Mega Vega

30 06 2011

Niet geheel van harte schoof ik deze avond aan voor een veganistische maaltijd. Zou ik voor het eten nog snel eerst een hamburger halen? Of zou ik na afloop nog langs de frituur moeten rijden?

Nee, zo ver zou ik het niet drijven. De laatste keer dat ik vegetarisch at, was me dat goed bevallen. Ook het veganistische restaurant zou dus wel iets in de aanbieding hebben dat me zou smaken. Ik had weliswaar een enorme trek in frieten na een lange laatste werkdag, maar het gezelschap had nu eenmaal voor een bepaalde eetgelegenheid gekozen en ik legde me daar grappend bij neer (al was initiatiefnemer Tim een beetje in de wiek geschoten door mijn gebrek aan enthousiasme). Dus schoven we met zijn zevenen aan in een bekend Gents veganistisch restaurant waarvan ik de naam niet vermeld – enerzijds omdat de zaak niet per se in een negatief daglicht wil stellen, anderzijds omdat ik nu ook weer geen reclame wil maken.

Tot mijn verrassing – en Brigitte gaf toe dat ze zich dat ook had afgevraagd – stond er wijn op het menu. Nu ben ik me er maar al te zeer van bewust dat wijn tot stand komt zonder enige dierlijke  betrokkenheid en dit dus ‘toegestaan’ is, maar gaan we er stiekem eigenlijk niet allemaal van uit dat die vaak fanatieke sla-eters telkens als iets ook maar een beetje plezant dreigt te worden, wel een reden vinden om het af te keuren? Wie weet werd er een kikker overreden bij het transport van de wijn, of had er een slak gekneld gezeten in een wijnrank?

We lieten ons de wijn dus smaken, al was Tim al lichtjes verbolgen omdat de uitbater nogal geërgerd reageerde omdat we met drie personen minder opdaagden dan in de reservatie voorzien. We besloten unaniem een vrolijkheid uit te stralen die contrasteerde met het gekijf, wat de meesten onder ons weinig moeite kostte, gezien het de laatste schooldag was en we allemaal wel iets met onderwijs te maken hadden. De preisoep lieten we ons daarop welgevallen: een dikke, wat winters aandoende, groentebrij die me zeer smaakte. Een tweede portie was een optie – je eet er naar believen – maar ik liet het er toch maar bij aangezien niemand anders nog aanstalten maakte. U ziet, ik durf me heel soms nog te conformeren.

Voor het hoofdgerecht was er keuze uit een zevental schotels en een tiental slaatjes en sausjes. De chili was me iets te pikant en de bonen liet ik toch maar links liggen, maar verder is alles me best bevallen. Wat kip er bij had weliswaar niet slecht geweest, maar de variatie aan smaken verraste me beslist. Het smaakte dus en bij een tweede portie trof ik nog een optie meer aan: iets ongedefinieerd met rapen en zwammen. Lekker! Hoewel de frieten nog ergens in mijn achterhoofd bleven zweven, raakte ik voldaan. Voilà, weer een item af te vinken van mijn lijst van dingen die ik eigenlijk niet wou doen maar die dan achteraf blijken mee te vallen.

Er verscheen nog een dessert: appelcake. Die was subliem. De niet al te doordringende kaneelsmaak, het zoete deeg dat nauwelijks kruimelde, onderaan wat rozijntjes… Hmmm! De koffie die Vincent bestelde kwam zonder melk. De uitbater meldde belerend dat we ons in een veganistisch restaurant bevonden (wat we al wisten) en dat er dus geen melk was (waar eigenlijk ook niemand naar gevraagd had). Vincent kon zich niet van de indruk ontdoen dat de melding met de subtiele boodschap gepaard ging dat we ons thuis ook maar beter niet meer aan melk konden wagen, op straffe van een strenge terechtwijzing, ongetwijfeld. Er was overigens wel kokosmelk.

De rekening zouden we gewoon door 7 delen. Mochten we daarvoor elk apart betalen? Dat men dat niet zag zitten, wil ik aannemen – het was voor ons ook niet zo’n moeite om eerst samen te leggen – , alleen werd ons dat door de uitbater op zo’n principieel toontje gemeld, dat we er een kleine voldoening in meenden te bespeurden, omdat hij er alweer in geslaagd was onze avond te kunnen dwarsbomen. Terwijl we onze centen samen legden – zouden we in kopermuntjes betalen?  – maakte Geert op de  man af, maar wel vriendelijk – de opmerking: ‘Jullie zijn niet erg flexibel hé’. Ik was wat verrast – er zijn niet zo heel veel mensen die zo recht door zee zijn als ik én daarbij wel minzaam blijven –  en ook de man achter de toog schrok even, maar lichtte toe met de melding dat ze er met zijn twee voor staan en er dus geen tijd is met elke klant apart af te rekenen. ‘Dat staat ook niet op jullie website’ voegde Geert er al even goedgehumeurd aan toe, waarmee hij gesprekspartner zelfs wat in een hoek leek te gaan dringen. ‘We zijn bezig met een nieuwe site, die info kan er inderdaad op.”, luidde het antwoord wat bedeesder.

Ik complementeerde Geert met zijn kordate houding, wat ons met zijn allen deed concluderen dat dit fijne restaurant duidelijk door principiële mensen wordt geleid, die je bij de uitstekende gerechten graag een koele blik of een misprijzend woordje serveren. Of was dat gewoon onze eigen interpretatie?

Advertenties




Friends Forever! (2)

18 06 2011

Iemand: ‘Weet je nog, die kerel van op ******, die zo vol was van zichzelf?

Ik: ‘**** *****? Die denkt dat de wereld aan zijn voeten ligt?

Iemand: ‘Ja, zo nen beue kerel.’

Ik: ‘Ja, de vleesgeworden arrogantie, zeg maar. Wat is daarvan?

Iemand: ‘Die stuurt me een vriendschapsverzoek op Facebook .’

Ik: ‘Hmm. Na je één keer ontmoet te hebben al? Tja, die zal wel denken dat je hem heel sympathiek vond. Haha.’

Iemand: ‘Och ja, ‘k heb hem maar aanvaard’.





Leve de regen

5 06 2011

Weet u nog, die veel te lange filmpauze? Dat komt allemaal goed…

Leve quizzen waar ze de dvd’s naar je kop smijten en teamgenoten met een uitgebreide videotheek waar je naar hartelust mag uit lenen.

Gelieve me enkele weken met rust te laten.





Alles kan erger

3 06 2011

Zo nu en dan programmeert men bij Kinepolis een moeilijke film. Momenteel is dat  bv. Le gamin au vélo of The Tree of Life, – twee aanraders overigens – films waarbij de doorsnee Lorenzo na twee minuten zijn gsm bovenhaalt om te zien of ze hem niet ergens dringend nodig hebben. Men noemt dat daar ‘de andere film’.

Waarom dat zo per se in een vakje moet gestopt worden, weet ik niet, maar als het daarmee macho’s en nacho’s afstoot, mogen ze het van mij gerust ook ‘films met hersens’ noemen. Ik ben sowieso al blij dat men dit soort producties ook daar wil programmeren, want het genot van een groot scherm wordt ons door de kleinere, cinefiele cinema’s toch vaak onthouden.

Vorig jaar promootte Kinepolis deze films met een nogal dwaas spotje waarin Ozark Henry als een hedendaagse sjamaan zijn woorden tot de hemel richt in de hoop dat er een meesterwerk op zijn kop valt, of zoiets. Er werd terecht nogal lacherig gedaan over deze poging tot cultureel verantwoorde reclame. (in zwart wit gefilmd en al!) Maar wat heeft Ozark Henry met films te maken?  De films die hij noemt, zijn overigens al zo oud dat ik me afvraag of hij de laatste jaren wel nog een voet in de cinema gezet heeft.

Op een bepaald moment is mijn ergernis over dit spotje omgeslagen in effectieve afkeer. Ik zag het dan ook net iets te vaak. De laatste keren heb ik zelfs – echt waar – mijn oren dichtgestopt – om die aanstellerige toon niet meer te moeten horen. En weet u wel hoe diep uw vingers in de oren moeten om écht niets meer te horen? En hoe u daarbij ook enige brabbelgeluiden moet maken omdat die vingers niet volstaan? En hoe belachelijk dat wel niet overkomt in een gevulde bioscoopzaal? Zo erg was het dus.

Onlangs stelde ik tot mijn grote opluchting vast dat het afgelopen was met Ozark. Isolde Lasoen mocht een nieuw spotje opnemen.

En dat is … Nog. Veel. Erger.

Intussen heb ik dit drie keer gezien en ik zoek nu al naar mogelijkheden om er volgende keer niet aan blootgesteld te moeten worden. Het ligt niet helemaal aan Lasoen zelf – hoewel de pogingen tot ‘acteren’ met haar schouders en mond, lachwekkend zijn – maar wel aan de vreselijk irritante, gemaakt spontane/nonchalante manier waarop de ze kijker iets vertelt met het superieure besef dat we toch niemand kennen van de mensen die ze noemt.  On-uit-staan-baar. Ook  hier trouwens: wie komt er nu nog aanzetten met O, Brother, Where Art Thou?, een film van meer dan 10 jaar oud? Hoe kan die nu representief zijn voor de films in Cinemanie? En wat heeft Lasoen met films te maken?

Vragen waarop men bij Kinepolis zelf ook helemaal geen antwoord zal hebben. Maar de marteling van deze 30 pijnlijk slechte seconden nog – bij benadering – een dertigtal keer mee te maken vooraleer men Lasoen vervangt door pakweg Jacky Lafon, Showbizz Bart of Tanja Dexters, is géén prettig vooruitzicht. Wat kan het leven voor filmfans soms hard zijn.








%d bloggers liken dit: