Over peperkoek en poëzie

26 01 2012

Iemand besloot dat het afgelopen donderdag gedichtendag was. Ik had daar geen nood aan, gezien mijn beperkte vermogen om poëzie te begrijpen of ervan te genieten. Als leerkracht kun je daar echter niet zomaar omheen. Je kunt niet altijd alleen doen wat je zelf interesseert of wat het makkelijkst is. Dus besloot ik in de klas aan het dichten te slaan, met de kinderen.

Dat deed ik nu ook weer niet tegen mijn zin. Drie jaar geleden deed ik ook een gedichtenproject, en dat had prachtige resultaten opgeleverd. Ik heb dan misschien niet veel voeling met poëzie, taal is wel mijn ding en het lukt me vaak aardig om kinderen verder te brengen dan ze zelf zouden verwacht hebben. Het is in de eerste plaats dan ook een kunst om kinderen er zin in te doen krijgen. Dat doe je niet door blaadjes papier uit te delen met de opdracht ‘nu gaan we eens een gedicht schrijven’. Ik had me dus serieus voorbereid, met dank aan mijn Nederlandse inspiratiebron Jeroen Tans, bood eerst heel wat prachtige kinderpoëzie aan en in de namiddag zat de hele klas met een niet te temperen enthousiasme te schrijven en te experimenteren. Die paar kinderen die aanvankelijk protesteerden, raakten al snel eveneens verkocht. Om kwart over vier- toen de school dus al drie kwartier uit was – zaten nog zes kinderen verder te werken, weigerend naar huis te gaan. Zo’n dagen zou je als leerkracht meer moeten beleven.

Resultaten zijn er nog niet, maar het gaat ook dit keer de goede kant op. Het deed me echter stilstaan bij mijn eigen houding tegenover poëzie. Ik word er niet echt warm van, maar het laat me nu ook niet echt koud. Ik lees geen gedichtenbundels, maar kom soms poëtische zaken tegen die me wel treffen.

Nochtans heeft poëzie op minstens één belangrijk moment in mijn leven een grote rol gespeeld.

Toen ik in 1995 besloot leerkracht te worden (dat had ik eigenlijk al tien jaar eerder beslist), bezocht ik enkele opendeurdagen van leerkrachtenopleidingen. Eerst naar het dichtstbijzijnde Gijzegem (nu KaHo Sint-Lieven in Aalst), waar ik me terug in de tijd waande. Een halve pastoor en een non of twee ontvingen ons zonder merkbaar genoegen in hun gewelven en beschreven vervolgens hoe ze van enthousiaste jongeren op drie jaar tijd grijze muizen en klassieke leerkrachten zouden maken. Ik was – nog niet eens 18 – toen lang niet zo kritisch of anti-autoritair ingesteld en hoewel ik geen klik voelde met de school, zag ik me er de komende jaren al knutselwerkjes en stelopdrachten verzinnen in de grote grijsheid van dit nadrukkelijk christelijke universum. Gelukkig had mijn moeder een nonnentrauma en stelde ze resoluut dat ik hier echt niet naar school wilde, toch?

Ah neen dus. Dus trokken we naar Brussel, waar ik enkel de Nieuwstraat en de Kinepolis kende, maar waar dus ook een lerarenopleiding was, de KHB (Katholieke Hogeschool Brussel, voorheen Sint-Thomas, nadien Ehsal en nog van alles, nu HUB). De school lag niet ver van het Zuidstation en de Marollen, de bruisende maar kleinschalige Campus Nieuwland, in een wat grauwe buurt. De sfeer voelde meteen anders. Je mocht er de leerkrachten met de voornaam aanspreken en je werd als student veel volwassener behandeld dan in het bevoogdende en rechtlijnige Sint-Lieven. Een uit de hand gelopen kruising van een geitewollensokkenkampvuur en een bonte avond van de scouts, zou mijn moeder het dan weer vier jaar later cynisch beschrijven.

Een enthousiaste tweedejaars leidde ons rond. De cursussen en werkstukken die er ter aanschouwing uitgestald lagen, maakten indruk. Dit leek nu ook weer niet zo gemakkelijk. Je moest studeren. En creatief zijn en zo. Dat was toch wat anders dan leiding geven in de KSA. Dat de organisatoren van de opendeurdag enkel de allerbeste werkjes etaleerden, kwam niet in me op. Ik kreeg al koudwatervrees. Naar Brussel en zo. En klasgenoten die van verder kwamen dan Erembodegem of Sint-Lievenshoutem…

Als het meisje dat ons rondleidde, representatief stond voor de studenten van die lerarenopleiding, moest ik misschien zelfs twijfelen of ik me er ooit thuis zou voelen. Ze was wat artistiekerig, zelfverzekerd, matuur, sprak met een Brabantse r, … Het feit dat ik me haar nu, 17 jaar later bijna, nog herinner, is veelzeggend. Ook de andere studenten die aanwezig waren, straalden een zelfvertrouwen en wereldse attitude uit die ik toch vond contrasteren met mijn provinciale schaamte.

Mijn moeder was al veel enthousiaster en overtuigde me zonder veel woorden dat dit misschien wel was wat ik nodig had. Wat verbreding van mijn wereld, vrienden vinden die geen combat shoes droegen of zeven curryworsten eten als een avondje cultuur zagen. Ik besefte dat ik die grote stap wel moest zetten.

Het is nog altijd de beste beslissing uit mijn leven geweest. De vier daaropvolgende jaren zijn in mijn geheugen samengekoekt tot één grote herinnering vol vreugdemomenten en vriendschappen maar vooral aan het feit dat je je eigen grenzen verlegde en echt gevormd werd – jezelf mocht vormen zelfs. Als leerkracht-in-wording maar eigenlijk ook als mens, want daar zat de grote kracht van de school wel. De werkstress, de zenuwen tijdens stages en de buizen, vergeet ik nu even (want die vier jaar waar ik het over had mochten er eigenlijk maar drie zijn, maar het dubbelen van het eerste jaar heeft alles eigenlijk alleen maar mooier gemaakt).

Ik kan nog véél meer vertellen over die vier memorabele jaren, maar dat is voer voor later. Ik keer even terug naar die opendeurdag en die poëzie. Onze gids maakte ons attent op een gedicht dat in één van de lokalen hing te schitteren. Het was een kindergedicht, geschreven door één van de studenten, voor de kinderpoëziewedstrijd die de school om de paar jaar organiseerde, de Peperkoeken Pen. Ik durfde het amper lezen, uit schrik nog meer  geconfronteerd te worden met vaardigheden die ver buiten mijn kunnen lagen. De winnaar van de Peperkoeken Pen moest wel een uitstekend student zijn, een primus zoals je die alleen in romans tegenkomt die zich in de studentenwereld afspelen.

Half september begon de opleiding. In het lokaal waar we die eerste dag samenkwamen, viel opnieuw dat winnende gedicht op. Meteen een herinnering aan de hoge eisen die de opleiding leek te willen stellen. Niet alleen negeerde ik het gedicht omdat poëzie me weinig zei, vooral omdat ik moedeloos zou worden van het schrikbeeld dat ik slechts die middelmatige onderwijzer zou worden die hoop en al een leuk rijmpje kon bedenken dat anderhalve kleuter deed glimlachen.

De jaren gingen voorbij, zoals gezegd vol intense belevingen en inspirerende leermomenten. De Peperkoeken Pen kwam niet meer ter sprake. De bezieler ervan, docent Nederlands Marc Stevens, lag me ook niet. Zijn lessen waren formidabel en zelfs nu nog denk ik terug aan bepaalde verhelderende opvattingen die hij ons aanbracht. Maar ik kon het op persoonlijk vlak veel minder met hem vinden. Ik had de indruk dat hij mij misschien helemaal geen geschikte student vond, ik verdacht hem dan weer van scoringsdrang bij de studenten. De drie daaropvolgende jaren had ik echter geen les meer van hem, waardoor me vooral bijbleef dat hij zo’n stimulerende lessen gaf en vol ideeën zat om taal voor kinderen aantrekkelijk en levensecht te maken.

En toen was de Peperkoeken Pen er weer, in mijn afstudeerjaar. Ik voelde me niet aangesproken. Medestudenten zoals Vincent, voor wie het leven één groot gedicht was, of Celine, de ultieme zelfpromotor die Marc vast zo geweldig vond, zouden zich vast met veel enthousiasme op de wedstrijd gooien. Dat was een nuchtere veronderstelling hoor, zonder verbittering. Zoals ik mensen zie deelnemen aan wielerwedstrijden of hotdog-eet-marathons: veel succes gewenst, maar ik bemoei me er niet mee.

Wat dan uiteindelijk de aanleiding gegeven heeft, weet ik niet meer, maar ik besloot uiteindelijk om ook mijn kans te wagen voor de wedstrijd. Misschien omdat ik taalonderwijs zo leuk was beginnen vinden, of omdat ik altijd al graag verhaaltjes en rijmpjes had bedacht? Omdat ik mezelf wou uitdagen? De wedstrijd streefde wel een zeker niveau na (zoals je hier kunt lezen: geen rijmelarij, maar het trachten te vatten van de zieleroerselen van kinderen), en ik moet op dat moment toch gedacht hebben een kans te maken.

Ik produceerde thuis aan mijn bureautje twee gedichten. Het ene ging over voornamen en hoe het als kind moet zijn als je een voornaam hebt die anderen in het belachelijke trekken. Het andere was luchtiger en ging over het winnen van de lotto, denk ik (tijd om ze nog eens na te lezen, als ik ze kan terugvinden). In een voor mij atypische bui, besloot ik niemand te vertellen dat ik deelnam aan de wedstrijd. Vincent deed mee natuurlijk, en nog enkele andere vrienden voor wie het volkomen vanzelfsprekend was.

Je mocht je gedicht anoniem inzenden. Zo kon je zeker zijn dat de jury, bestaande uit docenten, volkomen neutraal oordeelde. In een gesloten omslag verklapte je dan je pseudoniem. Ik moet toch ergens wat wantrouwen in het systeem gehad hebben (misschien toch nog altijd wat bang van Marc?) en zond mijn twee gedichten in onder telkens een ander pseudoniem en in een ander lettertype. Zo zouden eventuele dwarsliggers op mijn prille dichterscarrièr, minder kans hebben om mij uit te sluiten op basis van mijn persoonlijkheid  – ik was ook wat brallerig bij momenten en stond zo irritant graag in de belangstelling. Het was een kleine school waar iedereen elkaar kende.

Na de examens volgde een schoolfuif. Op een bepaald moment zouden daar alle geselecteerde gedichten verspreid worden op een folder, en wat later zou dan de winnaar bekend worden gemaakt. Tot mijn grote verrassing en vreugde trof ik mijn beide gedichten aan onder de genomineerden. Ik kreeg verraste reacties – want waarom had ik niets verteld? Vincent was ook genomineerd en het trof me dat hij ook verrast was. Niet vanwege mijn nominatie, wel om mijn initiatief. Het was zo’n moment waarop je in de reacties van anderen een spiegelbeeld ziet van de persoon die je aan het worden bent. Ik was die Sven geworden die schijnbaar zonder aarzelen een kindergedicht schreef.

Die kleine dingen hebben van die deelname aan de Peperkoeken Pen een onvergetelijke ervaring gemaakt. Ik herinner me vooral dat ik – het klinkt ongeloofwaardig – heel bescheiden reageerde op mijn selectie. Ik, die verder zo vaak te koop liep met wat ik goed kon en dacht goed te kunnen. Ik denk dat dit zo’n situatie was waarbij de overwinning op jezelf de hoogst haalbare eer was. Zoiets bestaat dus echt. Ik was niet eens trots, vond het gewoon fijn dat mijn gedichten tussen een vijftiental andere prachtige gedichten stond van allemaal zeer getalenteerde medestudenten.

Later die avond lazen docenten de gedichten voor. Onder de deelnemers was enige animo wat die voorlezers betrof. Wie jouw gedicht voorlas, was wel degelijk van belang. Een charismaloze docent – zo had onze school er gelukkig niet veel – kon jouw imago als dichter-in-spe meteen verknoeien. Onze pedagoge Frieda, een heel tof mens, bleek mijn gedicht voor te dragen en dat was alleszins een meevaller.

Dat ik die avond uiteindelijk ook effectief met de Peperkoeken Pen aan de haal ging, was nog eens de kers op een overheerlijke taart. Ik zag mezelf terug, zoveel jaar eerder, op die opendeurdag, dat gedicht negerend. Die verhouding tussen die vroegere en die huidige Sven is vrijwel niet te beschrijven. Hoe onbelangrijk verder ook in het geheel der dingen, ik denk niet dat ik later in mijn leven nog iets bereikt heb dat ik voorheen in die mate onmogelijk achtte. Tegenwoordig speel ik op safe en breng ik enkel dingen tot een goed einde waarvan ik zeker ben dat ze succesvol zullen zijn. Maar die Peperkoeken Pen pakken ze me niet meer af, al bestaat ze nog enkel uit een oorkonde. En vind je hier zelfs geen verslag van de wedstrijd uit 1998.

Marc Stevens was er dat jaar niet bij, vandaar wellicht. Eén van zijn ouders was overleden, als ik me dat goed herinner. Enkele dagen later was er nog een afscheidsbarbecue voor alle derdejaars. Marc feliciteerde me toen, en zijn blik leek te willen suggereren dat ik even terecht als onterecht de winnaar was, zo meen ik me dat te herinneren. Omdat hij mijn gedicht misschien wel goed vond, maar hij misschien liever een ander student als verpersoonlijking had gezien van de individuele vooruitgang die de opleiding nastreefde. Dat is geheel en al mijn interpretatie natuurlijk. Hij gaf me ook zeer kort feedback. Dat slechts twee zinnen uit mijn gedicht samen veel krachtiger waren dan het volledige gedicht. Kritiek die even vernietigend als opbouwend was. Het ‘less is more’ principe zou ik pas vele jaren later begrijpen.

Ik had op dat moment Marc eigenlijk graag verteld wat die prijs voor mij betekende, maar dat was er toen dus niet het moment voor en de daaropvolgende drink & fuif kon hij begrijpelijkerwijs niet bijwonen. Nu zijn we bijna 13 jaar later en op een doordeweekse donderdag overvalt deze ervaring me opnieuw. En als mijn leerlingen volgende week tweeëntwintig mooie gedichten afleveren, is dat dus ook een beetje dankzij Marc Stevens, wiens initiatief mij overtuigd heeft van mijn eigen kunnen.





Gepamper: Billie

24 01 2012

Goed getimed, zodat beide ouders zich, tegen dat  het zo ver is, volop op het Aalsters carnaval kunnen storten: zondag kwam Billie ter wereld, dochter van oud-KSA’er Ken en Hiete Gerre Aagje.

Nu nog efkes aan de mem, maar ik verwacht al snel het soort meezingers van haar als dit: Poeiten Af!

(ik blijf fan van de Aalsterse meezingers!)





Gepamper: Storm

19 01 2012

Het was al een beetje een beestenboel ten huize Tom en Ellen – hoe braaf de zoontjes Wolf en Lion ook – maar nu zal het er pas flink gaan stuiven  want er komt een Storm opzetten. Het gezin werd vorige zondag uitgebreid met een dochter die haar naam misschien niet al te zeer moet waarmaken, daar in Tielt. Gefeliciteerd aan de hele familie!

(Dank ook aan al die kersverse ouders om mijn blog zo enigszins levendig te houden.)





Doorverwijzing

14 01 2012

Omdat Lode er serieus werk van maakt, hier even reclame maken voor deze blog, waarop de avonturen van de Belgische delegatie op de Olympische jeugdwinterspelen, op de voet gevolgd worden.

Maar voor lezers die dorsten naar meer van mijn eigen schrijfsels: geduld. Mijn inspiratie is momenteel een braakliggend terrein. Ik verwijs u dus graag even door.





De films van 2011

1 01 2012

Als filmfan heb ik een topjaar de rug. Niet omdat ik zo gigantisch veel goede films heb gezien, wel omdat ik véél films heb gezien. 230 namelijk. Dat is slechts 9 minder dan mijn recordjaar 2006. 113 daarvan zag in een bioscoop, waaronder ook 27 films op het zomerfilmcollege en 30 op het Gentse filmfestival.

Het lijstje hieronder bestaat uit de beste films die ik dit jaar gezien heb – van de films die in 2011 in de bioscoop verschenen. Ik heb immers nog een pak andere goede films gezien, waaronder enkele formidabele klassiekers als All About Eve en How Green Was My Valley, maar die worden dus niet in deze lijst opgenomen. Aan u om er naar hartelust tips uit te halen.

1. The Tree of Life

Niet iedereen wist deze spirituele film te appreciëren. Het levensbeschouwende, haast metafysische aspect van de prent was ook niet zozeer wat me aansprak, als wel de bijna zintuiglijke ervaring die het bekijken van de poëtische beeldenstroom bij momenten wist te zijn, inclusief gecontesteerde dinosaurus. Slechts heel zelden verschijnt een film die je raakt zonder dat je precies weet waarom, die uniek is in zijn beleving. Een filmisch equivalent van een gebed, een filosofisch buffet, een waar genot.

2. The King’s Speech

Tussen de vele vernieuwende en verheffende films zat voor mij ook een klassiek drama. The King’s Speech was niet alleen een streling voor het oog en een acteerfestijn van tal van excellente acteurs, maar ook een pakkend relaas over een man die ondanks zijn status over geen greintje zelfvertrouwen beschikt en tot zijn grote verbazing toch tot grootse dingen in staat is.

3. Black Swan

De geleidelijke overgang van obsessie naar waanzin wordt door regisseur Darren Aronofsky raak uitgebeeld. De fysieke manifestatie van de waanbeelden  – een danseres die denkt dat ze in een zwaan verandert – geeft een horrordimensie aan dit psychodrama dat het immense talent van Natalie Portman volledig tot zijn recht laat komen. Een film die je na afloop even van je af moet schudden.

4. Drive

De stijlvolle voorstelling die deze ode aan de misdaadfilms uit de jaren ’70 is, weet niet alleen audiovisueel te imponeren – de soundtrack van het jaar! – maar is ook een spannend én beknellend liefdesdrama waarin een zwijgzame protagonist alles op alles zet om zijn geluk en dat van zijn geliefde te garanderen. Esthetisch verantwoord maar schokkend gewelddadig  gebracht, is dit ook een illustratie van het vernieuwende talent van de filmmaker Nicolas Winding Refn.

5. Hugo

Martin Scorsese’s oogstrelende en hartverwarmende familiefilm is niet alleen een formidabel gemaakte 3D-film, maar voor mij vooral een ultiem eerbetoon aan de verbeelding en de energie van de eerste filmmakers. Wanneer George Méliès, een pionier van de filmindustrie, in de film gevierd wordt voor zijn bijdrage aan de film, raakt dat me tot in het diepst van mijn filmhart. Scorsese, zelf een groot filmfan, slaagt er in ons te laten aanvoelen dat zelfs de meest formidabele blockbuster vandaag nog terug te brengen is tot het amateurwerk van toen en dat al ons filmfanatisme gefundeerd is op de inzet en creativiteit van een groep enkelingen meer dan honderd jaar geleden.

6. We Need to Talk About Kevin

Het moederschap in ragfijne mootjes gehakt. Een pijnlijke, koele studie van een moeder die de speelbal is van haar psychopathische zoon terwijl ze toch uit alle macht probeert van hem te houden. Tilda Swinton beeldt elke minieme emotie treffend uit en ondergaat haar boetedoening met een ijzingwekkende gelatenheid. (mijn recensie)

7. In a Better World

Principes en idealen worden extreem op de proef gesteld in dit overrompelende Deense drama waarin een aantal volwassen hun eigen nobel denken ziet stranden op het extreem gedrag van hun kinderen. De topscenarist Anders Thomas Jensen wroet in  de menselijke geest zoals alleen hij dat kan, waardoor de kijker een spiegel voorgehouden krijgt.

8.  La Piel Que Habito

Almodóvar blijft op vertrouwd terrein, met een zeer meeslepende, intense psychohorrorprent. In zijn eigen, onnavolgbare stijl refereert hij naar klassieke genres, kruidt hij met wat groteske of kitscherige elementen en splits hij ons vooral een extreem macabere plotwending in de maag. (mijn recensie)

9. Medianeras

Een Argentijnse stadsromance vol spitsvondige scènes en voldoende karakteruitwerking om je helemaal voor zich te winnen. (mijn recensie)

10. Hanna

Een geweldige actiefilm over een klein maar dodelijk meisje, die zich dankzij excellente acteurs, sfeerbepalende locaties, een uitgekiende visuele stijl en een knaller van een soundtrack van The Chemical Brothers. (recensie)

11. Rundskop

Het Vlaamse boerendrama heruitgevonden.

12. The Kids Are All Right

Een herdefinitie van het concept gezin. (recensie)

13. Simon Werner a Disparu…

Een fascinerende kruising van Donnie Darko en Elephant. (recensie)

14. Le Gamin au vélo

Grootsheid zit hem soms in kleine dingen. Prachtfilm.

15. Les Géants.

Een ode aan de onbezorgde kinderjaren, zij jhet met een bitter randje. Waals pareltje.

16. Incendies

Zware tragedie met een opdoffer van een plotonthulling.

17. True Grit

Wat ondergewaardeerde Coenwestern.

18. 127 Hours

Weten hoe het afloopt, maar toch geen minuut verveling.

19. Mission: Impossible – Ghost Protocol

Razend spannende popcornfilm.

20. The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn

Tegen mijn zin enorm genoten van deze tot leven gekomen jeugdherinnering.

21. Les Neiges du Kilimandjaro

Frans ode aan de goedheid van de mens. (recensie)

22. The Ides of March

George Clooney blijft scoren. (recensie)

En ook nog Troll Hunter, Melancholia, Bridesmaids, Beginners, Super 8, Het Varken van Madonna, 50/50, Pulsar, Lena, Die Fremde, Hasta la Vista, Larry Crowne, X-Men: First Class, Source Code, Rabbit Hole, Rango, The Fighter, Never Let Me Go, Barney’s Version, La Nostra Vita.

 

 





Gelezen in 2011

29 12 2011

Ben tevreden over mijn leesoogst van het voorbije jaar. 25 romans is zo ongeveer hetzelfde als de voorgaande jaren – maar ik heb wel de indruk zeer genoten te hebben van het lezen.
Romans

1/ Alexander McCall SmithDe Goede Echtgenoot van de Zebra Drive (***). Vervolg in een zeer onderhoudende en charmante reeks over een Afrikaanse detective.

2/Elly GriffithsOffersteen (**1/2) Doorsnee thriller.

3/Paul AusterSunset Park (***) Ik blijf fan van Auster.

4/Patricia WoodDe Loterij (***) Fijn leesvoer! (lees hier)

5/ Hans DorrestijnDe wraak van de Spaanse kat (**) Gedateerd. Kostte moeite maar ik kreeg het van een leerling, dus…

6/Marie HermansonDe man onder de trap (***) Knappe psychologische roman!

7/Ronald GiphartIJsland (***) Mooi! (lees hier)

8/ Sharon PomerantzRich Boy (***) Was ik al wat vergeten. Niet memorabel dus maar graag gelezen.

9/ Jan VantoortelboomDe Verzonken Jongen (***) Heerlijk nostalgisch Vlaams. De auteur zelfs gemaild om te zeggen hoe goed ik het vond.

10/Herman KochHet Diner (***) Meteen verKocht!

11/Nick Hornby - Juliet, Naakt (**1/2) Heb het stilaan wel gehad met Hornby’s sukkelige personages.

12/Torsten KrolKinderen van de Jungle (***). Een voltreffer! (lees hier)

13/Douglas CouplandGeneratie A (***) Leuk! (lees hier)

14/Stephen FryHet Nijlpaard (**1/2) Herinnering is al vervaagd, moet ik zeggen.

15/Esther FreudEen kwestie van geluk (***1/2). Geweldige roman over de levens van vier jongeren met acteerambities.

16/Benjamin KunkelBesluitloos (**1/2) Best oké.

17/Tom RachmanDe Onvolmaakten. (****) Mijn favoriet, nog steeds spijt dat hij niet dikker was. (lees hier)

18/Robert WilliamsLuke en John (***1/2). Nogal tragisch.

19/Preston & ChildGideon’s Wraak (***). Ben  niet meer zo’n thrillerfanaat en dit is ook niet erg goed geschreven, maar wel spannend.

20/Alan HollinghurstKind van een Vreemde (***1/2). Formidabele schrijfstijl, enkele briljante momenten, origineel concept. Een kleine dip in het midden, anders waren het 4 sterren.

21/Paul Baeten GrondaOnder Vrienden (***) Goed hoor, maar er zat meer in. (lees hier)

22/Herman KochZomerhuis met zwembad (***1/2). Knap knap knap! (hier)

23/David Gilmour - De Filmclub (***). Filmcriticus leert zijn zoon alles over het leven door naar films te kijken.

24/Joe Dunthorne - Het Feest is voorbij (***). Erg goed, maar Submarien was beter.

25/Rachel WardDe Chaos (**1/2). Vrij spannende jeugdroman waarvan ik niet noodzakelijk ook het vervolg wil lezen.

En had ik begin december niet het vuistdikke en al bij al niet zo meeslepende Calamiteitenleer voor Gevorderden aangevangen, dan was de lijst toch langer geweest. Jammer.

Liggen klaar voor 2012: Zelf (Yann Martel), Het Leukste Jaar uit de geschiedenis van de mensheid (Giphart), Schokgolven (Jonathan Franzen, van wie ik ook nog Vrijheid wil lezen), Gelukkig zijn we machteloos (Ivo Victoria).

Grafische romans

1/ Jeff LemireEssex County

2/ Alex RobinsonTricked

3/ Walking Dead, delen 1 t.e.m. 6. Spannend!

Strips

Het achtste deel van Kobijn was het beste tot nu toe. De reis naar Antares blijft enorm meeslepend. De spin-off De Overlevenden is al even veelbelovend. Om Dirkjan moet ik blijven lachen en de Donjon blijft een heerlijke aantrekkingskracht uitoefenen. Even geen zin om te checken wanneer de laatste Largo Winch verscheen, maar als dat dit jaar was, heeft die me zeker en vast leesplezier bezorgd.





De series van 2011

28 12 2011

Naast héél veel film – mijn overzicht binnen enkele dagen – zag ik het voorbije jaar ook een heel pak series. Waar blijf ik die tijd halen, ik vraag het me ook wel eens af. Omdat het heerlijk opgaan in een hele reeks, vaak door het bekijken van meerdere afleveringen na elkaar, een typisch 21e-eeuws fenomeen is geworden – wie kijkt er eigenlijk nog naar series op televisie? – kijk ik graag eens terug op wat ik allemaal gezien heb, in de hoop u ook te overtuigen.

In januari startte ik eindelijk met True Blood, waarvan ik intussen drie seizoenen gezien heb. Ik vind de karakterontwikkeling in deze vampierenserie wat ondergeschikt aan de sensatie, maar niettemin een erg goed gemaakte reeks die me zeker weet te boeien. Seizoen 4 zal wellicht nog even op zich laten wachten en de kans is groot dat ik dan de draad kwijt ben want de laatste aflevering die ik zag, bestond uit een flinke opeenstapeling van gebeurtenissen en plotwendingen. Minpuntje vind ik wel dat er steeds maar  nieuwe personages én buitennatuurlijke wezens opgevoerd worden, maar ik haak voorlopig niet af.

In februari genoot ik van de BBC-serie Bleak House (op televisie dan nog wel!), naar het werk van Charles Dickens. Uitmuntend Brits kostuumdrama met een ijzersterke cast. De plot speelt zich bij momenten wat af in een braaf-naïeve setting waarbinnen iedereen nadrukkelijk goed of slecht is, maar niettemin: een waar traktaat voor liefhebbers van het genre.

Ik startte in maart met de veelbelovende serie Breaking Bad, waarin een aan kanker lijdende scheikundeleraar centraal staat wiens morele grenzen verlegd worden wanneer hij genoodzaakt wordt de criminaliteit in te gaan om zijn gezin na zijn dood te kunnen onderhouden. Ik verslond meteen twee seizoenen van deze heerlijke, sobere en strak vertelde serie. Dit is kwaliteitsdrama van de bovenste plank. Ik hoop ze snel verder te kunnen bekijken,want seizoen 2 eindigde met een geweldige cliffhanger.

In diezelfde periode trachtte ik af en toe een aflevering mee te pikken van Glee, na alle lof die de serie in de VS had gekregen. De doelgroep lijkt me op het eerste zicht toch tienermeisjes of zo te zijn, al moet ik toegeven dat er behoorlijk onweerstaanbare momenten inzitten voor muziekliefhebbers en er dankzij o.a. de grandioze Jane Lynch ook best wat te lachen valt. Maar na enkele weken had ik het wel gehad. Hoewel soms kritisch en gewaagd, is de serie ook extreem karikaturaal, nadrukkelijk politiek correct en moraliserend, op het onnozele af zelfs. Leuke stukjes te vinden op Youtube, maar de serie geef ik op.

Op Canvas was Sherlock een voltreffer. Deze moderne versie van de Sherlock Holmesverhalen, was meeslepend van de eerste tot de laatste minuut dankzij de ingenieuze scenario’s, de prima vertolkingen en de hippe look. Bestaat uit drie afleveringen, maar er komen er meer.

Strikt genomen is het geen serie, maar een verknipte versie van de drie films, dus ik hou het bij een korte vermelding: Millennium was zéér goed!

Een waar genot en een geweldige ontdekking in mei was de BBC-serie Downton Abbey, dat zich afspeelt op een indrukwekkend Brits landhuis net voor de tweede Wereldoorlog. Typisch Brits kostuumdrama, wat betekent: de allerbeste acteurs (Maggie Smith is excellent!), fantastische decors, historisch correcte plot. Een waar genoegen, aflevering na aflevering. Seizoen twee doet me net iets minder – ik vrees voor een soapsfeertje – maar het blijft wel boeien.

In augustus was Bored to Death een leuk tussendoortje, met dank aan Ted Danson, maar gelukkig was het een kort seizoen en ik hou het bij eentje.

Diezelfde maand was het tijd voor Entourage. Ik had doorheen de jaren wel al heel wat afleveringen meegepikt van deze Amerikaanse serie, maar heb nu seizoen 2 tot 5 eindelijk een keer volledig gezien en dat laat de reeks toch helemaal tot zijn recht komen. De personages zijn goed bedacht (Arie Gold is formidabel) en heel consequent, de setting is geloofwaardig en hoewel reflecterend op beroemdheid en het leven in Hollywood (met leuke gastoptredens van echte sterren), vooral toch een serie over vriendschap. Rest me enkel nog seizoen 6.

In oktober kon ik de bekroonde mini-serie Mildred Pierce bekijken, met Kate Winslet in de hoofdrol. Televisie van het niveau dat zelfs de meeste film niet halen. Indrukwekkend. Dankzij het filmfestival van Gent bekeken op een groot scherm.

In november lagen seizoen 3 en 4 van Mad Men klaar, ongetwijfeld het beste wat ik dit jaar gezien heb. Torenhoog niveau op alle gebied, al vanaf de begingeneriek. Schitterend hoe de personages mee evolueren doorheen de tijd.

Ik sloot af met nog een mini-serie, de historische reeks John Adams, over de totstandkoming van de Verenigde Staten en de rol van de tweede president daarin. Alweer grandioze televisie, in alle opzichten knap gemaakt (door de regisseur van The King’s Speech) en met topvertolkingen van o.a. Paul Giamatti en Laura Linney.

Dat is dus een flinke portie fictie geweest. Liggen klaar voor 2012: Dexter 2,3 en 4, Friday Night Lights, In Treatment, Arrested Development (om te herbekijken), Weeds 2 & 3. Staan op het verlanglijstje: Community, Boardwalk Empire, Treme en Life’s Too Short. Ik laat u volgend jaar weten wat  het geworden is.





Chocolademerde

24 12 2011

Ik vang mijn vakantie aan met een immense behoefte aan rust en me-time. De eerste uren van deze dag hielden daar echter geen rekening mee. Om acht uur startte mijn bovenbuur enige timmerwerken. De chocoladefondue – inclusief chocoladefontein – die gisterennamiddag mijn leerlingen een uur smulplezier bezorgde, dwong me daarna alweer naar school te gaan om de achtergebleven smurrie te gaan verwijderen (want dat kon er gisteren echt niet meer bij). Ik heb er dus al anderhalfuur schoonmaakwerk op zitten – zo’n chocoladefontein vraagt uiteindelijk meer reinigingswerk dan je er plezier aan hebt – en dus zou ik liefst van al nu enkele uren voor de televisie neerploffen, verdwalend in een film. Er moet echter alweer Kerstmis gevierd worden, dus dat verpozen stel ik nog maar enkele uren uit, tot ik aan die feestdis zit. En dan start ik morgen echt met luieren.

Alleszins een fijne Kerst voor u allen en aan alle leerkrachten een deugddoende vakantie!





ferfelend gefal fan voneemferwisseling

14 12 2011

Stanislav, Eugene, Achilles, Eusebius, Ijsbrand, Wilhelmus, Antonino, Esteban, Casimir, Enrique, Alizir, Serafijn, Quentin, Jeremias, Amaury, … Dat zijn pas moeilijke namen. Daar maakt u maar naar hartelust schrijffouten in.

Maar SVEN?????

Een naam die que banaliteit amper Jan overtreft?

(en dan daaronder gewoon doodleuk mijn mailadres, wél correct gespeld!?).





De Sint en zijn Piet

30 11 2011

Hoezeer we soms van het tegendeel overtuigd zijn, leerkrachten weten niet alles. Daarom zaten mijn collega’s en ik vandaag op een pedagogische studiedag (een conferentie dus) rond het thema taalvaardigheid en begrijpend lezen.

In de eerste helft van de voormiddag begaven we ons allen netjes naar de vooraf bepaalde workshop, de volle aandacht bij het onderwerp en in mijn geval met een grote bereidheid tot discussie. Hoewel interessant en bruikbaar, werd de informatie ons voorgezet zonder dat onze eigen inbreng van belang was. De aanwezigen uit het traditioneel onderwijs leek dat wel te bevallen – hun reacties bleven beperkt tot wat gemompel in hun vuist – maar de Freinetleerkrachten in het lokaal wilden toch zo graag hun ei kwijt.

Vandaar dat ik na de pauze wat minder meegaand werd en een sluimerende subversiviteit zich van mij meester maakte. Gelukkig bleek de tweede workshop een stuk actiever: we zouden kennis maken met een website die (al dan niet anderstalige) kinderen de kans bood een woordenboek op te bouwen met eigen definities en beeldmateriaal – mywondictionary. Mijn collega Geert geeft lichamelijke opvoeding en mijn directeur hoeft in de praktijk niets meer uit te proberen, dus vormden ze niet bepaald een motiverend gezelschap. Net op de nipper vielen ook Katrien, Cindy, Caroline en Hilde binnen, collega’s die voor een andere workshop ingeschreven stonden maar tijdens de pauze afzagen van hun plan, waardoor ze toch maar liever aansloten bij ons. Het moet gezegd dat dit sfeerbepalend werkte, terwijl we ook de aandacht hoog hielden.

Maar tja… hoewel in het dagelijks leven beschaafd en volwassen al onze verantwoordelijkheden dragend, doet dit soort situaties iets met een mens. Ineens zijn wij weer de leerlingen en moeten we luisteren naar iemand anders. Dat luisteren alleen al is moeilijk – we hebben toch altijd wat te vertellen – maar we steken elkaar ook aan met allerlei infantiele opmerkingen die dan nog eens hilariteit winnen doordat we ze moeten fluisteren. The good old days waarbij je de slappe lach nauwelijks kon bedwingen tijdens de les, zullen wel niet meer terug komen – ik heb al jaren geen slappe lach meer gehad, denk ik – maar de geringste aanleiding is toch goed genoeg om ons weer in de rollen van vroeger te laten kruipen.

Nu, we bleven beleefd en rustig hoor. Maar toen we zelf aan de slag mochten, lieten we ons helemaal gaan. De opdracht was zelf een woord toe te voegen in het on line woordenboek, met uitleg en beeldmateriaal. Meer is niet nodig om ons, respectabele burgers, te laten degraderen tot kinderachtige pubers die bij het woord Sinterklaas vooral de zakken en pieten vermeldenswaardig vinden en kiezen voor weinig flatterende foto’s. Hahaha en hohoho – dat onze leerlingen het maar niet te weten komen.

Maar we schamen ons niet. We hebben gewoon nog eens bewezen dat we een team zijn met veel enthousiasme, dat de zaken van een lollige kant kan bekijken – er zit al zo weinig humor in het onderwijs. Het risico lopend dat u geen voeling krijgt met onze flauwe flow en ons gedrag finaal afkeurt, laat ik toch even meegenieten van onze bijdrage. Het audiofragment blijft u gelukkig bespaard.

En morgen zijn we weer gewoon volwassen en pedagogisch verantwoord en een voorbeeld voor uw kind…





Mijn oma is dood (maar ze leeft nog)

23 11 2011

Afgelopen zomer werd mijn grootmoeder 88. Zeggen dat dat er een feeststemming was, is veel gezegd. Mijn grootmoeder is niet graag jarig, dat is al jaren zo. Maar nu kon er echt geen glimlach af. Niet dat er veel animo onder de verzamelde familieleden viel vast te stellen, maar toch, eens jarig leek ze toch altijd weer mee te willen, al was het maar omdat ik drie stukken taart at om haar plezier te doen.

Nu zijn we een aantal maanden later en er is geen beterschap. Mijn grootmoeder lijkt op haar 88e vastbesloten ongelukkig naar haar levenseinde te sukkelen. Haar gezondheid is daarbij geen doorslaggevende factor. Ze zit met een slecht genezende wonde, kneusde onlangs weer haar ribben bij een val, heeft evenwichtsstoornissen waardoor ze al eens haar vloerbedekking van zeer nabij moet bekijken, maar al bij al is ze voor een hoogbejaarde best nog vief. Dokters en professoren prijzen haar al jaren voor de kwaliteit van haar lichaam!

Maar vooral tussen de oren wil het niet meer mee. Mijn oma heeft er genoeg van. Ze klaagt en zeurt en plengt al eens een traan, weigerend nog enige schoonheid in het leven te zien. Vanuit haar standpunt kan ik dat soms begrijpen, al negeert ze koppig iedere scheut optimisme. Ze zit vaak alleen, is niet meer goed te been, eet niet meer met smaak, staart gedachteloos naar televisie en toont geen enkele interesse in wat voor ontspanningsmogelijkheid dan ook. Een Story doorbladert ze zonder enig genoegen en de post uit de brievenbus halen is de uiterste krachtinspanning en tegenwoordig haast de enige uitstap. Durf haar nergens voor uit te nodigen want ze komt niet (ook al omdat dat fysiek steeds moeilijker wordt).

Ze ziet mij en andere familieleden graag op bezoek komen. Ze heeft vijf zonen – waarvan drie gepensioneerd – , zeven kleinkinderen en als ik me niet vergis negen achterkleinkinderen. Maar dat garandeert geen zoete inval. Sommigen komen weliswaar eens per week, enkele zelfs iedere dag, maar nooit erg lang. Ik vrees ook dat de plichtmatigheid steeds voelbaar is. Er wordt dan geponeerd hoe druk het wel is en wat allemaal nog moét. Het gezelschap houden van een bejaarde hoort daar niét bij, zo laten ze haar voelen. Sommige kleinkinderen slagen er niet in één keer per jaar langs te komen. Druk druk druk, u moet dat verstaan. Ik woon het verste weg maar teken minstens drie keer per maand present.

Ze blijft daar consequent waardering voor uitspreken, maar toch kost het me een inspanning, dat geef ik al een tijd toe. Ik zie er de tijd wegtikken en aanhoor haar geweeklaag. Er zit al eens een buurvrouw of zo bij en dan val je al snel een erg enge wereld binnen, waarin dooddoeners of praatjes over het weer de dienst uitmaken. Ik verbijt mijn ongeduld, blader in haar roddelblaadjes en eet een koekje of tien. Een echt gesprek hebben we nooit. Mijn oma wil wel weten hoe het met me gaat, maar haar wereldbeeld staat mijlenver van de werkelijkheid. Ze begrijpt niet veel  – hoort ook niet goed – en beoordeelt alles vanuit een achterhaald, door de media gevoed angstenpatroon. Schoolmeester worden afgeslegen door bendes Turken en mijn broer moet bedelen voor een korst brood. Er is dus niet echt sprake van een conversatie. Zelfs de kracht van een anekdote gaat snel verloren.

Het is ook normaal dat ze, vanuit haar neerwaartse spiraal, enkel nog geïnteresseerd is in haar eigen situatie. Het aanhoren van haar problemen, bezie ik als mijn taak als kleinzoon, zelfs al krijg ik steeds meer het gevoel dat anderen die taak verwaarlozen. Ik word er ook moe van. Maar waarom zou ik, die een actief, gevarieerd, genotsvol, sociaal en impulsrijk leven leid, het niet kunnen opbrengen om haar nu en dan een uur gezelschap te bieden en wat aandacht te geven?

Straks denkt u nog dat dit artikel over mij gaat. Dat ik beroep doe op uw ‘vind ik leuk’s om mijn status als doodbrave kleinzoon bevestigd te zien. Maar de essentie is dat mijn bekommernis omgeslagen is in bezorgdheid. Ik krijg steeds sterker het gevoel dat mijn oma het wel  gehad heeft en ze zich, los van fysiek welzijn, een plaatsje aan het reserveren is in het hiernamaals. Maar hoe praat je zulke gedachten uit haar hoofd?

Ik vrees ook, en nu ga ik boude uitspraken doen, dat veel mensen ook niet inzien waarom dat uit haar hoofd moet gepraat worden. Misschien willen we wel allemaal dat ze op een ochtend niet meer wakker wordt, omdat ze dat zelf toch zo graag wil (en ons dat dan allemaal verlost van al die lasten?).

Alleen mag ze dat verlangen dan al uitspreken, in hoeverre is dat gefundeerd? Ze is altijd al bang geweest van de dood. Daar nu naar lijken te verlangen wijst of op een depressie of op een verpakte noodkreet. Intussen heeft dit doemdenken dan toch effect op haar gezondheid. Ze krijgt wel veel hulp in huis, maar het begrip zelfstandig wonen wordt duidelijk uitgehold. Ik vraag me dus af wanneer mijn vader en zijn broers deze situatie willen onder ogen zien. Het woord ‘rusthuis’ valt zelden. Mijn oma heeft zich daar altijd negatief over uitgesproken. Haar buren argumenteren mee. In eigen huis ben je de baas. Daar zit je evengoed alleen. Je krijgt er eten maar verder ziet er ook geen mens naar u om. Je krijgt er maar een klein kamertje. Enzovoort.

Ik begin dat te betwijfelen. Volgens mij zou mijn oma opgelucht zijn dat er altijd hulp in de buurt is, ze verlost is van een huis dat te groot is en een tuin die ze niet kan onderhouden. Waar wel degelijk andere mensen zijn om elkaar gezelschap te houden. Waar mensen professioneel het soort kletspraat gebruiken dat mijn oma net apprecieert. Of zal het één van haar zonen zijn die op een dag  – laat het nooit zover komen – haar van een verse luier moet voorzien? Ik dacht het niet.

Mogelijk overschat ik die seniorenopvang. Mijn oma is geen gemakkelijk mens. Maar wat is het alternatief? Een laf ontwijken van de realiteit, tot er op een dag iets erger gebeurt – een zware val, een heupbreuk, een attakske -  en ze maar meteen terechtkomt op een afdeling waar het onvermijdelijk naar pis ruikt? Ik ken mijn familie wel een beetje. Het zou best wel eens kunnen dat ze dat een normaal perspectief vinden.

Ik weet ook dat een plek in een rusthuis lang vooraf gereserveerd moet worden. Gezien de huidige gemoedstoestand van mijn oma en mijn akelige aanvoelen, is het misschien te laat om die zoektocht nu aan te vangen. De familie toont zich bereid de periode tot dat ultieme moment – wat evengoed nog jaren kan zijn – zwijgend te overbruggen, al zijn dat dan vele uren bezoek. Ik zucht daar diep om. Ik word er moe van. Ik schuif het van me af maar trek het me ook aan. Het is niet mijn zorg. Het is wel mijn zorg.

Zekere secreten van tantes, niet vies van wat gestook, etaleerden jaren geleden al hun zogenaamde barmhartigheid met de belofte dat er altijd een bedje voor haar zou klaarstaan, mocht het zover komen. Ik vind dat  het zover is. Waar is dat bedje nu?

Weet u wat mijn oma eigenlijk echt het aller- aller- allerliefste zou willen? Bij mij of mijn broer wonen. Echt waar. Ze laat zich dat al eens ontvallen, al weet ze meteen hoe absurd dat idee is. Ze ziet ons heel graag. Ik vind het een verpletterende verantwoordelijkheid dat de sleutel tot haar geestelijk welzijn misschien wel in onze handen ligt. Ik verkies dan toch maar bot egoïsme, in dat geval. Ik ga niet voor de status van heilige. Ik dek me in met die drie bezoekjes per maand.

En voilà, dan ben ik misschien nog slechter dan mijn familieleden.

Wat nu?

************





Beste Panosbakker (2)

11 11 2011

Geachte heer,

Kent u me nog? Enkele jaren geleden was ik een trouwe klant. Ik heb u toen nog ongevraagd advies gegeven rond uw voorraden.

Ik neem het u geenszins kwalijk dat u die periode achter zich heeft gelaten. Ik ben geen klant meer van Panos. Niet vanwege een ontevredenheid over het assortiment of de kwaliteit van uw waren, noch over de bediening. Eigenlijk zit er geen bewuste beslissing achter. Eerder toevallig bleken andere zaken handiger voor mijn aankopen.

Dit is echter naast de kwestie. Ik richt mijn schrijven tot u omdat ik vandaag heb vastgesteld geen spijt te hebben van het feit dat ik niet langer tot uw klantenbestand behoor.

Vandaag betrad ik voor het eerst sinds lang uw winkel – u blijkt de enige bakker in de buurt die al om kwart voor 8 open is. Ik koos uit uw ruim assortiment een meergranenbrood. Voor het eerst maakte ik kennis met jullie intussen ietwat befaamde vierkant brood. Ik was daar eerlijk gezegd niet enthousiast over. Een vierkant brood, dat slaat toch nergens op? Het klinkt onnatuurlijk: een in zijn bakvorm vastgistend gedrocht, een anomalie als gevolg van een mislukt wetenschappelijk experiment. Als een vierkant ei. Een gladgeschoren cactus. Een banaan zonder schil of een voorgebakken biefstuk. Producten waarvan marketeers denken dat ze het leven van de consument vergemakkelijken, terwijl het in feite iets bizar is. Of alleszins niets uitmaakt. Want waarom is mijn brood vierkant?

De broodzak informeert me daarover, via een opsomming van voordelen die eveneens enkel door marketeers bedacht kunnen worden. Zo mag ik me bv. gelukkig prijzen dat elk sneetje even groot is. Maar zit de charme van een rond brood er nu net niet in dat niet alle sneetjes even groot zijn? Want met zo’n korstje valt vanalles aan te vangen. Men dopt het in soep of gebruikt het als schraper voor een lekkere saus. Iets waar een volwaardig snee brood niet geschikt voor is. In mijn geval doen het begin- of eindsneetjes dienst als excuus: ik eet een chocolade ventje en maak mezelf wijs dat dat mag omdat ik er een boterham bij eet. Dan heb ik het over zo’n futiel sneetje waarmee het brood aanvangt. Maar genoeg daarover.

Voor de toevallige meelezer schets ik wel even het verschil tussen uw vierkant brood en het reeds lang bestaande langwerpig brood waarvan de sneden eveneens min of meer vierkant zijn. Dat verschil is futiel, hoewel uw brood vierkant is en de oude versie langwerpig. Maar het punt is dat u uitsluitend vierkant brood verkoopt en geen rond meer. U biedt de consument dus geen keuze en maakt ons wijs dat deze verandering bedacht is om de klanten een plezier te doen terwijl een duidelijk een economische strategie achter zit die te maken heeft met kostenbesparende maatregelen en functionele stapeling.

Ik kan u als commerciële onderneming niet kwalijk nemen winst als primair doel te stellen. Maar het maakt wel dat ik in plaats van brood vooral een product van u koop.Een schijnbrood haast. Een hallucinatie. Dat in veel te dunne sneetjes wordt gesneden. Waarmee ik dus suggereer dat met de nieuwe broodvorm ook een nieuwe snijmachine kwam die zo afgesteld is dat men net één sneetje meer krijgt, om de illusie te laten ontstaan dat we meer brood hebben voor dezelfde prijs. Maar iedere doorwinterde broodeter zal het bevestigen: de sneetjes zijn te dun.

In de hoop dat feedback van een klant door u als een opportuniteit wordt beschouwd, sluit ik mijn schrijven af met een oprechte gelukswens wat verdere innovatieve initiatieven betreft en wie weet hoort u binnen enkele jaren weer van me.

Met vriendelijke groeten,

Sven De Schutter





Lectuurtip: Zomerhuis met Zwembad

6 11 2011

Het genoegen van goede lectuur laat zich slechts enkele keren per jaar waarnemen. Ironisch dat het leesplezier bij zulke werken ook altijd het snelst voorbij is, gezien de manier waarop het je aanzet verder te lezen. Zomerhuis met Zwembad wist me op een avond of drie compleet voor zich te winnen en nam in mijn hoofd al snel de vorm aan van een heerlijk spannende film.

Ik had vooraf de kans hoog ingeschat dat deze roman me zou bevallen. Van Herman Koch las ik ook Het Diner en dat bleek al te getuigen van zijn talent om levensechte personages te schetsen die geloofwaardige dialogen hanteren en in een situatie belanden die psychologisch steeds benauwender wordt. Zomerhuis met Zwembad vergroot deze eigenschappen nog met als resultaat een razendsnel voortdenderende thriller.

De protagonist is er eentje om niet snel te vergeten. Marc Schlosser is een huisarts met bedenkelijke morele opvattingen en sociale principes. Wanneer hij met vrouw en dochters gaat logeren bij een patiënt die hem uitgenodigd heeft in zijn zomerhuis in Frankrijk, gebeuren er een aantal zaken die de onderlinge relaties drastisch dreigen te veranderen.

De sterkte van deze meeslepende roman zit volgens mij in het strakke verteltempo. Geen enkel personage of situatie is er zomaar: alles en iedereen heeft zijn rol in het verhaal. Koch heeft zijn plot volledig onder controle. De occasionele afdwaling gunt ons een blik in het hoofd van het hoofdpersonage: er huizen weinig empathische gedachten, zeker voor een huisarts, die het verhaal een griezelige ondertoon geven.

Grote literatuur is dit niet, maar Koch toont zich een meesterlijk verteller die schitterend personages tot leven kan wekken en een verstikkende atmosfeer weet op te roepen. Het is lectuur voor het grote publiek – het werd dan ook een bestseller – , meeslepend zoals de betere Hollywoodfilm.





Gepamper: Mil

3 11 2011

De luiers en papflessen stonden al even klaar en kunnen nu hun nut bewijzen: Flore en Bart mogen zich immers de kersverse ouders noemen van hun eerste kindje Mil. Ik wens hem een voorspoedig leven toe en wens zijn ouders van harte proficiat!





Lectuurtip: Onder Vrienden

2 11 2011

Ik was wel te vinden voor de hapklare vertelstijl van Paul Baeten Gronda, van wie ik zijn eerste roman Nemen wij dan samen afscheid van de liefde las. Zijn derde roman  – een toch wel erg dun boekje – is me goed bevallen, al vind ik dit echt sneetjeslectuur: zo leg je er gerust meerdere tussen je boterham.

PB Gronda beschrijft het samenkomen van een groep vrienden ter ere van de dertigste verjaardag van het hoofdpersonage. De samenstelling van de groep en de verrassende onthullingen die de relaties tussen allen na die avond duidelijk geherdefinieerd zullen hebben, zorgen voor boeiende lectuur, hoewel die zaken weinig origineel zijn en zelfs in zekere zin gezocht en nadrukkelijk literair aandoen. Vriendengroepen in romans bestaan altijd uit een klein, bevatbaar clubje, verantwoord samengesteld uit koppels en vrijgezellen, hetero’s en homo’s, rijke en minder rijke, intellectuele en minder intellectuele personages en dan liefst nog iemand met een andere nationaliteit of huidskleur. Kortom: het soort vriendengroepjes dat vooral in fictie voorkomt. En in hoeverre bent u in werkelijkheid wel eens getuige van een grote revelatie, laat staan van meerdere na elkaar?

Hoewel het me dus stoort dat PB Gronda zo weinig moeite heeft gedaan om wat levensechter uit de hoek te komen – hoewel: voor iemand die volgens de achterflap ‘afwisselend in Leuven, Borgosesia en New York woont’ is dit misschien wel levensecht – leest Onder Vrienden lekker weg. De personages zijn leuk getypeerd en de dialogen zijn gevat. Jammer dan ook dat er niet meer mee gedaan wordt. Ronald Giphart – ongetwijfeld een invloed op Gronda – zou er zich niet zo makkelijk vanaf gemaakt hebben.

De beschouwingen rond het ouder en volwassener worden, beschrijft de achterflap als ‘Zo snijdt hij met humor en venijn in zijn eigen vlees en in dat van zijn leeftijdsgenoten‘. Dat vind ik vergezocht, want hoewel Gronda niet veel tekst nodig heeft om de opvattingen van de personages te schetsen, zijn het ook best wel stereotiepe beschouwingen. Ik vraag me toch wel af wie die leeftijdsgenoten van Gronda in werkelijkheid zijn. Dit lijkt me beslist geen verhaal dat als illustratie kan dienen bij de identiteit van mijn generatie. Maar wijn wonen dan ook niet afwisselend in Leuven, Borgosesia of New York natuurlijk.

In zijn geheel dus echt te weinig essentieel en nergens zijn potentieel waarmakend, maar wel een leuk leestussendoortje.

Om af te sluiten een fragmentje dat ik erg herkenbaar vond:

“Maar hij is echt een beste kerel hoor, als je hem leert kennen. Weet je wat het is met al die geweldige mensen die je eerst moet leren kennen? Dat zijn eikels. En je leert hen niet kennen, je went gewoon aan het feit dat het eikels zijn.”





Don’t Mess with Sven

31 10 2011

Ik zat in een propvolle bioscoop en om één of andere reden had ik twee volle plastic zakken bij me. In de ene zaten persoonlijke nota’s, mijn agenda en notities uit de les e.d. In de andere zaten bibliotheekboeken of mogelijk ook pas gekochte boeken. Romans, strips en non-fictie.

De rijen stoelen in de cinema stonden zo dicht mogelijk op elkaar, alsof de suggestie van een kermisattractie werd opgeroepen waarin je maar beter zo vast mogelijk zat. Bovendien zat de zaal helemaal vol. Het was een bescheiden zaal en er was amper een niveauverschil tussen de rijen. Je zat er werkelijk opgepropt. Toch leek me dat als fervent cinemabezoeker niet te storen. Ik zat enkel wat verveeld met die zakken, die ik onder mijn stoel legde.

Het ontging me volkomen welke film het was. Na afloop snelde ik de overvolle zaal uit. In de lobby van de bioscoop, die enige ouderwetse grandeur uitstraalde, met dik mosterdgroen tapijt en goudgelakte balustrades aan de trappen, ging ik even op de grond zitten om te ontspannen. Na een tijdje drong het tot me door dat ik slechts één van de twee zakken had meegenomen.

Ik snelde terug naar de zaal, die al weer helemaal gevuld was met mensen voor de volgende voorstelling. Ik vroeg paniekerig aan de mensen die op mijn oude plek zaten, of er toevallig een zak onder het zitje lag. Het kostte de mensen een zware inspanning om onder hun stoel te kijken – de rij ervoor stond immers veel te dicht om je zover te kunnen bukken – maar ze moesten me teleurstellen: er lag niets meer.

Teleurgesteld droop ik af. Ik vergat nóóit iets. Dat had ik altijd aan mijn broer overgelaten. Ik bleek nog niet te beseffen welke zak ik kwijt was en vroeg me meteen ook af welke ik het ergst vond kwijt te zijn. Het ging om de zak met boeken. Met spijt dacht ik aan de ongelezen spullen en het geld die ze gekost hadden – of, als het bibliotheekboeken waren, die ze me nog zouden kosten.

Ik bedacht dat ik de mensen die naast me zaten, misschien nog zou herkennen – want die hadden ongetwijfeld de zak meegenomen. Intussen stond ik buiten aan de bioscoop, op een meters brede en erg hoge trap waar mensen na de film gingen zitten. Er was echter al heel wat tijd verloren gegaan en ik had geen preciese herinnering aan het koppel naast mij. Ik nam dan maar plaats op de trap – ik had sterk de indruk dat dit een postmodern ritueel was dat bij het bioscoopbezoek hoorde, want de trappen zaten vol en er was duidelijk iets in me dat me weerhield al naar huis te gaan. Het was een sfeervolle avond.

Ik maakte een praatje met andere filmliefhebbers – waren dat Stijn en Hanne? – en vertelde wat er gebeurd was. Terwijl ik mijn relaas deed, scande ik nog tevergeefs de massa om me heen. En toen kon ik mijn ogen niet geloven! Op amper drie meter van me vandaan zat een vrouw, in gesprek met iemand die ik meteen als haar man herkende, en nog enkele anderen. Tegen haar borst, amper verborgen onder haar jas, drukte ze mijn plastic zak!

Ik aarzelde geen moment, onderbrak mijn geklaag, en stapte kordaat, haast agressief op de vrouw af. Ze herkende me een fractie van een seconde te laat als de werkelijke eigenaar van de zak, en de blik in haar ogen bevestigde dat mijn indruk correct was: dit was een dief. Haar pogingen om de zak tegen zich aan te drukken en weerstand te bieden, waren vruchteloos. Ik sleurde de zak uit haar handen en draaide de protesterende vrouw en haar verbaasde gezelschap meteen de rug toe, met een sterk overwinningsgevoel.

Amper had ik me tevreden weer aangesloten bij mijn groepje, waar geen woord gezegd werd over het voorval en het gesprek gewoon verder ging waar het zonet abrupt gestopt was. Maar we werden al meteen gestoord: achter me stond de vrouw en ze sprak me aan, zich druk makend over het feit dat ik haar zelf gestolen zak terug had genomen. Ik draaide me geïrriteerd om en gaf de vrouw een flinke vuistslag in het gezicht. The End.

En zo kende deze droom een uitzonderlijk  einde. Dat heb je als het vakantie is en je mag uitslapen.

En excuseer beste lezers, als ik u bij gebrek aan waargebeurde spannende belevenissen moet vervelen met nachtelijke fictie, maar sla dergelijke artikels volgende keer dan gerust over. Ik vond het een leuk avontuur.





Een Nieuw-Guinees uit Le Havre

29 10 2011

Ik wandelde door een bescheiden winkelstraat van een klein Nederland dorp. Ik stapte zonder enige reden binnen in een fotowinkel. Het was best een grote zaak en er waren redelijk wat mensen. Je kon er foto’s laten inkaderen en fototoestellen kopen enzo. Er waren diverse personeelsleden aan het werk.

Het was duidelijk dat ik nog lang niet aan de beurt was (het was me ook geheel niet duidelijk wat ik eigenlijk wou kopen of vragen) dus keek ik nog maar wat rond. Een uitgestalde foto trok mijn aandacht. Men had hem centraal gesteld in de zaak en er hing een boodschap bij. Op de foto zag je een tweepersoonsbed, vanuit de lucht gezien. Rondom het bed was alles weggefotoshopt, waardoor het bed een soort hemelse uitstraling kreeg. Hij was ook fel belicht, zodat je eigenlijk vooral veel wit zag. Op het dekbed stond het gezicht van een vrouw, pover getrukeerd in zwart-wit zodat het leek dat het dekbed haar beeltenis droeg. De vrouw lachte vriendelijk. Ik staarde naar de foto en besefte dat die vrouw mijn moeder was.

Het duurde even voor het bizarre toeval van deze situatie tot me doordrong. Ik las uiteindelijk de tekst bij de foto. ‘Dit is winnende foto van onze fotowedstrijd‘. Dat vond ik onnozel, want het was allemaal erg amateuristische, alsof een kind op zijn computer wat geëxperimenteerd had met overlappende foto’s. Er stond ook een foto bij van de fotograaf, een oudere kale man. In een tekstballon bij zijn foto stond: ‘Ik won 150 gulden met deze foto. Maar o jee, ik weet niet wie deze dame is. Wie kan me helpen?‘.

Ik ging naar de toonbank en richtte me tot twee van de erg vriendelijke mensen achter de kassa. ‘Daar op die foto, dat is mijn moeder!‘ zei ik, nog half onder de indruk en ook wel met het gevoel alsof ik in een komische serie zat, want hoe kon iemand met zo’n slechte foto nu een wedstrijd winnen? De dames achter de toonbank en nog enkele andere toegesnelde personeelsleden van wat nu eigenlijk een familiezaak bleek te zijn, vonden dat natuurlijk erg leuk, maar gaven verder weinig blijk verrast te zijn. Alsof het gewoon een kwestie van tijd geweest was dat iemand zich meldde.

Weet je wat nou het bijzondere is‘, vroeg één van de dames, duidelijk de moeder van de familie. ‘De foto is gemaakt door een Nieuw-Guinees uit Le Havre. Uit Le Havre dan nog wel! Net zoals in dat liedje van twee blaadjes op het water!‘ De andere dames kirden van vrolijkheid. Ik knikte wezenloos en deed alsof ik wist over welk liedje het hier ging. ‘Maar hoe komt die man aan de beeltenis van mijn moeder?’ vroeg ik, terwijl men achter de toonbank allerlei administratieve handelingen ondernam die deel uitmaakten van de procedure waarin ik me nu blijkbaar bevond. ‘O’, zei één van hen achteloos, ‘die komt van de Reyerslaan!’.

Toen werd ik wakker met het gevoel alsof ik zonet in een vreemde film had meegespeeld. Uitermate bizarre dromen, het zit onze familie, maar bij mij zijn ze voorlopig zeldzaam. Deze wou ik vanwege zijn hoge absurditeitsgehalte toch met u delen…





The End

23 10 2011

Had ik de voorbije 12 dagen aan één stuk door moeten werken, ik was al lang onderuit gegaan. Maar twaalf dagen filmfestival gingen me dan blijkbaar wel af, al overvalt me vandaag een loden gevoel van uitputting waarvan ik liefst van al een dag of twee zou recupereren.

Het zit er weer op. Mijn twaalfde Gentse filmfestival. Op filmgebied een waar genot. Ik zag, net als ieder jaar, zo’n 30 films en daar zat amper iets minderwaardig tussen. Niet dat het programma dit jaar zo veel sterker was, wel mijn vermogen om te vooraf te bepalen wat voor films me liggen. Ik zag twee Noorse films, een Deense , twaalf Amerikaanse, drie Belgische, vijf Britse, een Nederlandse, een Franse, een Zuid-Koreaanse, een Zuid-Afrikaanse, een Oostenrijkse, een Argentijnse, een Russische en een Zweedse film. Als gewoonlijk een mooie variatie aan stijlen en verhalen en geen enkele daarvan was echt slecht, al waren sommige eerder flauw.

Ik heb de zaal één keer verlaten, iets wat ik in mijn hele leven hooguit een keer of twee gedaan heb. Het Indische Gandu was niet zozeer slecht als wel nietszeggend en leek me op dat moment pure tijdverspilling.

De langste film was Mildred Pierce, in feite een mini-serie die vijf duur duurde – exclusief pauzes. Ik had op die tijd wel drie andere films kunnen zien maar heb er geen spijt van deze superieure productie op een groot scherm te zien. Stikkapot na afloop, maar wel genoten.

Irritaties… minder en minder, zo blijkt. Filmstudenten blijven hardnekkig lulkoek verkopen om zichzelf en anderen te imponeren en hebben ook niet altijd meer door dat je in stilte van films hoort te genieten. Maar ik heb daar al bij al weinig last van gehad. Waar is de tijd dat ik mijn medefilmkijker opriep zich aan deze regels te houden?

Tussen het filmkijken ging ik ook nog werken. Dat is slopend, maar ik kan nu eenmaal geen vakantie krijgen. Een behoorlijke maaltijd heb ik amper gezien, maar ik kon zonder moeite ook de chips en popcorn laten liggen. Water en fruit vormden mijn voornaamste voedingsmiddelen. Enkel op mijn verjaardag trakteerde Michèle me op ijspralines.

Meer dan anders nog beleefde ik dit festival als in een roes, waarbij het donker van de zaal hypnotiserend werkt en de festivalbar weer als centraal ontmoetingspunt fungeerde. Mijn crew bestond uit medefilmfanaten, mensen die mee in die roes stappen, en met wie je de beleving deelt die niet aan buitenstaander te beschrijven valt. Mensen die al even graag over films praten terwijl de conversaties vaak net over allesbehalve film gaan. Haast meer nog dan de films, maken deze mensen het filmfestival tot een hoogtepunt van dit jaar.

Stijn zag in Paul Giamatti zijn film-alter-ego terwijl ik een John Krasinski in hem zag. Hij ontpopte zich daarnaast tot adviseur van zekere websites met taalfouten, hield de spanning erin met een geschenkenmysterie en diende me scherp van repliek als ik te cynisch was – lesje geleerd. Werd naar eigen aanvoelen nooit snel bediend in de bar, beklaagde zijn lot als betalende festivalbezoekers tegenover al zijn geaccrediteerde vrienden en koos er de juiste film uit om zijn moeder mee naartoe te nemen. Netwerkte vooral voor anderen omdat hij ondanks zijn zelfbeklag-imago begaan is met zijn medemensen en aldus een vriend van de bovenste plank blijkt te zijn.

Hanne vocht al die tijd tegen de slaap, fixeerde zich op de bedden in films en vond de combinatie werk/festival ook wel stresserend. Zette me aan tot het eten van een gezonde, vegetarische burger, geruggesteund door Nic Balthazar, en dat heb ik me niet beklaagd. Had geen reden nodig om in de bar te blijven plakken, want de rit naar huis beloofde vooral kou – en al die fietslichtjes vastklikken nam zoveel tijd in beslag. Ze was goed gezelschap dat altijd iets wist over de anderen en dit ook doorvertelde – behalve als het geheim was. Vraag haar niet wat ze van The Rum Diary vond. Zat ook niét te wachten op mails van haar huisbazin.

Roos liet me als streekgenoot toe zo nu en dan toe een Haaltertse uitdrukking in de conversatie te wurmen. Leerde me over kleine velokes, taupe minnekes en dingen waar een mens zich eens mee wil laten trekken. Verkoos de duurdere drankjes op de kaart maar wilde daar dan zelf voor betalen. Is net als Stijn begaan met het sociaal welzijn van de mensheid om haar heen en hoopt dat iedereen zich betrokken voelt. Zou een formidabele actrice zijn die met één minimale gezichtsspierbeweging al meesterlijk haar bedenkingen toont. Wil niet gezien worden met marginale sigarettenmerken.

Gilles was een betrouwbare plaatsbewaarder, al was Stijn een slechte invloed. Zijn beslissing met een taxi naar huis te gaan, kon op applaus rekenen. Hoorde je niet klagen over slaaptekort, gemiste films, kou in de bar of parvenu’s en bleek aldus de meest positieve in het gezelschap.

Bert nam zijn emoties na de film mee naar de bar maar kon op andere dagen luchtige onderwerpen aan als SOA’s of grenzen binnen een relatie. Begroet zijn vrienden oprecht hartelijk en al is hij niet geneigd dezelfde films goed te vinden als ik, kom ik hem graag tegen.

Elke heeft me als  junior executive logistics information artistic business operational manager van het Gentse festival niét aangewezen toen ik als geaccrediteerde eigenlijk de zaal moest verlaten. Dank u Elke en excuses als je ook maar iets van al mijn opmerkingen als kritiek op uw werk hebt beschouwd (maar het was daar toch wel koud!). Lacht aanstekelijk, ook als de film flauw is en heeft nu haar rust zeker verdiend.

Jan nam zijn job serieus en vertelde ons dus niets over de kleine kantjes van Octavia Spencer. Net niet genoeg tegengekomen, want zijn fascinatie voor allerlei rare onderwerpen maakt van hem een interessante mens. De zware jongens zijn dus honden. Bekloeg het gebrek aan enthousiasme voor Hongaarse cineasten.

Voor Alexander mochten het gerust aan één stuk door kostuumdrama’s met Judi Dench zijn, al is de aanwezigheid van een knappe hoofdrolspeler ook al voldoende. Kon wegens het braaf vervullen van engagementen en verantwoordelijkheden niet het onderste uit de kan halen, maar liet zich als nieuwkomer graag overvallen door de weelde aan films, ook al kon men op de persdienst geen van zijn vragen beantwoorden.

Bedankt allemaal!

En nu slapen, uitzieken, herademen, afwassen… en eens naar de film.

The End





Generatie Gruwel

13 10 2011

Mijn leerlingen blijken meer dan verzot te zijn op de Happy Tree Friends, waarvan er een hele serie korte filmpjes te vinden zijn. De hoofdpersonages komen in elk filmpje op de meest bloederige en gruwelijke wijze aan hun einde.

Ik vind dat allemaal bijzonder ziek, shockerend, grof en walgelijk!

 

 

En vooral heel erg grappig.

 

 





Keep on rollin’

12 10 2011

In de zomer van 2005 bezocht ik New York en daar hoorde beslist ook een wandeling door Central Park bij. Een opvallende plek daar is een piste waarop gerolschaatst wordt op muziek en waar dagelijkse skaters en rollers samenkomen om zich onder bewonderende blikken van toeristen uit te leven.

Een van de opmerkelijke figuren die ik daar bezig zag was deze dame, een senior haast, die zich met veel bravoure al rollend voortbewoog en zich als een eerder atypische deelneemster manifesteerde – in wat sowieso wel een allegaartje van mensen was. Ze gaf  nieuwe dimensies aan het begrip ‘opvallen’ en stal dus echt de show. De bril, de polsbandjes, het jurkje, … overdachte details die het plaatje compleet maakten.

Onlangs trok ook mijn schoonzus-in-wording naar New York en Central Park stond zeker ook op haar programma. Afgelopen weekend bekeek ik haar foto’s… en daar zat deze tussen.

  Dat vonden wij nu toeval, zie.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.