Lectuurtip: De vermoedens van Mr Whicher

22 11 2009

Of het echt een tip is, valt nog af te wachten. Ik zou De vermoedens van Mr Whicher immers enkel aanraden onder voorwaarden. Ik had dit boek namelijk verkeerd ingeschat. Deze historische roman, die De moord in Road Hill House als tweede titel draagt, is namelijk helemaal geen roman, maar een feitelijke weergave van een moordmysterie dat Engeland halfweg de 19e eeuw in de ban hield.

In het landhuis van de familie Kent word een kleuter vermoord. Het politie-onderzoek dat daarop vormt de rode draad van dit verhaal, waarbij echter heel wat zijpaadjes worden ingeslagen. Auteur Kate Summerscale gaat dieper in op het maatschappelijk leven van die tijd, met bijzondere aandacht voor het leven van rechercheurs en de weerslag van de sensationele zaak op de samenleving. Ze beschrijft ons ook de levens van enkele van de hoofdrolspelers tot zelfs ver in de 20e eeuw. De moordzaak zelf wordt tot in de kleinste details beschreven en daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van authentieke bronnen.

Fascinerend bij momenten, sfeervol en kleurrijk beschreven, maar … wat was dit langdradig. Ik heb wellicht in jaren niet meer zo geworsteld met een boek en het zette dan ook een ferme domper op mijn leesvaart. Dit was immers geen verhaal dat je helemaal weet op te zuigen, maar een soort reportage die je emotioneel wat koud laat. Vergelijk het met een prachtig geschreven krantenartikel  – van meer dan 400 bladzijden! Precies weet ik het niet meer, maar ik sluit dus niet uit dat ik wel enkele weken op deze klepper gekauwd heb en dat laat een bittere nasmaak achter. Frustrerend soms, zeker als Talk Talk van TC Boyle ligt te wachten, waarvan de eerste twee bladzijden me al meteen wisten mee te slepen.

Summerscale won tal van prijzen met deze roman, en dat is aannemelijk en gezien de ongelooflijke research die met het schrijven moet gepaard gegaan zijn, zelfs terecht. Maar mij zal ze niet meer liggen hebben.





Gepamper: Roel

21 11 2009

De geboortekaartjes stapelen zich hier stilaan op – en het is nog niet afgelopen dit jaar. Boreling van de week is Roel, het … euh, zoveelste kindje van Cami en Katrien. Het broertje van Tuur, Roos en Saar kwam op 17 november ter wereld en kreeg wellicht meteen aan Catanpionnetje in de hand gedrukt. Proficiat aan allen!

Bij een gezin van gezelschapsspel-spelers past  ook een speels kaartje. Het is overigens al het tweede kaartje op rij waar een spelelement in zit.





Diagnose: Aanstellerij

16 11 2009

aanstellerij

Theatrale Exageratie… Heerlijk toch, dokters met humor die moeders met zin voor overdrijving lik op stuk geven? Of zou dit een doodserieuze medische term zijn?





Creatief antwoorden

9 11 2009

wegkwijt

Zo kan het dus ook.





Gepamper: Ester

8 11 2009

ester

Alweer suikerbonen op school: iets meer dan een week na Dante werd Ester geboren, het dochtertje van collega Valerie. Mats heeft er daarmee een zusje bij (of zijn het er drie?)





Even uitrazen (2)

3 11 2009

Broeder René Stockman, sekteleider van de Broeders Van Liefde, heeft gekke plannen en daar heb ik om meer dan één reden een mening over. Geen al te originele mening helaas – net als de meeste weldenkende mensen kan ik alleen maar schrik krijgen dat dit werkelijkheid wordt – maar het houdt me niet tegen ze hier te brengen.

rene_stockmanWaar gaat het over? Stockman loopt met het idee rond nieuwe scholen op te richten die veel nauwer aansluiten bij de katholieke leer. Dat houdt in dat er veel vaker eucharistievieringen zijn, er vaak gebeden wordt en de katholieke leer nog veel strikter gevolgd zal worden dan in wat momenteel voor katholieke scholen doorgaat.

Ik dacht net dat het een beetje de goede richting uit ging. Niet dat er aan de top van de Broeders van modernisering sprake is – en ik kan het weten – maar ik had de indruk dat de Broederscholen de multiculturele, multireligieuze samenleving stilaan begonnen te aanvaarden en de 21e eeuw waren binnengetreden. Dat er een zekere vervaging vast te stellen viel tussen de netten, die uiteindelijk toch allemaal degelijk onderwijs aanbieden.

Ooit ben ik nog veel naïever geweest. Toen ik mijn lerarendiploma in handen had, werd ik opgeroepen door het bisdom om mijn mandaat van rooms-katholieke godsdienst te komen ondertekenen. Het hield in dat ik me akkoord verklaarde ‘de boodschap van het Evangelie en van de Kerk te willen verkondigen en me te willen inzetten om ze voor te leven zoals de kerkgemeenschap het vraagt. Ik wil me meer specifiek inzetten voor het geven van rooms-katholieke godsdienst.’ Verschrikkelijk. Toen we dit in handen kregen, twijfelde ik sterk. Ik had mijn diploma op een katholieke school gehaald, maar de lessen godsdienst daar trokken je wereldbeeld open in plaats van het te sluiten. Ik besloot het mandaat niet te ondertekenen en ging naar huis. Welk principe ik precies bedreigd zag worden, was onduidelijk, maar dit voelde gewoon niet goed aan. Toch heb ik meteen de volgende dag mijn ondertekend exemplaar opgestuurd. Me veel te weinig bewust van de werkgelegenheid buiten het katholiek onderwijs, zag ik een doembeeld voor me waarbij ik ofwel werkloos was ofwel moest lesgeven in een inferieure school, zoals dat toen  mijn perceptie was.

En dus was één van mijn eerste werkgevers een school van de Broeders van Liefde. Een leuke, aangename school, met fijne leerkrachten en leerlingen. Zo af en toe werden personeelsleden naar bijeenkomsten gestuurd waarover ik dan lacherig deed: je moest en zou weten waar de Broeders voor staan en kreeg nieuws over al hun projecten, ook buiten  het onderwijs. Powerpoint na powerpoint over de missies en de Broeders over de hele wereld. Op zich is daar niets mee, ieder modern bedrijf tracht zijn werknemers te betrekken en te overtuigen van zijn mission statement. Toch voelde één en ander naargeestig aan. Een moderne sekte. Vooraan zaten een stuk of wat broeders van wie je je kon voorstellen dat ze een camera in je klas zouden hangen om toch maar te zijn hoe waarachtig je lessen catechese waren. En wat als je van het uitgestippelde pad der christelijkheid dreigde af te wijken?

Ik stond er verder maar niet bij stil en gaf braafjes iedere dag mijn 25 minuutjes catechese. Dat viel echt wel mee. Er was modern materiaal en het vak bood ruimte voor bezinning en verdieping zonder dat er daarom sprake van Jezus hoefde te zijn. Het mooiste was nog wel dat niemand er problemen mee had dat ik de kinderen een kritische bril aanreikte. Kon Jezus echt over water lopen? Heeft hij echt broden en vissen vermenigvuldigd? Met de kinderen tot de conclusie komen dat dit metaforische verhalen zijn, uitvergrotingen van iets dat misschien echt gebeurd is, en mensen hier kracht uit halen, was zeer bevredigend. Het stond ver af van de indoctrinerende woorden van de brave zuster Lina in de derde kleuterklas, die me echt deed geloven dat Jezus naar mij keek.

Minder aangenaam waren de talloze misvieringen die de school organiseerde. Zes keer per jaar of zo. Dat vond ik echt wat veel van het goede. Ik bleef in deze vieringen ook op mijn stoel zitten tijdens de communie. Dat kun je me verwijten, gezien het feit dat ik toch dat mandaat had ondertekend. Maar ik weiger pertinent hypocriet te zijn. Bovendien ben ik voor de leerlingen dan evengoed een voorbeeld. Zij hoeven toch niet aan te nemen dat alle volwassenen om hen heen katholiek zijn?  Ik deinsde er nog wat voor terug aan mijn leerlingen duidelijk te zeggen dat ik niet gelovig was, maar gaf hen wel uitleg als ze vroegen waarom ik geen hostie haalde (‘dat plakt aan uw verhemelte en daar kan ik niet tegen’ haha!). De vraag was uiteindelijk: kan ik catechese geven zonder zelf katholiek te zijn?

Die vraag hoeft niet meer beantwoord te worden. Toen mijn contract na 3 jaar ten einde kwam, werd ik geconfronteerd met de ware broeders: machtsvertoon, een ivoren-toren-beleid, minachting voor hun eigen publiek, … de maskers vielen. Ook latere confrontaties in heel andere context, met katholieken allerhande, bevestigden wat ik eigenlijk al min of meer had aangevoeld: dit was echt niets voor mij. Te eng, te superieur, te zelfzeker, te minachtend tegenover alles wat niet past.

Ik ben nu een zeer tevreden leerkracht in het stedelijk onderwijs en hoef me dus in principe geen zorgen te maken over wat Meneer Stockman zich in zijn gezalfde hoofd haalt. Toch vind ik het als vooruitstrevende en bezorgde burger een stap achteruit. Ik heb het hier al eerder gehad over een zekere (al dan niet terechte) frustratie over de kloof tussen de genoegzaamheid van het katholiek onderwijs en de veel meer bij de  realiteit aansluitende gang van zaken in het niet-katholieke onderwijs.  Dit wordt zelfs een uitvergrote vorm! In De Morgen van het voorbije weekend haalt moraalfilosoof Patrick Loobuyck enkele prachtige argumenten aan, waarmee ik mijn bezorgdheid kan argumenteren.

Loobuyck haalt als voornaamste argument het falen aan van de huidige katholieke leer. Hoe komt het dat de scholen van de Broeders van Liefde (en andere katholieke scholen) er niet meer in slagen hun leerlingen écht gelovig te maken? ‘Werkt de indoctrinerende molen niet meer?’, maak ik daarvan. De scholen mogen deze vraag niet als een verwijt zijn, het feit is gewoon dat het in een seculiere samenleving waarin geloof in de praktijk nog weinig voorstelt, zelfs als school moeilijk is daar tegen op te boksen. Er zijn dan ook geen broeders meer die les geven en die leerkrachten zijn natuurlijk zelf nog amper gelovig. Waarom dan toch krampachtig proberen die evolutie tegen te gaan?

Ik vraag me dus vooral af waar Stockman dat idee gehaald heeft. ‘Op verzoek van ouders’ klinkt het. Hoeveel ouders zouden dat zijn? (‘een bepaalde niche’, zo zeggen de Broeders zelf). Is het niet eerder een paniekreactie van iemand die de macht van zijn geloof en zichzelf langzaam ten onder ziet gaan? De laatste stuiptrekking van een man die de vooruitgang tracht tegen te houden? Want ik durf dit opentrekken en stellen dat het conservatieve van dat geloof ook vorm krijgt in de dagelijks lespraktijk van de school, dus ook buiten het vak catechese. Deze week kreeg de school waar ik nu werk – een Freinetschool – het bezoek van een delegatie directies uit het traditionele (niet-katholieke) onderwijs. In het kader van Forum for the Future, een zoektocht naar innnovatief onderwijs, kwamen deze dames en heren een kijkje nemen op een school waar vernieuwende onderwijstechnieken dagelijks toegepast of minstens toch uitgeprobeerd worden. We kregen lof en applaus en dat sterkt me nog eens in de overtuiging dat vernieuwing niet in het traditionele onderwijs zal ontstaan. De link met het katholieke onderwijs is in deze anekdote natuurlijk vaag, maar ik ga er van uit – en ik spreek dan uit ervaring – dat zij nog nog meer vasthouden aan traditie en autoriteit en dus nog veel meer in te halen hebben dan de zelfkritische collega’s uit het niet-katholieke, traditionele onderwijs. Vooraleer die vroegere discussie opnieuw start: ik ben zeker dat de meeste katholieke scholen goede scholen zijn waar goed geleerd wordt en leerkrachten hard werken. Maar alles kan beter en stilstand is achteruitgang.

Het idee van moslimscholen creëerde paniek, woede en onbegrip. Ik denk voor een groot deel terecht, want het zou de pluralistische samenleving alleen maar onbereikbaarder maken. Wel, net zo is een strikt katholieke school een al even slecht idee. Of zelfs erger, want u weet toch nog wel waar die katholieke leer allemaal voor staat of tot welke menselijke drama’s het opleggen van geloof al heeft geleid? Recent hoorde ik in de docuserie Meneer Doktoor nog enkele aangrijpende verhalen over hersenspoelende pastoors, om maar één voorbeeld te geven. Ik kan dus alleen maar hopen dat die drang naar stilaan vervliegende verzuiling de kop wordt ingedrukt door moderne beleidsbepalers – en dat is momenteel helaas niet Pascal Smet – en Stockman’s ideeën vooral in zijn hoofd vorm krijgen. Broederlijk Verdelen, het krijgt ineens een heel andere betekenis.

Voor wie overigens de andere partijen aan het woord wil horen, hier vindt u de reactie van de Broeders op de commotie na het uitbrengen van hun plan/idee.





Gepamper: Dante

30 10 2009

Onze alom gewaardeerde – zeg maar, populaire – collega Geert werd papa van een derde spruit: Dante is het zusje van Storm en Tristan – de hieronder afgebeelde  belhamels zijn in werkelijkheid een stuk braver. Meteen krijg ik ook het meest originele kaartje in tijden onder ogen. Proficiat Geert en Katleen!

dante





Laat het oudercontact beginnen

28 10 2009

oudercontact





Santé

20 10 2009

In het festivalcafé op het Gentse filmfestival;

- twee witte wijn alsjeblieft.

Een dikke zeven minuten later – wat gezien er niet zo veel volk was, toch wel erg lang was – komen een rode en een witte wijn onze kant op.

- ah, dit is niet voor jullie? Dan komt jullie bestelling zo meteen hoor.

Nog zo’n vijf minuten later – ik zie me zelf al een wijngaard aanleggen om toch maar iets te kunnen drinken – verschijnt er een pintje en een witte wijn.

- ah? klopt dit niet? Excuseer, jullie bestelling is zo klaar.

Twee minuutjes later arriveren dan eindelijk twee glazen frisse witte wijn aan tafel. Met op het ene glas wat vage sporen en op het andere glas zelfs een dikke klodder lipstick. Worth waiting for. ‘Santé’, zegt de dienster nog. Maar…

- excuseer, deze glazen zijn erg vuil.

- tja, die worden machinaal gewassen, dat kan gebeuren.

Met een obligaat excuus en een vriendelijke glimlach-met-tegenzin, worden twee nieuwe glazen wijn aangeboden. Kunnen we na meer dan een kwartier eindelijk de keel smeren.

We hebben er eens om gelachen. Maar echt reclame is dat toch niet voor het Gentse restaurant Coeur d’Artichaut dat dit festivalcafé mocht uitbaten.

Dat er overigens tien minuten later een oudere man binnenwandelde met een winterjas, een opvallende rode hoed en een roze pyama van Hello Kitty aan, zorgde voor enig – onbedoeld - entertainment. Deed geen vlieg kwaad, voelde wel dat hij bekeken werd, nam foto’s van alle aanwezigen maar was niet zo communicatief. Grappig… en ook een beetje triestig. Wat is het verhaal hierachter? 





The End

18 10 2009

Met wat spijt maar ook een zekere opluchting en een grote voldoening zette ik gisteren een punt achter mijn 10e Gentse filmfestival. Een fragmentarische terugblik:

filmfestival- ik zag 30 films op 11 dagen. Tussendoor ging ik uiteraard full time werken. Nu ben ik dus moe.

- in vergelijking met andere jaren is dat zowat hetzelfde (2008: 31, 2007: 29).

- ik schreef 12 recensies (nog 4 te doen).

- bedenkingen bij: het type Canvaskijker dat in de hal van de Kinepolis luidop verkondigen dat ze eigenlijk helemaal niet graag naar de Kinepolis komen want ‘de sfeer is er zo commercieel’. Ze hebben gelijk maar moet dat echt, dat herkauwen van clichés? En zal ze van u komen, de redding van de kleine alternatieve bioscopen, waar u één keer per jaar heen gaat?

- geërgerd aan (1): die hopen eerstejaars filmstudenten die rechtstreeks van de middelbare school komen en om nog steeds onbegrijpelijke redenen ieder jaar weer een accreditatie krijgen van het festival, die na iedere voorstelling het soort prietpraat te verkopen waarmee ze hopen indruk te maken op hun klasgenoten. Ja, ik weet het, ik zou hun enthousiamse en drang naar kennis moeten toejuichen, maar waar is hun nederigheid als de grote filmkenner Sven De Schutter in de buurt is?

- geërgerd aan (2): die Kempense kerel die (ook weer voor jan en alleman) kond deed van zijn onvrede over het filmfestival, over Gent, over al die slechte, slechte films. Alstublieft meneer, met uw baard, hoed en pardessus zo weggelopen uit een slechte detectivefilm: blijf thuis, hou uw mond of geniet simpelweg toch eens van al die films. Of blog. Het kunnen niet allemaal meesterwerken zijn toch?

- dankbaar en blij om (ja, dat ben ik ook wel eens): al die stille, stille mensen in de zaal. U bent waardige filmliefhebbers. Al die mensen die zonder popcorn en chips kunnen (al mag dat ook wel eens). Al die mensen die zonder drummen de zaal in wandelen. Al die geduldige en vriendelijke medewerkers en personeelsleden.

- dank ook aan de onbekende die mijn persaccreditatie die ik verloor in de supermarkt, keurig terugbezorgde aan de persdienst. Ik, die er prat op ga nooit iets te verliezen, zou hetzelfde gedaan hebben. Merci, nobele heer of dame!

- meest gegeten: granny’s. Gezonde tussendoortjes die af en toe zelfs een keer een maaltijd vervingen.

-verder opgevallen: dat je heel wat filmliefhebbers ieder jaar weer terugziet. Ik heb een goed geheugen voor gezichten en zie al jaren en jaren dezelfde mensen opduiken. Ik ben dus  niet alleen als freak.

- bizar moment: iets gaan drinken in het festivalcafé. Maar dat verhaal is voor een volgende blogpost (Stel u er nu ook weer niet té veel van voor).

Voor een ander soort terugblik, klik hier!

En nu weer alle aandacht voor mijn verwaarloosde leerlingen!

 





Cinemadroom

13 10 2009

Ik race van film naar film momenteel – en af en toe ga ik nog werken – dus weinig nieuws hier. Ik geniet er van: zit aan 20 festivalfilms en hoop er nog zo’n 10 te doen de komende week en er zat al veel moois tussen. Meer valt daar momenteel niet over te vertellen.

Aangezien ik mijn muziekkennis ook enkel maar uitbreid door naar films te kijken, hier ter verpozing een pracht van een nummer dat ik deze week ontdekte dankzij de Britse film Fish Tank. Artiest en nummer zijn me uiteraard bekend, maar deze versie kende ik nog niet. Mooi! En het mag gerust voor Frank Vandenbroucke zijn. Wielrennen zegt me niets, maar dit is tragisch.

Bobby Womack – California Dreaming





Mensenkennis of zelfkennis?

11 10 2009

Eén van mijn leerlingen tegen haar moeder: “Volgens mij is Sven stiekem jaloers op zijn broer, want zijn broer is kunstenaar, en Sven zelf zit iedere dag met vervelende kinderen opgescheept.”





De nieuwe Damiaan

10 10 2009

Morgen komt Herman Verbruggen, die in FC De Kampioenen zo fantastisch gestalte geeft aan Marcske, in het politieke praatprogramma kleuteruurtje De Zevende Dag uitleg geven over zijn familieband met pater Damiaan, zo meldt mijn tv me.

Ik ga zeker kijken, want ik heb Verbruggen deze week nog maar 3 keer horen vertellen dat hij eigenlijk maar heel ver familie is van Damiaan en ik wil dat dus nog wel eens horen. Misschien dat het hem nu wel eens ontglipt dat zijn vergezochte uitleg een zoveelste armtierige poging is om als zichzelf iets te betekenen op televisie… Nee, Sven, dat is stout. Marcsken, is dat eigenlijk niet een beetje de nieuwe Damiaan? Verlossing brengend, iedere zaterdagavond weer?

Gelukkig kan ik morgenvroeg al  terecht op het filmfestival. 10 gedaan, 20 te gaan.

 





K-dee zoekt bevestiging

6 10 2009

Leerlingetje:  ‘Svééééén, wie vond jij dat er moest winnen? Josje,  Madelon of Noa?’

Leerkracht: ‘Géén van de drie! Ik zag drie door- en door onnozele bimbo’s die alledrie vals zongen! Ze waren dom, ijdel en infantiel! Het was ook lang vooraf duidelijk dat ze een Hollandse gingen kiezen, kwestie van een deel van het afzetgebied commercieel veilig te stellen. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat zangtalent van belang was, wel nationaliteit, blondheid en gekir. Dit was geen tv-programma, maar een uitgekiende marketingstunt van een hebberig, megalomaan bedrijf dat nu lang genoeg zijn inspiratieloze producten door de strot van de argeloze, makkelijk te verleiden consument jaagt. Ik walg ervan!’

Maar dat zei ik dus niet. Ik zei: ‘Josje’.

‘Ik ook’ zei ze. En met een grote glimlach huppelde ze weg.





Jacht op de fietser

2 10 2009

Amper bekomen van het wat van de pot gerukte idee dat men overweegt ons brutoloon te verlagen, vernam ik vandaag dat nu ook de fietsvergoeding voor leerkrachten op de helling komt te staan. Ik fiets uiteraard niet naar het werk omdat me dat geld opbrengt – ik woon zo dicht bij school dat ik daar amper 13 euro voor terugkrijg – maar ik vind het wel een mooie stimulans. En hoewel ik ook zonder vergoeding met de fiets naar school zou blijven rijden, voel ik me lichtjes verontwaardigd dat men het weer zo ver gaat zoeken: waarom moet de leerkracht rechtstreeks benadeeld worden, de al niet zo fantastische betaalde ambtenaar wiens extra voordelen sowieso al in het niet vallen in vergelijking met die van velen uit de bedrijfswereld? Berg dat idee maar snel weer op, beste beslissingsnemers,fiets vooraleer ik nog meer schoolmeesterachtige protestpraat ga uitslaan.

Intussen lees ik ook dat de burger jaarlijks meer dan 34.000 euro betaalt om het jacht van onze vorst te laten bewaken. Misschien moet die ook maar eens wat meer fietsen dan jachten.

Maar goed, het onderwijs zoekt naar besparingen. Dat is een treurig bericht, want hoewel onze school niets te kort heeft, is het toch vaak puzzelen en rekenen. Ik roep de stad Gent echter maar meteen op om eindelijk eens wat te doen aan de gigantische energieverspillingen op de scholen. De verwarming zal binnenkort weer op volle toeren draaien en blijkbaar is het hier in stadsscholen zo dat je niet zelf kan bepalen hoe warm of koud je het precies wil in je school, laat staan in je klas. Dus zitten we te puffen en te zweten, staan we in T-shirt voor de klas en moeten we meer dan eens per dag de ramen open zetten. De verwarming uitschakelen, lost  niets op, want de vanuit een mysterieuze plek aangevoerde warmte blijft gelijk en verspreidt zich dan over een andere ruimte. De warmste plekken op onze school zijn dus de lokalen waar niemand is.

Boekhoudkundig valt één en ander wellicht niet te compenseren,  zo gaat dat bij de overheid. Ik durf er nochtans vanuit gaan dat de verwarming in alle scholen 2 tot 5 graden lager zetten, gigantisch veel meer zal opbrengen dan die lustige fietsers hun kruimels af te pakken.





Bedankt voor de bloemen

29 09 2009

Het onderwijsblad Klasse riep het Verantwoord Tijdverlies deze maand uit tot onderwijsblog van de maand. Fijn vind ik dat.  En nee, ik ben niet zo bescheiden dat onvermeld te laten. Welkom dus aan alle lezers die hier voor het eerst langskomen, mijn bezoekcijfers swingen de pan uit nu het nummer van oktober vandaag in de meeste brievenbussen belandde. Wie geen Klasse ontvangt, kan hier de betreffende pagina bekijken.

Een echte onderwijsblog is dit echter niet zozeer. Ik heb het vaak en graag over mijn job, maar op deze blog wil ik meer kwijt dan dat. Dat wou ik maar even verduidelijken. Wie echt alleen voor de onderwijsverhalen gaat, kan zich hier te pletter lezen. Alle anderen mogen gerust op eigen tempo rondwandelen. Laat eventueel ook maar reacties achter – op het risico van een weerwoord uiteraard.

Ben overigens benieuwd of de Klasse in de leraarskamer van Sint-Bavo bekeken zal worden… Jullie banvloek heeft de redactie van Klasse blijkbaar niet bereikt.





1000 keer naar de cinema

29 09 2009

Trouwe lezers weten dat ik zo nu en dan eens uitpak met lijstjes en aantallen van geziene films e.d. Dat levert doorgaans weinig relevante blogstukjes op, die ik eigenlijk vooral voor mezelf schrijf. Maar nu wou ik toch wel even kwijt dat ik afgelopen weekend voor de duizendste keer een film in de bioscoop zag. Duizend keer… Ik duizel er zelf even van.

bioscoopVoor alle duidelijkheid, het volledige aantal films dat ik ooit gezien heb, bedraagt momenteel 2753. Het is misschien wat bizar een onderscheid te maken tussen bioscoopfilms en het aantal geziene films tout court. Gezien is gezien toch en wat voor zin heeft dat onderscheid? Maar in 1992 ben ik begonnen met het oplijsten van films die ik in de cinema zag om zo mijn jaartotaal overzichtelijk te houden en om de diverse jaren te kunnen vergelijken, ben ik dat blijven noteren. Aangezien ik toen ook nog al mijn ticketjes bewaard had van alle films die ik sinds 1989 of zo gezien had en ik verder goed in mijn geheugen gegraven heb, viel dat zelfs nog te reconstrueren voor voorgaande jaren. Zo meen ik intussen zowat zeker te zijn dat de lijst volledig is vanaf mijn allereerste bioscoopfilm.

Ik wil ook vooral even stellen dat ik niet voor al die 1000 films een ticketje betaald heb. Ik woon sinds 1999 regelmatig persvisies bij en die zijn gratis. Ik wil me overigens vooral niet realiseren hoeveel geld het me dan wél gekost heeft. Welke hobby kost geen geld? En voor u zich mij nog fanatieker voorstelt dan ik al ben, die tickets bewaar ik intussen al heel lang niet meer.

Het vermelden waard:

- de eerste film in de bioscoop: The Aristocats, ergens begin jaren ‘80

- meest gezien: in 2006 zag ik 126 films in de bioscoop.

- aantal bioscopen waarin ik deze films gezien heb: een stuk of 22, waarvan 3 in de USA en 1 in Londen. Dit staat nergens genoteerd hoor, ik zocht het voor de gelegenheid even uit.

- meest geconsumeerd tijdens de film: hmm… wellicht gewoon water. Saai niet? Ik eet vrijwel nooit popcorn en hoef niet zonodig te eten tijdens een film. Af en toe een Magnum of chips, dat gebeurt wel eens.

- vreemdste combinatie: met mijn toen 73-jarige oma naar Mission Impossible. Ze vond Tom Cruise ‘ne schone mansmens’

- fraude: de komedie Scrooged zag ons gezin zonder betalen want men had onze tickets van de voorafgaande film (L’ours) niet gescheurd en aangezien er toen nog geen titel van de film op je ticket stond, gingen we gewoon nog een keer naar de film. Dat was even spannend. Kinepolis is rijk genoeg. En nee, ons normen- en waardenstelsel werd er niet door vervormd.

- favoriete zitje: in het midden van de bovenste helft van de zaal, en uiteraard in het midden van de rij. Leve Cinema Zed in Leuven, maar hun zetels zijn de slechtste.

- regisseur van wie ik het meest films in de bioscoop zag: Steven Spielberg met 12 films.

- ergerlijkst gezelschap: mijn klasgenote Sandra die bij de begintitels van het formidabele L.A. Confidential al zat te blazen omdat ze het maar niets vond.

- eerste film op een filmfestival gezien: The Ice Storm op het Brusselse Filmfestival in 1998.

- mooiste rijtje van op elkaar volgende films: Fight Club, The Sixth Sense, Being John Malkovich, American Beauty en Sleepy Hollow zag ik allemaal na elkaar op twee maanden tijd.

- grootste kwelling: een week moeten wachten op deel 2 van La Meglio gioventu

- aantal films waarvoor ik te laat kwam: héél weinig. Herinner me er 2 en veel meer zullen het er wel niet zijn.

- aantal films niet uitgekeken in de bioscoop: slechts één en die heb ik dan ook niet meegeteld, een Japanse film op een filmfestival. Ik hou er aan films altijd tot het einde te bekijken. En er was ook ooit die Turkse film

-  opvallende mensen in de zaal: Filip en Mathilde bij Gladiator in 2000. Verder vind ik het eigenlijk wel vreemd zelden of nooit mensen aan te treffen in de zaal die ik ken, ik herinner me eigenlijk niet één keer dat ik per toeval vrienden of kennissen of wiskundeleraars van vroeger in de zaal aantrof, laat staan BV’s.

- acteurs van wie ik het meest films in de bioscoop gezien heb: Johnny Depp, die echt wel veel goede films op zijn naam heeft staan: de Ier Brendan Gleeson, die zeer vaak bijrollen vertolkt in bekende films en daardoor onverwacht zo hoog staat op mijn lijst; En Cate Blanchett, een geweldige actrice. wiens films ik vooral de laatste 5 jaar niet meer mis.

- meest aantal films ooit gezien op 1 dag: 5. En dat is al enkele keren gebeurd zelfs.

- favoriete moment om naar de film te gaan: op een weekdag om 17u. Weinig volk en vooral geen luidruchtige tieners.

- ergerlijkste moment om naar de film te gaan – in de multiplexen dan toch: zaterdavond om 20u, hoewel me dat in goed gezelschap niet zo veel kan schelen. Maar de doorsnee bioscoopbezoeker is op dat moment het nachovretend type dat meestal naar films gaat die bij het naar buitengaan al vervlogen zijn en daar heb ik weinig affiniteit mee. Leve filmfestivals wat dat betreft.

- eerste filmrecensie: de vreselijke komedie Say It Isn’t So

- de laatste gezien flm tot nog toe: District 9, een opwindende actieprent vol buitenaardse wezens en ontploffingen.

En u?





Acteren moet je leren (2)

26 09 2009

De voorbije weken vielen drie feiten me op in de Vlaamse acteerwereld. Allereerst was er de casting van Koen De Bouw in de volgende film van Erik Van Looy. De twee hebben al drie keer eerder samengewerkt en kunnen het goed met elkaar vinden. Geen probleem. Toch vind ik die casting wat voorspelbaar. Wedden dat Filip Peeters de volgende zal zijn die mag aantreden in De Premier? Dat mogen dan al prima acteurs zijn, is het niet een beetje ongeïnspireerd telkens voor diezelfde koppen te kiezen? Van Looy behoort natuurlijk tot de mainstream en hoeft dus misschien geen risico’s te nemen, maar een creatief denkproces is er wellicht ook niet aan voorafgegaan En dat moet dan voor het eerst zijn dat ik deze brave mens wat afval.

Ook een vermelding waard, zeker in het kader van het oorspronkelijke uitgangspunt van deze rubriek, nl. taalgebruik in Vlaamse fictie, is een citaat van Nathalie Meskens in HUMO: ‘Wij moeten de mensen entertainen en niet opvoeden’, zegt de actrice uit Kaat & Co en Wij van België op de vraag of er verkavelingsvlaams zal gesproken worden in de nieuwe serie David. Ik vind dat een enge visie en een onnozele uitspraak, want Meskens lijkt er van uit te gaan dat je ofwel natuurlijk overkomt op het scherm en dus entertaint ofwel behoorlijk Nederlands spreekt en dus bevoogdende, saaie televisie maakt. Er is blijkbaar niets daartussen. Wie deel 1 las weet al dat ik geen Algemeen Nederlands verwacht van acteurs, maar wel fatsoenlijke articulatie en vooral een grote naturel. Als Meskens slecht spreekt, is ze een slechte actrice, want duidelijk spreken is gewoon haar werk. Het blijft bij veronderstellingen, want ik zag Meskens nog nooit aan het werk en laat haar dus voorlopig achterwege in mijn overzicht.

Tenslotte wist Stefaan Werbrouck in Knack een sterk punt te maken. N.a.v. de kritiek op de accenten van de acteurs in Code 37 en de daaropvolgende kritiek over onverstaanbaarheid in Los Zand, nam hij eveneens de stelling in dat acteurs van hem niet zozeer geforceerd Nederlands moeten spreken, maar hij vraagt zich wel af of het zoveel gevraagd is dat acteurs het accent aanleren dat hun personage verondersteld wordt te hebben. Is het niet precies het werk van een acteur ons te overtuigen dat ze iemand anders zijn? Waarom doen ze dan geen inspanning om een passend accent aan te nemen? Tja, het kunnen niet allemaal Meryl Streeps of Russell Crowes zijn zeker? Mooi gezegd van Werbrouck alleszins.

Dus sprokkel ik nog maar eens 10 Vlaamse acteurs bijeen om even stil te staan bij hun talent:

vlaamseacteurs211. Ianka Fleerackers: nooit meer uit het collectief geheugen te bannen door haar rol als de o zo lieflijke Prinses Prieeltje in Kulderzipken. Daarvoor viel ze mij al op in Niet voor Publicatie. In Louislouise en Flikken zag ik haar dan weer kort nietszeggend wezen. Heeft niet zo’n positief imago, maar ik verdenk haar er van meer dan behoorlijk te kunnen acteren. Verdient beter materiaal om dat eens te bewijzen.

12. Warre Borgmans: een rasacteur die vooral komisch sterk lijkt te wezen maar ook in de meest gevarieerde ernstige rollen altijd goed werk levert. In Nefast voor de Feestvreugde vond ik hem grandioos, zijn bijrol in Het Eiland stond bol van nuances en zijn trompettist in Het Peulengaleis valt niet te overtreffen. Ook bekend als broeder Grimm in datzelfde Kulderzipken en uit Team Spirit, Buitenspel en Zone Stad en momenteel zijn boterham aan het verdienen in David. Wat jammer genoeg geen reden genoeg is om te kijken.

13. Camilia Blereau: ‘Wie?’ vraagt u alweer. Maar al te vaak wordt deze dame vermeld als een onontdekt talent. Is dan ook vooral in gastrollen te zien maar mij blijft zowat elke rol bij van deze actrice. Wordt vaak gecast als kijvend wijf of bazig kenau, maar wie al haar rollen op een rijtje zet, kan niet anders dan haar veelzijdigheid vaststellen. Was al jaren geleden een strenge hoofdredactrice in Niet voor Publicatie, was onlangs erg sterk in De Smaak van De Keyser en verraste tussendoor in Stille Waters. Het grote publiek kent haar vooral uit Lili & Marleen en Kinderen van Dewindt. Moet ook leven en nam dan ook allerlei gastrollen in beschamende series als Spring!, Grappa en Amika aan. Ik wens haar ooit een stevige hoofdrol toe in een succesvol drama.

14. Joke Devynck: Ze mag gezien worden, ze is nog steeds vrij populair na haar hoofdrol in Flikken van 1999 tot 2002 en verscheen ook al in 4 films die ik allemaal gezien heb (Buitenspel, Vle(u)gels, Vermist en Suspect). Op televisie was ze ook nog te zien in Sara en Katarakt. Ik snap niet helemaal waar dat succes aan te danken is want ik hoor steevast dat West-Vlaamse accent en vind haar simpelweg nooit geloofwaardig en soms wat irritant. In Flikken destijds was ze zelfs abominabel. Dat is intussen verbeterd, maar toch overtuigt Devynck me amper. Ik ben benieuwd welke gevolgen dat zal hebben voor de Tom Lanoyeverfilming Het Goddelijke Monster, waarin Devynck de hoofdrol zal spelen.

15. Barbara Sarafian: Sinds Aanrijding in Moscou weer een beetje op de voorgrond en dat is volkomen terecht. Sarafian is een groot talent dat overtuigt in de meest diverse rollen. Kan zeer komisch wezen maar geeft zich ook volledig op het dramatisch vlak. Aanrijding bood haar een van de mooiste vrouwenrollen van de afgelopen jaren en ik durf betwijfelen of veel andere actrices dit tot een goed einde hadden kunnen brengen. Maar veel eerder speelde ze ook met veel overgave een variatie aan rollen in Spike en Kijk eens op de doos van (pdw). Vermeldenswaardig hoogtepunt was ook haar rol in Peter Greenaway’s 8 1/2 Women naast o.a. Amanda Plummer en Toni Collette. Ben fan!

16. Stany Crets: als Nancy moet ik hem eigenlijk niet – ik heb niets tegen dat personage, maar Crets gaat voor mij nét niet genoeg op in zijn rol – maar de man heeft doorheen de jaren (vooral in zijn eigen programma’s) getoond dat hij boordevol personages zit en dat maakt hem een goed acteur die zijn succes zeker verdient. Daarnaast was hij geloofwaardig en/of grappig in Los, Raf & RonnyRecht op Recht en natuurlijk – nu al 13 jaar geleden – Alles Moet Weg.  Ik weet niet of een diepgravende, ernstige rol hem zou liggen – het zou best wel eens kunnen – maar voorlopig kan de man tevreden zijn over zijn eigen carrière. Jammer wel van die enkele magere rollen in ultracommerciële ondingen als Plop in de Wolken of K3 en het ijsprinsesje. Geen snobisme, maar dat kun je moeilijk aanvaardbare fictie noemen.

17. Frank Focketyn: een curieus geval, deze doorgaans zeer grappige acteur. Heeft meegewerkt aan enkele van de meest populaire en beste series van de voorbije jaren – Het Eiland en In de Gloria – en maakt als Pappie uit Man Bijt Hond deel uit van de tv-geschiedenis. Zowat al zijn rollen blijven herbekijkbaar en uiterst grappig. Maar wat zegt dat over het acteertalent van Focketyn? Uiteindelijk weten we allemaal dat Guido Pallemans en al die andere zenuwachtige, gecrispeerde types uit In De Gloria iets te veel op elkaar lijken om te stellen dat Focketijn veelzijdig is. Vooral het rechtduwen van de bril met de wijsvinger heb ik de man net iets te veel zien doen. Toch zie je weinig acteurs in die mate opgaan in een personage en slaagt Focketyn er toch altijd in het karikaturale te overstijgen. Indien niet al te vaak op het scherm, dus best een aangenaam acteur. Wist u dat hij ooit een pastoor speelde in enkele afleveringen van Thuis?

18. Benny Claessens: Oei, wat doet deze kerel me zuchten. Als broer van Bart in Het Geslacht De Pauw viel hij voor mij enkele keren door de mand: hoe sterk zijn rol en de scenario’s ook, het deels geïmproviseerde  gemekker van deze jonge acteur stoorde me echt te vaak. Ik zag hem tweemaal gehandicapt wezen: in de bedenkelijke jeugdfilm Blinker en – héél kort – in Koning van de Wereld en beide keren vond ik zijn prestatie tergend slecht. Zijn gastrol in Witse – aja nu je het zegt, daarin speelde hij alwéér een mentaal gehandicapte – was simpelweg verschrikkelijk. Ik hoef deze figuur niet per se meer op televisie te zien.

19. Robbie Cleiren: zijn bekendheid is omgekeerd evenredig met zijn talent. Cleiren is een prima opgeleide, altijd geloofwaardige en interessante acteur die zijn rollen prima afwisselt. Zie hem vooral aan het werk in de weing geziene films Een ander zijn geluk, Dirty Mind en Linkeroever. Op televisie herinnert u zich hem misschien van Recht op Recht en gastrollen in Witse, Rupel en Sedes & Belli. Lijkt geen drang tot het BV-schap te voelen, wat de perceptie van de ernst waarmee hij zijn vak uitvoert, alleen maar vergroot.

20. Jacky Lafon: Niemand is makkelijker door het slijk te halen dan deze euh… actrice. Haar afgang in de Nationale IQTest was voer voor talloze stand-up comedians en columnisten en haar onverslijtbare rol in het grootste televisiegedrocht ooit gemaakt, Familie, is eigenlijk gewoon lachwekkend. Wat valt er verder nog te spotten met deze platte, veredelde kermisslons op jaren, wiens werk in de de verste verte niets te maken heeft met wat acteren eigenlijk is? Leert haar tekst van buiten en dat is het.

 





Advertentie

18 09 2009

 Nood aan een professionele blokkage van opritten, ingangen of zebrapaden?

Zwakke en andere weggebruikers in gevaar brengen is uw droom?

U wil uw gebrek aan burgerzin eens in de verf zetten?

IMG_4623

Dan is de firma Karahisar er voor u! Deze kleine maar onsympathieke ondernemer schenkt u waar voor uw geld. Op uw aanvraag – of bij nader inzien hoeft dat zelfs niet – lenen wij ons tot de grootste hufterijen. Wij nemen met plezier plaats voor de ingang van een school of bedrijf, liefst rond het tijdstip dat de leerlingen of werknemers naar binnen willen. De wagen en toebehoren worden vakkundig geplaatst om een zo groot mogelijke last te bezorgen en dit zelfs meerdere dagen na elkaar. Onze werknemers zijn bovendien prima opgeleid: opmerkingen en klachten worden genegeerd op de meest ergerlijke wijze.

Profiteer nu van een speciaal aanbod: in de maand september staat onze onbeschoftheid in de aanbieding!  

Karahisar, Tweebruggenplein 13, 9220 Hamme, 0477 27 24 35

IMG_4621





Sven eet een ander zijn bord goed leeg

17 09 2009

Als ik ergens niet goed in ben, dan doe ik het meestal niet. Of ik blijf het toch niet doen. Ik blog  nu al jaren dus ergens moet ik wel heel tevreden over mezelf zijn. Mensen die me menen te kennen door het lezen van mijn blog, verdenken me wel vaker van pretentie en superioriteit, dus dit kan er nog wel bij.

Ja, dit is nog eens een stukje waarin ik mijn tevredenheid over mijn blog etaleer. Omdat het de laatste weken weer erg goed gaat, wat drive, schrijflust en bezoekers betreft. Ik moet dus voor eens en altijd maar eens concluderen dat ik blog omdat ik graag schrijf. Ik denk ook dat ik intussen aardig schrijf (hoewel niet altijd even aardig) en zo nu en dan vind ik zelfs dat ik werkelijk een prachtig stukje op de wereld heb losgelaten. Nu en dan zo eens. Het vlot formuleren en op een rijtje zetten van mijn gedachtestroom, vind ik zeer bevredigend.

foksuk1Wat die bezoekers betreft, ik hou dat in de gaten. Vind ik het belangrijk? Mwja, want een publiek is leuk. Maar mocht die functie niet beschikbaar zijn, zou ik nog steeds bloggen, dus dat relativeert het toch weer wat.

Mijn tweede uitgangspunt is wellicht iets kwijt willen. Ik veronderstel daarmee de essentie gevat te hebben van het bloggen, al zullen andere daar per se een andere uitleg willen aan geven. Maar mijn conclusie is dus: men blogt ofwel uit liefhebberij voor het schrijven ofwel omdat men iets interessants te vertellen hebben. Iets mag zelfs minder interessant zijn als het leuk geformuleerd is.

Het punt is dat sommige bloggers in geen van de twee goed zijn. Ze schrijven zonder enige franje of zelfs maar een minimum aan kennis van de Nederlandse taal én daarbij hoort dan nog eens een volkomen vervelend gezaag over boodschappen doen, garagepoorten verven of fietsbanden verwisselen. Ze braken blogjes uit zonder enige essentie of conclusie. Af en toe peil ik eens of hun blog geëvolueerd is, maar vaak is het zelfs nog erger geworden. Ik laat die mensen maar doen, maar… ik heb er wel een duidelijke mening over.

Onlangs poneerde ik die mening bij een melancholische aangelegde blogger die van taal en diepgang houdt. U leest mijn letterlijke boodschap zelfs hier. Men zou kunnen stellen dat we het eens waren, hoewel de definitie van prietpraat en leegte zeer subjectief is. Wie weet behoort het Verantwoord Tijdverlies zelf wel tot de geviseerde blogs? Al komt de auteur daarvoor net te vaak langs.

Onze (al dan niet gedeelde) mening zat iemand dwars. Dat heb je met meningen. Die iemand dacht zelfs dat we het over hem hadden!  Omdat hij ook over ditjes en datjes blogde. En dus werden er citaten geplaatst, waarop dan reacties volgden van mensen die de geciteerden van pretentie en pseudo-intellectualisme beschuldigden. Dat vind ik allemaal niet zo erg, hoor, hoewel dit stukje misschien het tegengestelde doet vermoeden. Want een intelligent mens negeert zulke kletspraatjes. Mijn schrijfdrang overheerst echter en dus kies ik niet voor de slimste oplossing maar degene die mij het meest gemoedrust biedt.

En dus, beste Menck, vraag ik me af waarom u het geciteerde op uw eigen blog betrekt? Ik wist zelfs niet dat u nog een blog had, want wie kan dat nog bijhouden in uw geval? En dan nog, u schrijft best aangenaam op dat Kielzog - stel ik opnieuw vast nu ik uw herontdekte blog doorneem. Prettig leesvoer bij momenten. Waarom zou ik het dan over u hebben gehad? Overigens lijkt u vergeten te zijn dat uw laatst bij mij bekende blog zelfs opgenomen werd in mijn blogroll. En die is met zorg geselecteerd hoor.

Nee, laat me nu maar niemand persoonlijk gaan kwetsen door hier concreet te noemen wat voor blogs ik dan wel bedoel. Dat is immers de kwestie niet. U en enkele lezers lijken me gewoon mijn mening kwalijk te nemen. Soit, dat heet dan een meningsverschil. Maar ik vind dat ik het volste recht heb een aantal blogs slecht te noemen. Ik val die mensen niet lastig op hun blog, plaats geen vervelende reacties en verwijs niet smalend of ironisch naar hun nietszeggende gekrabbel.

Ik heb ook nergens gesteld dat mijn blog beter is. Wel dat ik mijn eigen blog goed vind. Ik ben bescheiden, maar niet vals bescheiden. Toch vinden sommigen dat van pretentie getuigen. Ja, ik sabel neer, hoewel ik vaag blijf over het mikpunt. Maar stel ik me daardoor verheven op? Wie iets slecht of onnozel vindt, geeft daarmee iets weer over zijn eigen norm, maar betekent dat automatisch ook dat die norm boven de andere gesteld wordt?

Let op, ik ga niet op mijn woorden terugkomen. Meer zelfs, hier nog eens duidelijk geformuleerd: ik kan soms simpelweg niet begrijpen dat mensen hun schrijfsels gepubliceerd willen zien als zelfs een kleuter ziet dat ze er niets van bakken. Hebben die mensen dan het recht niet zich te uiten, dingen van zich af te schrijven? Tja, interessante vraag stel ik hier. Ik hoef dat immers niet allemaal te lezen en blijheid vrijheid en andere clichés. Het brengt me bij een oud zeer: mag je iets slecht vinden waar je zelf geen last van hebt? Ik kijk niet naar Familie, maar dat wil niet zeggen dat ik vind dat zoiets gruwelijk slecht moet uitgezonden worden. Ik lees zekere blogs niet, maar juich hun bestaan evenmin toe. Ik blijf dus bij mijn standpunt en als dat enkele van die slaapverwekkers aanzet tot een heel klein beetje introspectie, gekoppeld aan een poging om eens een woordenboek te gebruiken of eens wat structuur in een tekst te gieten, heb ik daar toch iets mee bereikt.

I rest my case, bijna. Want in de reacties op eerder vermelde blog lees ik nog twee heel dwaze uitspraken. Zapnimf, die absoluut niet tot de geviseerde blogs behoort maar wiens gewrongen proza en ondraaglijk lichtvoetige gezap echt niet mijn ding zijn, stelt dat bepaalde blogcritici aanvoeren dat je je problemen moet op het net zwieren om niet oppervlakkig genoemd te worden. Die interpretatie is geheel voor haar rekening natuurlijk, al is overduidelijk wie ze daar botweg mee bedoelt. Ik vraag me ook opnieuw af wat het dan eigenlijk over haar zegt als ze zich geviseeerd voelt door het citaat. De dame zegt ook: ‘Zelf vind ik het veel fijner om iemands persoonlijke gebeurtenissen te volgen dan te weten wat iemand over die bepaalde film vond (duh… ik zag die prent ook en ik kan nog echt wel mijn eigen mening vormen) Voor een gefundeerde kijk op een onderwerp pak ik de krant vast. Volk genoeg dat ervoor opgeleid is. Waarmee ik niet bedoel dat ik op dene of gene neerkijk, ieder zijn meug voor mijn part.’ Dat vind ik een verbazingwekkend enge gedachte. Omdat ik zelf filmrecensies schrijf? Nee, omdat ik van iemand die in het onderwijs staat eigenlijk verwacht dat ze toch wel wat kritischer is. Er zijn best heel wat blogs die feiten even goed of zelfs beter verwoorden of analyseren dan veel journalisten, zeker tegenwoordig. Je kan er alleen maar iets van opsteken, al ben je het oneens met de schrijver. Ze spreekt ook zichzelf tegen: die recensies worden immers ook geschreven door volk dat er voor opgeleid is. Zonder te willen uitwijden over het zinvolle van recensies (van film of andere): wie kennis van zaken heeft, weet het echt wel beter dan een leek.

Drijf ik het nu niet wat ver door deze waarschijnlijk brave dame op haar woorden te pakken? Tja, dat doet zij natuurlijk evenzeer. Bovendien is haar onderonsje met Menck gewoon laag.

Ook met een zekere Dick Richie ben ik het gedeeltelijk oneens. Hij haalt uit naar sociaal geëngageerde en kritische blogs. Zonder mezelf daartoe te rekenen, verontwaardigt die oogklepmentaliteit me zeer. Wentel u gerust in de talloze wissewasjes en beuzelarijen van zekere bloggers, maar – al zullen ze geen revoluties te weeg brengen – doe toch ook eens een poging die enkele blogs  te waarderen die één en ander uit onze zieker wordende samenleving  onder de loep nemen.

Ik heb me hier weer even te pletter geschreven, me realiserend dat het allang niet meer interessant is voor de argeloze lezer. Sorry hoor, dit was dan maar vooral een stukje voor mezelf. En voor die enkele oververhitte bloggers. Ik had dat ook parodiërend kunnen doen, zoals hier, maar daarvoor zet ik te graag de puntjes op de i. En bij deze staan ze er stevig. Bedankt voor het lezen!