Even uitrazen (3)

18 01 2010

“De Broeders van Liefde zijn tevreden met de aanstelling van Léonard.” Daar zat ik op te wachten. Deze steeds verder in de tijd terugkerende orde deed onlangs een voorstel om scholen op te richten waarbinnen het katholiek geloof veel strikter beleden kan worden. Ik heb daar eerder al eens over geraasd, zoals u zich misschien herinnert. Het is intussen even uit de aandacht verdwenen en ik zou dus haast gaan hopen dat ze die plannen maar meteen voorgoed hebben opgeborgen. Maar met de aanstelling van de als zeer conservatief bestempelde André-Mutien Léonard tot kardinaal aartsbisschop, waarmee ze daar in Broederland uiteraard erg in hun nopjes zijn, wordt de slaagkans van hun losgeslagen idee alleen maar groter. Het kan hun zaak alleen maar ten goede komen, kan er lekker conservatief gekonkelfoesd worden op hoog niveau.

Ik zou het daar qua occasionele katholieken-bashing verder maar bij laten, zij het dat ik u nog even deelgenoot wou maken van een klein leedvermaakje  van mijnentwege toen Mieke Van Hecke onlangs in Ter Zake werd geconfronteerd met haar eigen conservatieve uitspraken als  directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs en ze daar niet zo meteen mee wegraakte. Zij zal er niet van wakker gelegen hebben natuurlijk, maar tegenover alle gruwel die dit soort mensen op minder verdraagzame momenten bij me oproept, mag al eens een schampere grijns staan.





Even uitrazen

13 09 2009

miekevanheckeMieke Van Hecke heeft makkelijk spreken: zij zit niet met een probleem op ‘haar’ scholen. Toch doet ze ook haar duit in het zakje in het hoofddoekendebat. Ze voert zelfs tegenargumenten op om die hoofddoek toch toe te laten. Ik twijfel niet aan haar intelligentie (wel aan haar breeddenkendheid), maar haar ervaring is zowat onbestaande in deze materie en haar mening dus erg eenzijdig. Ik ben nooit fan geweest van deze oeronderwijzeres, wiens nauwelijks verscholen superioriteitsgevoel maar al te vaak nare herinneringen oproept aan mijn eigen aanvaringen met het bestuur van het katholieke onderwijs. Haar nu weer aan het woord horen, laat me enkele bedenkingen maken.

In de eerste plaats is er het dubieuze feit dat in katholieke scholen wél plaats is voor religieuze symbolen. De logica daarvan vind ik eigenlijk nog altijd bizar -ik kan me er nog altijd niet in vinden dat onderwijs en geloof in onze samenleving nog zo vergroeid zijn – , maar dat is voer voor een ruimere discussie. Maar moslimmeisjes die zich in een katholieke school inschrijven, wordt wel gevraagd hun hoofddoek op school niét te dragen. Dat heeft een ranzig tintje, vind ik. De eigen religieuze symbolen mogen wel, die van een ander niet. Verdraagzaamheid heeft in het katholicisme altijd al een enge betekenis gehad. Bovendien kan ik me de bevoogdende en vingerzwaaiende toon voorstellen waarmee zo’n moslimmeisje en haar ouders in heel wat katholieke scholen ontvangen worden. Ik ben genoeg van die figuren tegengekomen in het katholiek onderwijs, mensen die abnormaal veel waarde schenken aan hiërarchie en eerbetoon, neerkijkend vanuit hun ivoren beleidstoren en in een eng wereldje leven. Maar we wijken af. Ik vind het dagelijks leven op een katholieke school ongezond ver van de (multiculturele) realiteit staan. Misschien zit het enkel in mijn hoofd, maar ik erger me aan de gerustheid van de katholieken: zij moeten in hun school nog lang niet vrezen voor de problemen waar andere onderwijsnetten wel mee te kampen hebben. Op een school werken waar pakweg een derde (of de helft, of 90% wat dat betreft) van de leerlingen moslim is, drukt je iedere dag met de neus op de realiteit. De multiculturele droom is weliswaar nog ver weg, ik blijf het toch erg verrijkend vinden. En zelfs dan, het is gewoon de werkelijkheid. Toch is het niet altijd makkelijk en op zo’n momenten vervloek in binnensmonds de katholieke collega’s die in een sprookje leven.

Ik overdrijf natuurlijk. Laat me duidelijk stellen dat de meeste katholieke scholen even goed of even slecht zullen zijn als scholen van het stedelijk onderwijs of het gemeenschapsonderwijs. Goede en gedreven leerkrachten vind je overal, stompzinnigaards en kinderhaters ook, en op geen enkele klas verloopt alles vlot. Mijn collegialiteit is niet universeel – ook daar ben ik bezoedeld door kennismakingen met engdenkende, ongeïnspireerde en ruggengraatloze leerkrachten – maar uiteindelijk neem ik maar aan dat de meesten van ons het voor  het kind doen. Maar in visie en beleid zitten zoveel verschillen.

Ik kan intussen vergelijken. In het katholiek onderwijs moet men zijn plaats kennen. Directies en vooral het bestuur zijn zo doordrongen van hun zeer subjectieve normbesef, dat voor het minste de wenkbrauwen gefronst worden. Leerkrachten wijken best niet af van de uitgestippelde wegen, vaak zelfs ook niet in hun privéleven en de hiërarchie is heilig. Het klinkt als een afgezaagd cliché, maar helaas is het nog echt vaak zo. In heel wat katholieke schoolbesturen zetelen nog zusters en broeders, zich krampachtig vastklampend aan gedateerde vormen en inhoud. Ik heb het dan niet eens zozeer over de gehanteerde waarden – die zijn vaak zo vaag dat ze gewoonweg als algemeen geldend voor onze samenleving kunnen gezien worden – maar over vaak heel oppervlakkige (en soms ook fundamentele) zaken die vooral geen smet op het blazoen van de katholieken mogen betekenen. Een blazoen dat al niet eens zo proper meer is.

Er zal wel weer een lezer of wat zijn die in dit soort  bedenkingen redenen ziet om me van frustraties en kleingeestigheid te beschuldigen. Dat zullen dan wel mensen zijn die nog nooit iets gehoord of gezien hebben achter de schermen van het katholiek onderwijs. En toegegeven, er is ook een zekere frustratie: omdat het stedelijk onderwijs nog zo vaak minachtend wordt bekeken door de katholieken en omdat nog zoveel mensen voor het katholiek onderwijs kiezen zonder alternatieven te overwegen. Dat behoudsgezind en slaafs volgen van de conventies, bah. Ik werk nu al enkele jaren in het stedelijk onderwijs en nog steeds vind ik de verschillen opmerkelijk. Op het ambtelijke aspect na, dat zoveel clichés bevestigt, zie ik hier veel meer vooruitstrevendheid en openheid. Ik merk dat kritiek en discussie kan, dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontplooiing, dat men niet verstikkend vasthoudt aan plichtplegingen en formaliteiten. Natuurlijk is er een chain-of-command en vanzelfsprekend gelden er gewone omgangsvormen. Maar zonder ook maar enige wurgende houdgreep van voorgeschreven regels van een oubollig geloof. En dat is niet eens correct uitgedrukt, want hoewel ik gelovige mensen vaak niet kan begrijpen, is het niet het geloof dat me stoort, wel de hypocriete wijze waarop dat geloof echtheid maskeert en als excuus moet dienen om zelf niet na te moeten denken. Geen wonder toch dat er zoveel duivels volk te vinden is, die kortzichtige interpretatie van geloof creëert volgens mij vooral frustraties.

uniformMieke Van Hecke had het nog even over uniformscholen. De voor- en tegens van uniformen op school  – of, in iets bredere zin, opgelegde kledingvoorschriften – zijn bekend genoeg. En toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat het ook hier enkel een vormelijk argument betreft, de overtuiging dat uniformen een soort fatsoen uitstralen die we blijkbaar moeten linken aan gelovigheid. Ook dat interpreteer ik als een superioriteitsgevoel. Als uniformen een soort mentaliteit moeten stimuleren, vraag ik me nog altijd af welke en waarom dat in onze samenleving niet te merken is. Meer zelfs, hoeveel creatieve en vooruitstrevende mensen kijken niet met veel bitterheid terug op hun uniformschool?

Met dat fatsoen neem ik overigens een term in de mond die ik eerder negatief opvat. Ik associeer fatsoen nog te vaak met afkeuring van wat anders is. Ooit noemde ik een schooldirectrice op deze blog als ‘stijfstaand van fatsoen’. Toen ze dat vernam en daar haar beklag over deed, had ze daar zelf ‘kakmadam’ van gemaakt. Dat had ik niet gezegd, het was haar eigen interpretatie. Maar ik ben dus niet de enige die het woord fatsoen eerder negatief beschouwt. Fatsoenlijkheid gaat er immers van uit dat de norm van welvoeglijkheid vastligt, maar dat is nu net niet zo. Maar opnieuw wijken we af.

Laat me concluderen dat ik me bijzonder goed voel in het stedelijk onderwijs en ik overtuigd ben van alles waar het voor staat. Ik geloof in de pedagogische omkadering en de professionaliteit van de mensen die er aan mee werken, zonder dat van hen gevraagd wordt te voldoen aan een uit de lucht gegrepen norm van wat toelaatbaar is.

En het spreekt vanzelf dat mijn school de beste is, ha!








%d bloggers liken dit: