The End (5)

24 10 2013

ffg_sponsorGezien ik de laatste vijf jaar telkens het filmfestival van Gent afsloot met een terugblik-blogstukje (wat een tongbreker, serieus zeg), vond ik dat ik me daar ook dit jaar maar even aan moest houden. Nochtans vermoed ik minder indringende herinneringen te zullen hebben dan voorgaande jaren, maar ik lees zelf altijd wel graag eens terug hoe het er aan toe ging dus hier gaan we:

Ik zag dit festival 35 films. Dat is geen record maar wel meer dan de laatste jaren. Dat komt enerzijds omdat mijn programma net iets voller zat. Ik koos dit keer geen vrije dag, maar dat was eerder toeval. Ik heb al lang geleerd niet zomaar veel films te willen zien maar gewoon een interessant schema op te stellen. Zitten daar weinig gaten in, dan wordt dat hevig. Is het schema niet helemaal gevuld, dan kan dat voordelen hebben. Om maar te zeggen: ik streef er niet naar een zo vol mogelijk programma te hebben maar probeer wel elke dag minstens 2 films te zien.

Meest opvallend aan de programmatie vond ik de zwakke weekends. De voorstellingen op zaterdag en zondag zijn enorm succesvol, vaak zelfs uitverkocht en toch zetten de programmatoren niet eens zoveel, laat staan interessante films op die dagen. Zo was er een zondag waarop in de voormiddag simpelweg niets vertoond werd en in de namiddag het programma vooral uit klassiekers bestond. Terwijl je de filmliefhebber die nu eenmaal enkel in het weekend kan, toch meer plezier zou doen met nieuwe films.

Ik  vond de openingsfilm, The Fifth Estate, opvallend zwak. Was dit een toegeving aan allerlei bevriende filmmakers (het is een Belgische co-productie)? Deze film werd duidelijk niet gekozen omwille van zijn cinemakwaliteiten. En dat terwijl je wel het fenomenale Gravity op je programma staan hebt.

Een tweede reden waarom ik meer films zag, was dat de festivalbar een enorme tegenvaller was. Doorheen de jaren is het festivalcafé een ankerpunt geworden, gekenmerkt door zijn wat  wiebelende plankenvloeren, de occasionele tocht en vaak originele inrichting. Gezellig in groep of op je eentje en een ideale plek om af te spreken of iemand op te wachten.

Dit jaar was er geen plaats in de tent – daar moeten recepties gegeven worden om sponsors te bedanken of zo – en dus mocht de festivalganger uitwijken naar Bloomingdales, de bar onder Kinepolis die voor de gelegenheid Marty’s Bar werd genoemd. Gewoonlijk mijd ik dit ongezellige café, waar meestal het soort volk verpoost dat ik eerder associeer met een dancing in de provincie. Het was dus met enige tegenzin, maar ook optimisme, dat ik in gezelschap dit oord  betrad.

Ik waande me al heel snel in Carré en daarmee  bedoel ik geenszins het theater in Amsterdam. Het grootste deel van het publiek bestond me dunkt niet uit festivalgangers (wat mag hoor, maar waar zijn dan de festivalbezoekers allemaal heen?), wel uit opgetutte jongens en meisjes die kwamen partyen. Zithoekjes genoeg gelukkig voor de iets volwassener cinefiel die nog wat wou napraten, maar gezellig kon je die dan ook weer niet noemen want wie in de rust wou zitten, zat ook in de kou. Rust bleek overigens relatief want de volumeknop leek een eigen wil te hebben en wilde ons kost wat kost horendol maken.

Vriendelijk was men er dan weer wel, dat mag ook gezegd. Maar meer dan een keer of twee heb ik het niet opgebracht Marty’s Bar als afsluitpunt te kiezen. Het was ook wel zo dat ik mijn avonden vaker afsloot met een voorstelling in een andere bioscoop, waardoor ik dus toch niet in Kinepolis was, maar spijtig vond ik dat alleszins niet. Mijn nachtrust heeft daar de voordelen van ondervonden.

Er was dus iets minder cinefiele cohesie, al ben ik al mijn filmvrienden vaak genoeg tegengekomen om me deel van een gemeenschap te voelen. Het heeft ook wel iets, al die individuele schema’s die elkaar dan telkens toevallig kruisen, of net niet. En allemaal vertellen we wat we zagen en geven we tips of afraders.

Want de essentie bestond uit het kijken naar films natuurlijk. Ik genoot met volle teugen, ook al combineer ik dit ieder jaar natuurlijk met een voltijdse en veeleisende job. Maar twaalf dagen na elkaar filmkijken, het brengt je toch enigszins in een roes, een soort tweede  bewustzijn dan enkel uit fictie bestaat, uit levens van personages en figuren. Echt heerlijk.

22 van de 35 films waren Amerikaans en dat is niet van mijn gewoonte. Maar blijkbaar wisten die zeker dit jaar mijn nieuwsgierigheid het meest te prikkelen. Daarnaast zag ik 4 Franse, 2 Poolse, 1 Spaanse, 1 Indische, 1 Belgische, 1 Britse, 1 Ierse en 1 Japanse film. Voor het eerst zag ik ook een film uit Kazachstan.

Geen Scandinavische producties dus, dat moet zowat voor het eerst zijn. Er stonden er dan ook amper op het programma. Ik vond ook opvallend veel films goed. Twee bevielen met echt niet (Much ado About Nothing en Carrie) en 4 vond ik matig. Alle andere wist ik in min of meerdere mate te appreciëren, waardoor ik hier dus maar geen lijstje publiceer. Een aantal van de films recenseerde ik hier en daar kan je al wat mee.

DSC_1463Kenmerkend voor deze festivaleditie was de komst van Joseph Gordon-Levitt. Een fijne acteur, maar ik streef er nooit naar bekende gasten in mijn programma te passen. Het was echter puur toeval dat ik even vrij had en ter plekke was toen de acteur uit 3rd Rock from the Sun, Looper, Inception, Premium Rush, The Dark Knight Rises, 50/50, Lincoln en Don Jon aankwam. Ik heb me dus volkomen laten meeslepen in een (beperkte) hysterie en stond breed glimlachend te fotograferen toen hij de rode loper betrad. Hollywoodsterren zie je nu eenmaal niet elke dag en het was al sinds deze dame geleden dat ik nog een steracteur van dichtbij gezien heb.

De slaap is intussen ingehaald, de films gerecenseerd, de lijstjes aangevuld en mijn rapporten geschreven. Ik heb het Filmfest (in tegenstelling tot vorig jaar) met veel energie uitgezeten en binnen een paar weken kijk ik zeker en vast alweer uit naar de 41 editie.

terugblik 2012 – terugblik 2011 – terugblik 2010 – terugblik 2009





The End (4)

21 10 2012

De 39e editie van het Gentste filmfestival was mijn dertiende. Het is dan ook een verslaving natuurlijk. Bijna veertien dagen lang stond mijn leven in het teken van dit festival. Ik zag zo veel mogelijk films, in mijn geval tussen het lesgeven door. Te lang opblijven, geen tijd om te eten, rode ogen van vermoeidheid, tientallen keren met de fiets naar de cinema, tussendoor trachten te recenseren … het doet fysiek gezien niet altijd deugd. Een gigantische verkoudheid maakte het bij momenten zelfs kantje boordje: afhaken of niet? Maar desondanks was het net als andere jaren een heerlijk summum van escapisme.

Ik heb 31 films gezien op 12 dagen. Het hadden er meer kunnen zijn, maar zoals ik vooraf voorspelde zou mijn overladen programma bovenmenselijke krachten eisen, en dat valt niet te combineren met een job. Ik heb dus enkele keren een film laten vallen. Omdat ik moe was, omdat de film naar verluidde niet erg goed was, omdat het gezellig was in de bar. En één keer omdat de techniek het liet afweten.

Ik heb daar geen spijt van. 31 is best een goed resultaat – het is er zelfs eentje meer dan vorig jaar. Ik zag veel goede films en erg weinig slechte. Die kwamen als vanouds van over de hele wereld: twaalf Amerikaanse, vijf uit België (en allemaal goed!), twee uit Groot-Brittannië, twee uit de Filippijnen, en eentje uit Frankrijk, Israel, Urugay, Zuid-Korea, Hongarije, Tsjechië, Oostenrijk, Mexico, Australië en Denemarken.

Het festival blijft een goed georganiseerd gebeuren. Er kan misschien nog gewerkt worden aan de stiptheid van de voorstellingen in Studio Skoop, maar verder verliep alles doorgaans prima. Het blijft een raadsel waarom het festivalcafé zo piepklein was, maar het heeft niet verhinderd dat we er graag een film doorspoelden. Ik ben dus een tevreden klant.

De slotfilm bleek uiteindelijk de grootste teleurstelling. Passion van Brian De Palma was een grotesk onding. Ik had het te doen met Daniël Termont, die de voorstelling bijwoonde. Onze burgemeester raakt wellicht amper in de bioscoop en dan schotelt men hem zoiets voor. Verder wel fijn dat de verdeler van deze film mij een ticket voor de receptie bezorgde. Dank u, Lumière!

Goed gezelschap maakte als gewoonlijk deel uit van het plezier. Mensen die de verslaving begrijpen en evalueren met kennis van zaken, daar kan je het wel mee uithouden, al die tijd. Jarig zijn tijdens het filmfestival,  – jaar na jaar valt mijn verjaardag tijdens dit filmfeest – was dan ook extra fijn. Net die dag zag ik zelfs drie erg goeie films!

Ik ben natuurlijk wel enigszins opgelucht dat het allemaal weer voorbij is, maar anderzijds sluimert er al enige weemoed in mijn hoofd. Dat het dus maar snel oktober 2013 is, voor de 40e editie!





3400 films

26 09 2012

3400 gezien, en dat nog net terwijl ik 34 ben, mooi zo. Het werd Woody Allen’s Stardust Memories. Toepasselijk omdat de film over films gaat, omdat het min of meer een klassieker is en omdat het een Woody Allen is, van wie ik al bijzonder veel films gezien heb. Aardig en inventief.

Op zich is het overschrijden van de kaap van 3400 geziene films eigenlijk weinig vermeldenswaardig. De laatste keer dat ik iets gelijkaardigs verkondigde, was toen ik er 3000 had gezien, een kleine twee jaar geleden. Waarom geen maand of vier wachten om dan uit te pakken met 3500 films?

Omdat ik nog eens ouderwets wou de nadruk leggen op mijn filmverslaving, zo eenvoudig is het eigenlijk. Ik ben me ervan bewust dat ik een meer dan gemiddeld aantal films per week bekijk en dat wil ik dus even in de verf zetten. Het is ook wat opluchting, omdat de maand september qua filmvoer flink bleek tegen te gaan vallen, gezien de drukte die het begin van een schooljaar met zich meebrengt. Maar dat is stilaan goed aan het komen, met dank aan de rommelmarkt van DOK en de garage van mijn moeder, die een hele reeks weliswaar weinig belovende, maar sowieso ongeziene dvd’s opleverden.

Ik compenseer dat eventuele gebrek aan kwaliteit overigens binnenkort wel, want het Gentse filmfestival nadert en dat is toch zo’n beetje het hoogtepunt van het jaar voor mij. Het programma oogt alweer heem interessant. Dat er heel wat minder films op het programma staan, verkleint de stress enigszins. Anderzijds zijn er daardoor ook beduidend minder voorstellingen en krijg ik mijn schema niet eens opgevuld. Wat me dan misschien toestaat af en toe wat bij te slapen. Of langer in de festivalbar te zitten.








%d bloggers liken dit: