Friends Forever!

31 01 2010

Nu ik een vorig artikel voor mezelf en eventueel voor u één en ander duidelijk maakte in verband met mijn Facebookgebruik, wou ik me nu even bezighouden met het kritisch bekijken van wie dan wél mijn virtuele vrienden zijn. Defriending was de trend van 2009 maar ik heb het nog maar zelden iemand weten doen.

Ik ben zelf één keer gedefriend, voor zover ik dat gemerkt heb, en hoewel ik niet zo close was met die defriender, zag ik daar echt geen enkele aanleiding voor en was ik dus toch wat beledigd. Vooral omdat ik toch wel erg weloverwogen verzoeken stuur. Maar goed, ik pleit zelf  altijd voor minder hypocrisie, dus ik kan er mee leven.

Nu schiet ik zelf in actie. Ik meldde het al, 147 Facebookvrienden begin ik wat benauwend te vinden.  Dat blijft maar groeien, zelfs al zet er zo nu en dan iemand zijn account stop. Ik stel ook vast dat ik mijn weloverdachte criteria eigenlijk niet altijd correct gehanteerd heb. Anders gezegd: ik heb wel wat volk toegevoegd waarmee ik niet zo erg betrokken voel en dus… ga ik vandaag defrienden.

Een aantal mensen op mijn vriendenlijst zou ik in het dagelijks leven immers nauwelijks herkennen. Of ik zou me haast verstoppen om een gênant moment van niet-weten-wat-zeggen te vermijden. Er zijn mensen die ik gewoonweg veel te oppervlakkig ken of met wie ik de laatste jaren eigenlijk geen contact meer heb. Met wie ik sowieso al weinig contact had. Die moeten er maar eens uit. Wat voor zin heeft het?

De ballast was kleiner dan ik dacht. 9 Mensen gedefriend. Dat ging snel en makkelijk. Ik denk dat ik onbewust al lang wist wie er niet meer bij hoefde. En hoewel dit allemaal weinig voorstelt, voel ik me weer een correcter mens.

En nu ga ik stoppen met deze extreme egoberichtgeving over echt wel zeer futiele zaken.





Verzoek genegeerd

29 01 2010

Met 147 vrienden zit ik eerlijk gezegd zo wel een beetje aan mijn Facebookgrens, vermoed ik. Dat komt in de eerste plaats omdat ik maar een bescheiden belangstelling vertoon in andere mensen. Ik heb het gewoon niet zo voor de mens in het algemeen en stel vaak genoeg vast dat ik mensen toch wel pas echt apprecieer na lange tijd en volgens zeer specifieke maar van mens tot mens verschillende criteria. Een psycholoog zou daar vanalles achterzoeken en ik heb daar ook zo mijn eigen conclusies over, die ik u en mezelf liever bespaar. We houden het er bij dat ik de meeste mensen niet zo heel interessant vind. Hoe arrogant dat ook mag klinken.

Dat is al een voorname reden waarom ik het op Facebook bescheiden hou. Daarnaast stuur ik gewoon geen vriendschapsverzoeken  naar mensen die ik niet zo bijzonder goed ken of met wie ik in het dagelijks leven niet zo bar veel contact heb. Ik neem het niemand kwalijk dat wel te doen, al stel ik me wel eens vragen bij mensen met 512 vrienden. U kunt al die mensen beslist kennen, maar wil u ze zonodig in uw  on-line woonkamer? Wil u met elk van hen in contact staan? Los van professionele argumenten – hoewel, heeft Facebook echt een professionele meerwaarde? – kan ik mezelf moeilijk motiveren contact te houden met meer dan deze 145 mensen. En zelfs die hoeveelheid vind ik al wat benauwend.

Ik heb zelf nog nooit meegemaakt dat mijn vriendschapsverzoek niet aanvaard werd. Dat komt omdat ik er weinig stuur maar vooral omdat alle mensen die nog overblijven als potentiële vriend me gewoonweg niet bekend genoeg zijn. Dat leidt me tot mijn eigen, enige criterium om verzoekjes te sturen: ik wil enkel mensen als vriend met wie ik in het dagelijks leven graag minstens een babbeltje maak. Ik klamp dus niemand aan en vermijd absoluut dat halve bekenden een vriendschapsverzoek ontvangen waarop ze zouden reageren met ‘Oei, die wil vriendschap met mij. Alé oke dan. Of nog erger: dat je zelf enkel dient om het vriendenaantal van een ander de hoogte in te helpen… Ik stel me dus enigszins gereserveerd op en vind dat best zo.

Daarnaast ken ik dan weer veel te veel mensen die gewoonweg een volkomen gebrek aan interesse vertonen in deze virtuele ontmoetingsplek. Mensen die ik wel interessant vind en graag als virtuele vriend zou zien, voelen zich geenszins aangesproken door het feestboek. Ik neem ze dat niet kwalijk en wil in dit stukje ook geenszins ingaan op de waarde van Facebook. Gelieve u dus in eventuele reacties die moeite te besparen. Ik geniet ervan maar neem aan dat anderen het maar niets vinden. Punt. Maar die mensen vallen dus af als Facebookvrienden.

En dan zijn er tenslotte nog redelijk wat mensen die mij een vriendschapsverzoek sturen maar die ik dan weer weiger. Ik voeg daar meteen aan toe dat enkele daarvan wellicht wél een babbeltje waard zouden zijn, maar dat ik die gewoonweg niet genoeg ken. Voor het beantwoorden van vriendschapsverzoeken hanteer ik dus blijkbaar een tweede criterium, en dat is dus de afstand tot die persoon. Ik zei het al, Facebook is zo’n beetje mijn woonkamer en daar laat ik toch liever enkel bekend volk binnen. Deze blog is als voortuin/inkomhal al persoonlijk genoeg en is wél publiek terrein.

Wie zijn die mensen eigenlijk wiens vriendschapsverzoeken ik niet beantwoord?

  • broers en zussen van vrienden. Tja, daar moeten we eerlijk in zijn. Ofwel was ik u in de loop der jaren ook als een vriend of goede kennis gaan beschouwen, ofwel niet. Broer of zus zijn van is gewoonweg  niet genoeg.
  • mensen van vroeger: toegegeven, had Facebook destijds bestaan, we waren wél Facebookvrienden. Maar dat was niet het geval en intussen is ons moment voorbij.
  • oud-klasgenoten: tot in de leerkrachtenopleiding wil ik nog teruggaan, met mate. Maar de mensen uit het middelbaar onderwijs zijn echt maar schimmen meer, wat niets afdoet aan de fijne herinneringen. Maar wie zijn die mensen nu? Geen idee en ik zie niet genoeg aanleiding om dat wel nog te willen weten. Als Facebook niet zou bestaan, zou dat contact ook onbestaande zijn, maar dat vind ik nu eigenlijk maar een zwak argument. Facebook bestaat wél en dus moet je daar niet onnozel over doen.
  • familieleden, en dan concreter heel wat achterneven en -nichten. Ik ga al sinds mijn tienerjaren niet meer naar die groots opgezette familiebijeenkomsten en de meeste van hen laten me eigenlijk steenkoud. Ik heb ze al jaren en jaren niet meer ontmoet en zou niet weten waar het met hen over te hebben. Een familienaam delen of grootouders hebben die in hetzelfde gezin opgroeiden – die waren thuis met véél – , vind ik een even lukrake voorwaarde als pakweg graag naar Top Gear kijken of geen zout op je frieten willen.
  • leerlingen: daar trek ik gewoon een lijn. Ik heb bedenkingen bij virtuele vriendschappen tussen kinderen en hun meester of juf. Daar kan ik makkelijk dieper op ingaan, maar u bent intelligent genoeg om daar zelf argumenten voor te bedenken. Gezond verstand, toch? Ik geef wel toe dat dat voor lesgevers in het middelbaar onderwijs misschien anders ligt.
  • andere bloggers: ik vind dit de meest aannemelijke verzoeken, want het houdt net in dat deze mensen je heel bewust hebben uitgekozen omdat ze jou of je blog blijkbaar interessant vinden. Ik vind het dus helemaal niet vreemd maar ik hou voet bij stuk: ik kies geen Facebookvrienden die ik nog nooit in werkelijkheid ontmoet heb.
  • oud-collega’s. Veel van hen apprecieer ik wel, maar ik voel geen behoefte om een verleden in stand te houden dat enkele op een professionele samenwerking gebaseerd was en waar weinig persoonlijke aspecten mee verbonden waren. De oud-collega’s met wie ik vriendschap heb gesloten, waren dan ook echt vrienden.
  • oud-leerlingen: die weiger ik niet uit principe, want er staan er wel degelijk enkele in mijn lijst. Maar als het echt te lang geleden is, laat ik dat toch liever rusten. Weten die intussen groot geworden kinderen veel  wie ik ben. Al te zot zijn de verzoeken van jongeren die niet eens in mijn klas zelf zaten. Waar moet het ophouden?
  • Helemaal gek vond ik het vriendschapsverzoek van een man die enkel mensen met De Schutter als familienaam als Facebookvriend wilde. Nee dank u. Ook niet onder het mom van eens onbezonnen meegaan in de zotheid van een ander.
  • mensen waar ik gewoonweg niets mee heb. Mensen die ik dus weliswaar ken, meestal vaag, met wie ik wel wat gemeenschappelijke vrienden heb en die duidelijk zelf zelf minder strenge criteria hanteren in het selecteren van Facebookvrienden.
  • en tenslotte mensen die ik simpelweg nauwelijks ken. Ooit eens ontmoet maar verder eigenlijk geen idee wie ze eigenlijk zijn.

Als ik dat dus echt zou willen, zit ik zo aan 200 vrienden. Wat nog relatief is en nog steeds niet betekent. Omdat het allemaal niets betekent. Maar binnen de al dan niet zinloze nonsens die Facebook eigenlijk is wil ik nog altijd principes hanteren. Maar dat ik dat blijkbaar wil verantwoorden wil toch ook weer wat zeggen?

Volgende keer: defrienden of niet? (Ja! Maar wie?)





Feestboek

10 11 2008

Nog geen half jaar geleden drukte ik hier mijn afkeer uit tegenover al die opdringerige sociale netwerken. Ik had het toen vooral gemunt op al die onbekenden die zich via mijn mailbox opdrongen, maar ook wel over de zinloosheid van dit gedoe.

facebookIntussen… ben ik een fervent Facebooker, om weliswaar vast te stellen dat veel van mijn argumenten klopten (het is oppervlakkig, het is niet meer dan wat verstrooiing, het vraagt tijd en energie), maar andere ook niet. Zo stelde ik ook dat een virtueel contact nooit een concrete ontmoeting kan vervangen. Dat is nog steeds zo, alleen kom je op Facebook ook in contact met mensen met wie je eigenlijk nooit een concrete ontmoeting hebt, maar die je toch min of meer kent, apprecieert en het contact mee wil onderhouden. Dat versterkt toch in enige mate de sociale band, zonder dat dat schijn hoeft genoemd te worden. Mensen doen mededelingen op hun Facebook (net zoals ik mededelingen doe op mijn blog en mensen hierheen komen om te weten hoe het met me is – uw Facebookprofiel is dus eigenlijk ook een soort blog), plaatsen foto’s van hun doen en laten en hun vrienden mogen meekijken. Voor wie dit maar niets vindt: u bepaalt zelf wie die foto’s ziet en is dat eigenlijk niet hetzelfde als vrienden thuis uw fotoalbum laten inkijken? Natuurlijk.

Belangrijk is ook dat ik stilaan wél meer mensen ken die zich hiermee bezig houden, en pas dan wordt het leuk natuurlijk. Nu zelfs mijn collega’s meedoen (‘Wat is dat juist, dat Feestboek?’) en ik het gevoel krijg dat deze netwerken aan bekendheid winnen, voel je je een stuk minder onnozel (hoewel het allemaal héél onnozel blijft hoor!). Ik heb de laatste weken ook mensen teruggevonden van wie ik altijd bedacht dat ik ze nog wel eens wou horen of zien. Op dit moment dringt de kracht van dit medium even tot me door. Die klasgenoten uit het klein college negeer ik – dat is echt verleden tijd en wie zijn die mensen eigenlijk? – maar in de lerarenopleiding was die band met de klasgenoten toch sterker. Ook een aantal mensen waarvan ik in mijn Alfabet der Mensen stel dat ik niet weet hoe het nu met ze gaat, heb ik teruggevonden. En dat is simpelweg aangenaam.

Een argument dat een stuk moeilijker te omzeilen valt: ‘Het handjevol echt bewonderenswaardige mensen dat ik ken, houdt zich overigens ook niet met zulke prullen bezig!’ stelde ik. Tja, daar sta je dan. Ben ik weer een stap verder van het soort menselijk ideaalbeeld dat ik heel stiekem nastreef? Iemand die zich met Ernstige Zaken bezighoudt, doet niet aan Facebooken. Of aan bloggen, wat dat betreft. Kijk, het was dus toch al te laat om een übermensch te worden. Een aap op Facebook blijft een aap, Nietzsche zou me gelijk geven.  Ik zal wel op een andere manier trachten mee te bouwen aan de menselijke ontwikkeling.

Ik voeg overigens lang niet iedereen toe die zich aanbiedt. Ik overweeg heel goed wie ik aanvaard in mijn netwerk. Niet dat het allemaal zo erg privé is – op deze blog staat eigenlijk veel meer over me – maar omdat ik toch een zekere band wil met die mensen. Ik verzet me aldus ook tegen de neiging om zomaar iedereen die je nog maar vaagweg kent, aan te klikken om zo je ‘aantal vrienden’ op te krikken. In een artikel over de voor- en nadelen van Facebook, wordt gesteld dat 10% van de mensen (vooral vrouwen) vatbaar is voor verslaving en dus meer en meer vriendschappen wil verwerven, in de veronderstelling dat dit een teken is van succes en welzijn. Dat klopt. Niet dat succes bedoel ik, maar dat veronderstellen. Iemand liet zich onlangs grijnzend ontvallen dat ze ‘meer dan 200 vrienden had, en hoeveel jij?’ En nee, dit was geen 5-jarige. Op die momenten besef je dat sommigen de relativering missen om hiermee om te gaan en Facebook vooral bij jongere of onstabiele mensen een vals gevoel van maatschappelijke aanvaarding geeft. Daarom mag ook niemand me kwalijk nemen als ik niet in ga op hun vriendschapsverzoek. Niet dat ik daarmee een afwijzende boodschap wil overbrengen, maar gewoon omdat ik op Facebook zeker niet socialer uit de hoek wil komen dan ik ben. Want dan zitten we weer bij die schijn.

Misschien sta ik hier allemaal veel te veel bij stil en – o, gruwel – neem ik dit véél te ernstig. Ik ben dan ook enigszins onder de invloed. Maar onbewust benijd ik de dappere, stabiele mensen toch een beetje die hier helemaal niet willen aan meedoen. Dapper van jullie.

Facebook in het echt?








%d bloggers liken dit: