaar, alleen moet ik deze week eens overslaan. De ouders van mijn klas hebben een picknick georganiseerd en dat voelt toch een beetje als werken aan. Maar wat blijkt dat, zoals trouwens altijd, weer formidabel mee te vallen. Er is zon en wijn, gezellig gekeuvel en ik word ook nog eens in de bloemetjes gezet met een geschenkje van de ouders. Tja, dit is toch een prima dagje alweer.

En hij is nog niet afgelopen. Na de picknick haast ik me naar een etentje met een tiental Freinetmensen. Leerkrachten dus ook, maar vooral ook mensen die ik eigenlijk allemaal nog niet echt goed ken want we zien elkaar vooral op vergaderingen. Dat er over het onderwijs gepraat wordt, vinden we niet erg. Maar er wordt ook veel gelachen en ik durf het zelfs aan vegetarisch te eten! Dat het bruine goedje dat tussen mijn groenten zit, achteraf peperkoek blijkt te zijn en ik die combinatie niet eens onsmakelijk vond, vind ik een kleine stap voorwaarts voor een moeilijke eter als ik.

Deze avond, die behoorlijk lang duurt, bevalt me ook omdat ik twee vaststellingen doe tussen het kletsen door: dit zijn allemaal erg fijne mensen en ik blijf mezelf toch applaus geven om steeds verdraagzamer en positiever te worden tegenover anderen en vooral mensen die ik niet ken en dan zeker mensen die ik ooit onuitstaanbaar vond. Daarnaast moet ik in alle onbescheidenheid ook vaststellen dat ik sociaal sterk sta. Ik luister geïnteresseerd en praat verstandig mee, ik discussieer en overtuig. Bijna een echte grote mens! Deze vaststelling klinkt misschien wat vreemd of onbevattelijk, maar ik houd me voor dat mensen het eigenlijk af en toe nodig hebben buiten hun kring van intimi te stappen en met behulp van neutrale buitenstaanders eens te peilen naar welke indruk je maakt. Niet dat ik mijn tafelgenoten na afloop een enqûete voorschotel, maar in se zijn we volgens mij allemaal onzeker of angstig en je moet het soms gewoon aandurven jezelf even te scannen wat het functioneren in minder vertrouwde situaties. Achteraf voel je je verrijkt  en heb je eigenlijk ook wat kleine grenzen verlegd – tot zover de slotzin van mijn zelfhulpboek. Nee, maar zonder te willen overschatten hoor, maar is het niet normaal dat de avond doorbrengen met minder vertrouwde mensen, met een zekere onbehaaglijkheid gepaard gaat?

Dan is het middernacht en 19 juni is voorbij. De balans is zeer positief en het vooruitzicht van een goedgevulde en alweer zeer sociale zaterdag, gooit nog meer gewicht in de schaal. Toch ik Dr. Arnall’s theorie niet meteen als dogma aannemen. Dit was nu ook weer niet zo een heel andere dag dan de meeste. Wat drukker en met enkele mooie momenten die niet iedere dag voorkomen, maar in zijn geheel genomen toch een dag die even vlot en aangenaam verloopt als de meeste andere dagen. Laat dus ook die 20e juni maar komen, en al die andere, ik raas er door met een brede grijns.





In de watten

5 10 2008

Vandaag is het, zelfs al is het zondag, dag van de leerkracht. Mijn collega’s en ik werden daarvoor vrijdag al flink in de bloemetjes en de taarten gezet.

Ja, die bloem ziet er verdacht gephotoshopt uit, maar ze is wel degelijk echt. Mijn leerlingen boden me verder allerlei zelfgemaakte cadeautjes aan (tot zelfs een versgeperst fruitsapje) en nadien trakteerden de ouders ons op een schitterend dessertbuffet. De doorsnee postbode of hartchirurg zie ik het nog niet overkomen. Leve mezelf!





De job van je leven

26 09 2008

Deze week deed een nieuwe leerling zijn intrede in mijn klas. Dat is eerder uitzonderlijk in het zesde leerjaar en vooral wanneer het schooljaar al enkele weken bezig is. Maar wat nieuw is, biedt altijd nieuwe mogelijkheden en kansen en dus was het klasje best opgetogen met een nieuwe klasgenoot. Dat het een jongen was, vonden we allemaal een opluchting, want met een verhouding van 12 tegenover 6 waren (en blijven) de meisjes flink in de meerderheid. Dat het een rustige, bescheiden, vriendelijke, betrokken jongen was, vond iedereen nog veel meer meevallen. De kennismaking met al die Freinettechnieken betekende een grote drempel, maar ze stonden te drummen om hem er over heen te helpen. Na één speeltijd observeren, kon ik al gerust zijn: de nieuweling was in goede handen. Dan word je een trotse leerkracht, hoor. Je ziet een hoop individuutjes stilaan een nieuwe groep vormen (we werken met een graadssysteem, dus de samenstelling is elk jaar min of meer nieuw), hun gezamenlijke inzet voor de nieuwe leerling als bindmiddel. Net wat we nodig hadden.

De spontaniteit van mijn leerlingen en de vanzelfsprekendheid waarmee ze een nieuweling in hun rangen opnamen, vond ik op zijn minst opmerkelijk, aandoenlijk ook. En het kwam van twee kanten. Na één dag al liet E. zijn tevredenheid blijken. Vandaag postte hij spontaan zijn eerste artikel op de klasblog:

Ik ben nog maar een week op de school en ik vind het nu al keitof.
Het is gelijk alsof ik al een jaar op school zit.
E.

Mission accomplished. Iedereen gelukkig, ook de meester, toch een  beetje ontroerd om al die pure karakters. Meteen een stukje minder doodop, zalige job heb ik.








%d bloggers liken dit: